wo. 25 mrt 2026
Donderdag 26 maart 2026
Voor de bel
Op basis van de futures lijken de Amerikaanse aandelenmarkten hoger te openen, nu berichten over een mogelijke wapenstilstand van een maand tussen de Verenigde Staten en Iran de vrees voor langdurige verstoringen van de energiebevoorrading temperen. Amerikaanse beleggers focussen zich vooral op geopolitieke ontspanning en de impact daarvan op olieprijzen en inflatieverwachtingen.
De Europese beurzen winnen meer dan 1 procent en profiteren van het verbeterde risicosentiment, nu de hoop op de-escalatie in het Midden-Oosten de druk op energieprijzen verlaagt en de inflatiezorgen afnemen.
De Aziatische markten sloten hoger, waarbij Chinese en Hongkongse aandelen terrein wonnen en de Japanse Nikkei zijn sterkste stijging in een week liet optekenen.
Op de grondstoffenmarkten zet goud zijn opmars voort, gesteund door een zwakkere dollar en een scherpe daling van de olieprijs, terwijl ook andere munten en grondstoffen reageren op afnemende inflatievrees.
Topnieuws
Aandelen in de kijker
Arm Holdings: De aandelen stijgen fors in de voorbeurshandel nadat het bedrijf miljarden aan jaarlijkse omzet verwacht uit een nieuwe AI‑datacenterchip. Daarmee zet Arm een strategische koerswijziging in van louter licenties naar eigen chipontwikkeling. De chip is gericht op zogenoemde ‘agentic AI’, die zelfstandig taken uitvoert. Arm mikt over ongeveer vijf jaar op 25 miljard dollar omzet en een jaarlijkse winst van 9 dollar per aandeel.
Merck & Co: Merck staat dicht bij een overname van Terns Pharma voor ongeveer 6 miljard dollar in cash. De deal past binnen de hertekening van de oncologiestrategie rond Keytruda, met het oog op het aflopen van het patent in 2028. De gesprekken bevinden zich in een vergevorderd stadium. Aandelen van Terns Pharma stegen na het nieuws met ongeveer 10 procent.
Meta Platforms: Een jury in New Mexico oordeelt dat Meta de consumentenwetgeving schond en legt een boete van 375 miljoen dollar op. Het is de eerste keer dat een jury zich uitspreekt over dergelijke aanklachten tegen het bedrijf. De staat stelt dat Meta risico’s voor kinderen verdoezelde en onvoldoende veiligheidsmaatregelen nam. Meta gaat in beroep tegen het vonnis.
Microsoft: Microsoft huurt een groot datacenterproject in Texas dat oorspronkelijk bedoeld was voor Oracle en OpenAI. De site heeft een capaciteit van ongeveer 700 megawatt en ligt naast het Stargate‑complex. Volgens betrokkenen verandert er niets aan de bestaande afspraken tussen OpenAI en Oracle. Microsoft geeft geen verdere toelichting.
Palantir Technologies: Palantir werkt samen met Anduril aan software voor het Golden Dome‑raketschild van de Amerikaanse overheid. Het project heeft een geschatte waarde van 185 miljard dollar en richt zich op ruimtegebaseerde defensiesystemen. Palantir en Anduril zijn al sinds de start geïnteresseerd in deelname. Verschillende grote defensiebedrijven zijn eveneens betrokken.
Sony Group: Sony Honda Mobility stopt met de ontwikkeling van de Afeela‑elektrische wagens na een strategische herziening bij Honda. Het project bood volgens de joint venture geen haalbaar pad meer naar commercialisatie. Klanten die een reservering maakten, krijgen een volledige terugbetaling. De financiële impact voor Sony en Honda blijft volgens beide bedrijven beperkt.
United Parcel Service: UPS opent een nieuw logistiek centrum van 100 miljoen dollar in Taiwan, het grootste in de regio Azië‑Pacific. De site speelt in op de sterke vraag van technologiebedrijven en zal ook dienen als distributiecentrum voor Applied Materials. Ongeveer 80 procent van de goederen bestaat uit hightechproducten. UPS overweegt bijkomende vluchten naar het zuiden van Taiwan.
Walt Disney: Disney wordt verrast door de beslissing van OpenAI om de AI‑videotool Sora stop te zetten. Daardoor komt een potentiële samenwerking van 1 miljard dollar ten einde nog voor die werd afgerond. Disney zou zijn personages ter beschikking stellen voor AI‑video’s, maar er wisselde geen geld. OpenAI wil zich voortaan richten op winstgevendere activiteiten.
Aanbevelingen
De situatie in het Midden-Oosten blijft erg onzeker. Er is onduidelijkheid over een mogelijk akkoord, over een eventueel staakt-het-vuren en over het al dan niet openen van de Straat van Hormuz, een cruciale doorgang voor olie. Toch reageerden de financiële markten voorlopig positief op berichten over mogelijk overleg: de olieprijs daalde en beleggers hoopten op een tijdelijke rustpauze in het conflict.
Die reactie bleek echter van korte duur. De olieprijs schommelt sterk en blijft rond de 100 dollar per vat voor Brent-olie hangen. Dat “jojo-effect” toont hoe nerveus de markten zijn. Hoewel de Verenigde Staten spreken over gesprekken om een staakt-het-vuren van een maand te bereiken, ontkent Iran dat er onderhandelingen plaatsvinden. Intussen gaan de aanvallen door, blijft de Straat van Hormuz grotendeels gesloten en bereiden de Verenigde Staten zich voor op extra militaire inzet.
Duurdere energie raakt Europa
Voor Europa heeft deze situatie duidelijke gevolgen. De hogere olie- en gasprijzen wegen zwaar op de economie. Dat blijkt uit de nieuwste PMI-cijfers. Dat zijn enquêtes bij bedrijven die een goed beeld geven van de economische activiteit.
In maart zakte de samengestelde PMI voor de eurozone naar 50,5, het laagste niveau in tien maanden. Alles boven 50 wijst nog op groei, maar de marge wordt erg klein. Tegelijk stijgen de kosten voor bedrijven sterk. De index die de prijzen in de industrie meet, sprong van 58,0 naar 68,6, het hoogste niveau in meer dan drie jaar. Ook leveringen lopen vertraging op, wat wijst op problemen in de toeleveringsketens.
Die combinatie is gevaarlijk. De economie vertraagt, terwijl prijzen blijven stijgen. Dat noemt men stagflatie: weinig of geen groei, maar wel hoge inflatie. Volgens hoofdeconomen bij S&P Global is dat risico voor de eurozone duidelijk aanwezig door de oorlog in het Midden-Oosten en de stijgende energieprijzen.
Verschillen tussen landen
Niet elk Europees land wordt even hard geraakt. Duitsland houdt voorlopig iets beter stand, vooral dankzij de industrie. Toch zakte ook daar de economische indicator. Frankrijk doet het slechter: daar krimpt de economische activiteit al duidelijk, wat erop wijst dat het herstel stilvalt. Ook in het Verenigd Koninkrijk vertraagt de economie en stijgen de kosten voor bedrijven zeer snel. Dat voedt de vrees voor aanhoudend hoge inflatie, waardoor renteverlagingen dit jaar steeds onwaarschijnlijker worden.
Ook in de Verenigde Staten is hetzelfde patroon zichtbaar: de economische groei verzwakt, terwijl prijzen opnieuw sneller stijgen. Bedrijven merken dat consumenten voorzichtiger worden door de hogere levensduurte en de onzekerheid rond het conflict.
Extra risico: private kredieten
Naast energie en inflatie is er nog een ander aandachtspunt voor beleggers: de markt voor private kredieten in de Verenigde Staten. Dat zijn leningen buiten de klassieke banken om, vaak verstrekt door gespecialiseerde fondsen. Die markt is de voorbije jaren sterk gegroeid.
Door de onrust op de markten willen sommige beleggers nu hun geld terug. Enkele grote fondsen hebben daarom de uitstap tijdelijk beperkt. Dat wijst op stress in het systeem. Aandelen van spelers in die sector zijn dit jaar al sterk gedaald.
De vrees is dat problemen in deze kredietmarkt kunnen verergeren als de economische groei verder vertraagt en energieprijzen hoog blijven. Bovendien staan sommige bedrijven extra onder druk door snelle technologische veranderingen, zoals artificiële intelligentie.
Roblox voert strengere beperkingen in voor Indonesische jongeren onder 16.
Arm Holdings lanceert eigen datacenterchip voor agentic AI.
Meta Platforms krijgt miljoenenboete wegens misleiding over veiligheid van minderjarigen.
Disney ziet samenwerking met OpenAI wegvallen na stopzetting van Sora.
GameStop ziet omzet en winst terugvallen door zwakke hardware‑ en softwareverkoop.
General Motors moderniseert Zuid‑Koreaanse fabrieken met investering van 600 miljoen dollar.
Jefferies verliest eerdere koerswinst nadat SMFG geruchten over overname ontkent.
Eni haalt vorderingen op Venezuela aan
Grifols zet Amerikaanse beursgang in gang
Volkswagen onderzoekt herbestemming van fabriek Osnabrück
Banca Monte dei Paschi di Siena schuift Fabrizio Palermo naar voren als nieuwe CEO
Air Liquide herverdeelt heliumaanvoer en opent nieuwe fabriek in Taiwan
Arm Holdings lanceert eigen AI datacenterchip
Wienerberger verhoogt omzet en benut groei in renovatie en infrastructuur
Jenoptik verhoogt dividend ondanks omzetdaling
hGears ziet omzet terugvallen en waarschuwt voor zwakker 2026
Swisscom zegt Italiaanse torenovereenkomst met INWIT op
KBC Securities‑analist Guglielmo Filangieri ziet dat de recente waarderingsstijging van Equinor rechtstreeks wordt gedreven door het sterke grondstoffenklimaat, dat aanzienlijk boven de aannames van het bedrijf ligt. Hij benadrukt dat zowel de hogere Brent‑olieprijs als de gespannen Europese gasmarkt zorgen voor een stevige opwaartse herwaardering van de kasstromen. Volgens Guglielmo rechtvaardigt dit een upgrade van het advies én een hoger koersdoel, rekening houdend met de rol van Equinor als een van Europa’s belangrijkste energieproducenten.
Equinor?
Equinor (voorheen Statoil) is de Noorse nationale oliemaatschappij (67% overheid) met sterke focus op olie- en gaswinning in de Noorse wateren. Het is ook actief in de VS (in schalie), Angola, Canada, Brazilië, Nigeria en Azerbaijan. Equinor is de belangrijkste gasleverancier van Europa. Statoil wijzigde zijn naam in Equinor om de transitie te benadrukken van pure olie- en gasproducent naar een bredere energiegroep.
Olieprijs ver boven langetermijnveronderstellingen
Het omslagpunt in de waardering heeft volgens Guglielmo alles te maken met een veel sterker grondstoffenklimaat dan Equinor zelf hanteert in zijn strategische planning. De Brent‑olieprijs noteert rond 100 dollar per vat, ongeveer 45% hoger dan de langetermijnaanname van 70 dollar per vat die het bedrijf in zijn model gebruikt. Deze afwijking vertaalt zich in aanzienlijk hogere upstream‑kasstromen dan momenteel in de officiële richtlijnen vervat zijn.
Guglielmo benadrukt dat dergelijke olieprijsniveaus een onmiddellijke en materiële impact hebben op de vrije kasstroom en dus op het waarderingsprofiel van Equinor. De markt prijst daarmee een duidelijke conflictpremie in, gezien de geopolitieke risico’s in het Midden‑Oosten.
Gasmarkt: krap, volatiel en gunstig voor Equinor
Ook de Europese gasmarkt blijft volgens Filangieri uitzonderlijk krap en volatiel door beperkte aanvoer en geopolitieke risico’s. Equinor verkoopt het grootste deel van zijn Noorse gas aan kortetermijnprijzen op Europese hubs (voornamelijk day‑ahead en month‑ahead). Hierdoor passen de gerealiseerde prijzen zich vrijwel onmiddellijk aan wanneer de hubs bewegen.
De marketingactiviteiten van het bedrijf optimaliseren het levermoment en de bestemming van volumes, wat de voorbije kwartalen een zichtbare bron van trading‑inkomsten heeft gevormd. Daarnaast zorgen meerjarige contracten met hub‑geprijsde voorwaarden ervoor dat volumes verzekerd zijn zonder de prijs vast te leggen — een model dat sterke operationele hefboom creëert in volatiele markten.
Waardering: hogere energieprijzen rechtvaardigen opwaardering
Guglielmo past voor Equinor een driefasig DDM‑model toe. Daarbij gaat hij uit van een langdurige olieprijs boven 80 dollar per vat, een gedeeltelijke hervatting van aandeleninkopen (die onder de richtlijnen voor 2026 waren teruggeschroefd) en een expliciete verwerking van het belastingsysteem voor de Noorse Continental Shelf (NCS).
KBC Securities over Equinor
De KBC Securities‑analist ziet Equinor profiteren van een uitzonderlijk sterk grondstoffenklimaat, waarin zowel olie‑ als gasprijzen de kasstromen boven verwachting ondersteunen. Hij benadrukt dat de geopolitieke situatie een duidelijke premie toevoegt aan de waardering en dat Equinor dankzij zijn schaal en strategische positie een aantrekkelijke “conflict‑hedge” vormt binnen de Europese energiesector.
Op basis hiervan verhoogt hij zijn waardering en besluit hij om het advies op te trekken van verkopen naar houden. De analist verwijst hierbij zowel naar de door het conflict aangejaagde energieprijsdynamiek als naar de premiestatus die Equinor geniet als een van Europa’s belangrijkste producenten, strategisch gepositioneerd om te voldoen aan de energiebehoeften van het continent.
Filangieri verhoogt het koersdoel naar 352 Noorse kroon.
KBC Securities‑analist Livio Luyten benadrukt dat TINC zijn groeiambities verder kracht bijzet met een investering van 23 miljoen euro in twee grote batterij‑energieopslagsystemen (BESS) in Ruien en Langerlo. Hij ziet de projecten als een belangrijke stap in de uitbouw van TINC’s energie‑infrastructuurportfolio, die bijdraagt aan meer flexibiliteit in het Belgische elektriciteitssysteem. Volgens Livio sluit deze beslissing nauw aan bij TINC’s streven naar een portefeuille van 1 miljard euro en bevestigt ze de evolutie naar een meer groei‑georiënteerde infrastructuurinvesteerder.
TINC?
The Infrastructure Company (TINC) is gevestigd in Antwerpen. TINC heeft participaties in operationele en volgroeide infrastructuuractiva met een kasstroom op lange termijn die zeer voorspelbaar is. De portefeuille van TINC bestaat uit 4 verschillende divisies, namelijk 'Openbare Infrastructuur', 'Energie Infrastructuur', 'Digitale Infrastructuur' en 'Selectief Vastgoed', terwijl de projecten verspreid zijn over België, Nederland en Ierland.
TINC kondigde een kapitaalengagement van 23 miljoen euro aan voor twee nieuwe BESS‑projecten in Ruien (Kluisbergen) en Langerlo (Genk). De projecten, ontwikkeld, gebouwd en uitgebaat door het Belgische Storm, omvatten in totaal 300 megawatt aan vermogen en 1.200 megawattuur aan opslagcapaciteit. Vanaf eind 2027 moeten ze de integratie van hernieuwbare energie in het Belgische elektriciteitsnet versterken, vooral door meer flexibiliteit en betrouwbaarheid te bieden.
De totale investeringswaarde van de projecten bedraagt 33 miljoen euro, gefinancierd door een combinatie van Belgische en internationale kredietverstrekkers. De eigen inbreng komt van TINC, PMV en I4B.
Partners en strategische achtergrond
TINC en PMV werken al sinds 2011 samen met Storm, met gezamenlijke investeringen in ongeveer 200 megawatt aan windparken in Vlaanderen en Wallonië. Deze nieuwe projecten bouwen voort op die langdurige samenwerking en versterken TINC’s rol als investeerder in de energietransitie.
De systemen worden volledig ontwikkeld en geëxploiteerd door Storm, dat actief is binnen de Belgische sector voor hernieuwbare energie. De BESS‑projecten passen in een bredere ontwikkeling binnen Europa, waar grootschalige energieopslag een steeds belangrijkere rol speelt in het balanceren van het net bij toenemende wind‑ en zonne‑energieproductie.
Strategische fit met TINC’s portefeuille
Volgens Jakob sluit de investering perfect aan bij TINC’s strategie om de “infrastructuur van morgen” uit te bouwen. Door te investeren in flexibele energie‑assets versterkt TINC zijn positionering in het segment van duurzame en toekomstgerichte infrastructuur.
De projecten zorgen voor verdere diversificatie en versterken de groei‑oriëntatie van de portefeuille, die traditioneel zwaar leunde op PPP‑projecten (publieke‑private samenwerkingen). Jakob ziet hierin een gezonde evolutie waarbij TINC toch zijn defensieve karakter behoudt dankzij voorspelbare cashflows.
Het management bevestigde opnieuw de ambitie om de portefeuille te laten groeien naar 1 miljard euro, gesteund door duurzame infrastructuurprojecten in België en de omliggende landen.
Financiering en balanspositie
De 23 miljoen euro die TINC bijdraagt, zal in 2026 worden opgenomen via de bestaande 200 miljoen euro grote kredietlijn. Die financiering voegt weliswaar wat extra leverage toe, maar blijft volgens de analist ruim binnen comfortabele niveaus.
Op het moment van de aankondiging bedroeg de nettoschuld 73 miljoen euro, na de recente opbrengst van 4,9 miljoen euro uit de verkoop van de Zelfstroom‑participatie. Hierdoor behoudt TINC voldoende ruimte om andere contractuele verbintenissen te financieren en toekomstige investeringskansen te benutten.
Belang van batterijopslag binnen TINC’s groeistrategie
Na Project Mufasa — een van de grootste batterij‑opslagsystemen in de EU, gelegen in North Sea Port Vlissingen — vormt deze nieuwe transactie TINC’s tweede grote investering in energieopslag. Jakob benadrukt dat deze uitbreiding logisch is gezien de cruciale rol die batterijopslag zal spelen in de energiemarkt in de komende jaren.
De groeiende portefeuille van opslagactiva biedt TINC een strategisch voordeel in een markt die sterk zal evolueren door digitalisering, elektrificatie en toenemende productie van hernieuwbare energie.
KBC Securities over TINC
De KBC Securities‑analist ziet de investering in Ruien en Langerlo als een duidelijke bevestiging van TINC’s ambitie om een toonaangevend mid‑cap infrastructuurplatform te blijven. Hij vindt de uitbreiding richting flexibele energie‑infrastructuur een waardevolle strategische zet die past in een robuuste, gediversifieerde portefeuille met aantrekkelijke groeiperspectieven.
Livio handhaaft zijn positieve visie op TINC en benadrukt dat deze projecten een belangrijke bijdrage zullen leveren aan de waardecreatie in de komende jaren. Hij heeft een Kopen-aanbeveling en koersdoel van 14 euro.
KBC Securities‑analist Kristof Samoy benadrukt dat Vopak dankzij zijn wereldwijde spreiding, gediversifieerde terminalportefeuille en lange, CPI‑gelinkte contracten over een stevig defensief bedrijfsmodel beschikt. Ondanks geopolitieke onzekerheid en wisselkoersdruk ziet hij dat de recente resultaten deze robuustheid opnieuw bevestigen. Vopak blijft volgens Kristof goed geplaatst om te profiteren van hogere opslagvraag en toekomstige investeringsbeslissingen.
Vopak?
Vopak is 's werelds grootste onafhankelijke tankopslagbedrijf dat opslag, overslag, distributie, koeling en hervergassingsdiensten aanbiedt. De infrastructuur bevindt zich in strategische zeehavens of in de buurt van grote petrochemische industriële clusters.
De recente cijfers bevestigen voor de analist de defensieve aard van Vopaks activiteiten. Ondanks ongunstige wisselkoersen en geopolitieke onrust realiseerde het bedrijf in 2025 een proportionele EBITDA van 1.184 miljoen euro, geheel in lijn met de eigen richtlijnen. De bezettingsgraad steeg naar 92% in het vierde kwartaal, tegenover 90% in het derde kwartaal en 93% een jaar eerder.
Een opvallend positief element is het plan om tegen het einde van 2030 in totaal 1,7 miljard euro aan aandeelhouders uit te keren. Dat plan omvat een jaarlijkse stijging van het dividend per aandeel met minstens vijf procent en een meerjarig aandeleninkoopprogramma tot 500 miljoen euro. De start gebeurt vanuit een voorgesteld dividend van 1,8 euro per aandeel en een eerste inkooptranche van 100 miljoen euro die tegen februari 2027 moet worden afgerond.
Deze ambitieuze uitkeringspolitiek blijft volgens Kristof perfect verzoenbaar met de geplande 4 miljard euro aan cumulatieve investeringen, waarvan ongeveer 2,1 miljard euro nog niet is vastgelegd. De nettoschuld (exclusief leases) van 2,6 keer de EBITDA — of 2,1 keer exclusief assets under construction — onderbouwt verder de financiële slagkracht.
Situatie in het Midden-Oosten
Via een belang van 33% bezit Vopak drie olietanks in Fujairah. Ondanks lichte schade door rondvliegend puin na een drone‑aanval op een naburige terminal, bleef de infrastructuur intact. De operaties werden uit voorzichtigheid wel teruggeschroefd. Daarnaast bezit het bedrijf 22% van Chemtank in Jubail, Saudi‑Arabië, terwijl andere activiteiten in de regio vooral operationeel van aard zijn.
Het enige substantiële vastgelegde investeringsproject betreft 50 miljoen euro (proportioneel) in Chemtank. Een grote FID wordt in deze regio niet verwacht. Hoewel de situatie en communicatie rond het conflict nog steeds volatiel blijven, ziet Kristof eerste tekenen die op een mogelijke de-escalatie wijzen.
Gasvraag in Azië
Azië en het Midden-Oosten waren in het vierde kwartaal van 2025 samen goed voor 21% van Vopaks proportionele EBITDA, oplopend tot 30% wanneer China en Noord‑Azië worden meegerekend. Via een belang van 42% in AVTL is Vopak een belangrijke LPG‑importeur in India, terwijl het in Pakistan 40% bezit van een LNG‑importterminal.
Beide landen betrekken hun gas grotendeels uit de Golfregio. Hoewel gascontracten doorgaans meer dan tien jaar lopen (met India als uitzondering door sterke marktgroei), beïnvloedt het conflict de throughput. Die throughput vormt een extra inkomstenbron naast de opslag- en afnamecontracten, met name in India. Volgens de analist zal vraag en aanbod uiteindelijk opnieuw in evenwicht komen, zowel qua volumes als prijzen.
Het belang in AVTL wordt volgens hem nauwelijks geraakt door de koersdaling van het aandeel — van 225 Indiase roepie voor het conflict naar 175 roepie nu — omdat zijn waarderingsmodel voor Vopak gebaseerd is op een proportionele DCF en de waarderingsimpact verwaarloosbaar blijft. AVTL noteert nog steeds rond 20 keer de verwachte EBITDA voor 2027, ruim boven de waardering van Vopak zelf. De investeringscase in India blijft volgens hem sterk.
Update en waardering
Op basis van een geactualiseerde proportionele DCF‑analyse — consistent met de vooruitzichten voor 2026 en rekening houdend met de verwachte oplevering van lopende projecten — komt Kirstof tot een reële waarde van 61 euro per aandeel.
Vopak noteert momenteel tegen 7,8 keer de verwachte EBITDA voor 2026, dalend naar 7,3 keer in 2027 wanneer het REEF‑project operationeel wordt. De vrije kasstroomrendementen bedragen volgens hem 11% in 2027 op genormaliseerde basis en 9% inclusief groeikapitaaluitgaven.
KBC Securities over Vopak
De KBC Securities‑analist benadrukt dat Vopak dankzij zijn defensieve bedrijfsmodel, sterke kasstromen en goedgevulde investeringspijplijn uitstekend gepositioneerd blijft. Hij herhaalt zijn positieve kijk op het bedrijf, gesteund door duidelijke waardecreatie, een stijgende bezettingsgraad en een aantrekkelijk kapitaaluitkeringsbeleid.
Kristof heeft een kopen-aanbeveling. Hij verhoogt zijn koersdoel van 50 euro naar 56 euro.
Vopak krijgt hoger koersdoel van KBC Securities.
TINC investeert 23 miljoen euro in twee nieuwe batterijopslagprojecten in België.
Kendrion rondt aandeleninkoopprogramma van 10 miljoen euro af.
UCB kiest Gwinnett County als locatie voor nieuwe Amerikaanse fabriek voor biologische geneesmiddelen.
OMP (Ackermans & van Haaren) opnieuw uitgeroepen tot ‘Leader’ in Gartner Magic Quadrant voor supply chainplanning.
Zealand Pharma opent nieuw AI‑gestuurd onderzoekscentrum in Cambridge.
HAL Trust verkoopt belang in Atlas NextWave aan Avedon Capital Partners.
ASML verkoopt voor 7 miljard euro aan EUV scanners aan SK Hynix.
Ahold Delhaize kondigt vertrek aan van topman JJ Fleeman bij Amerikaanse tak.
Heineken bouwt productie in Singapore af en schakelt over op importmodel.
Fastned benoemt Victor van Dijk tot VP Strategy en start zoektocht naar nieuwe CFO.
KBC Securities‑analist Jakob Mekhael benadrukt dat UCB met de keuze voor Gwinnett County in Georgia een strategische stap zet om de productie van complexe biologische geneesmiddelen dichter bij zijn grootste markt te brengen. Hij wijst erop dat de Verenigde Staten al goed zijn voor een groeiend deel van de omzet en dat de Bimzelx‑lancering dat aandeel nog verder kan verhogen. Volgens Jakob past deze investering perfect binnen UCB’s lange termijnstrategie om de supply chain te versterken en toekomstige groei te ondersteunen.
UCB?
UCB is een in België gevestigd biofarmaceutisch bedrijf dat gespecialiseerd is in twee therapeutische gebieden: ziekten van het centrale zenuwstelsel (CZS) en immunologie. Op het gebied van aandoeningen van het centrale zenuwstelsel richt het bedrijf zich op epilepsie, het Dravetsyndroom, het LennoxGastautsyndroom, myasthenia gravis, rustelozebenensyndroom en de ziekte van Parkinson, en het immunologiegebied omvat reumatoïde artritis, osteoporose, psoriasis, artritis psoriatica, axiale spondyloartritis, hidradenitis suppurativa, de ziekte van Crohn, lupus en juveniele idiopathische artritis.
UCB maakte na beurs bekend dat het Gwinnett County in Georgia heeft geselecteerd als locatie voor zijn nieuwe Amerikaanse productiecampus voor biologische geneesmiddelen. Binnen Georgia, waar UCB al zijn Amerikaanse hoofdkantoor heeft, koos het bedrijf specifiek voor Rowen Development, een master-planned innovatiezone met sterke infrastructuur, vlot vergunningenbeheer en een groeiend ecosysteem voor life sciences en geavanceerde productie.
De campus wordt opgezet met een digital‑first aanpak, waarbij UCB gebruik zal maken van artificiële intelligentie, robotica en automatisering. Daarnaast wordt de site ontworpen om efficiënt om te gaan met natuurlijke hulpbronnen.
Zodra de faciliteit operationeel is, zal ze rond de klok recent goedgekeurde en toekomstige biologische geneesmiddelen produceren, voornamelijk voor de Amerikaanse markt.
Economische en strategische impact
Het project wordt geraamd op een totale economische impact van ongeveer 5 miljard dollar, goed voor circa 330 permanente hooggeschoolde jobs en meer dan 1.000 banen in de bouwfase. Deze investering past duidelijk in de trend van grote farmabedrijven die in 2025 een versterking van hun Amerikaanse productiecapaciteit hebben aangekondigd.
UCB heeft de exacte kostprijs niet bevestigd, maar eerder aangegeven dat de investeringsbehoeften de komende jaren ruim binnen de historische investeringsgraad blijven.
Voor UCB is de Verenigde Staten al lange tijd de belangrijkste afzetmarkt. In 2025 kwam ongeveer 62% van de groepsomzet uit de VS, tegenover 54% in 2024. Analist Jakob verwacht dat dit aandeel verder kan stijgen, vooral dankzij de doorlopende lancering van Bimzelx, wat de noodzaak ondersteunt om de productie dichter bij de afzetmarkt te brengen.
KBC Securities over UCB
De KBC Securities‑analist ziet de keuze voor Georgia als een logische stap in UCB’s global manufacturing‑strategie, waarbij het bedrijf inzet op betrouwbaarheid, schaalbaarheid en nabijheid van de belangrijkste markt. Hij benadrukt dat de investeringsplannen aansluiten bij de verwachte omzetgroei in de Verenigde Staten en de verdere uitrol van nieuwe geneesmiddelen.
Jakob handhaaft zijn kopen-aanbeveling en koersdoel van 284 euro.
Datum en uur van publicatie: 25/03/2026 om 09:00
Deze mededeling is niet opgesteld overeenkomstig de voorschriften ter bevordering van de onafhankelijkheid van onderzoek op beleggingsgebied en is daarom niet onderworpen aan het verbod om al voor de verspreiding van onderzoek op beleggingsgebied te handelen.