wo. 11 mrt 2026
Donderdag 12 maart 2026
Inditex heeft 2025 afgesloten met resultaten die opnieuw boven de verwachtingen uitkomen. De modegroep blijft groeien over alle merken en regio’s heen en ziet ook in de eerste weken van het nieuwe boekjaar een aanhoudend sterke verkoop. Dat bevestigt volgens KBC Securities‑analist Tom Noyens het defensieve karakter van Inditex binnen een doorgaans cyclische sector.
Inditex?
Het Spaanse Inditex ontwerpt, produceert en verkoopt kleding en accessoires. Inditex omvat verschillende kledingketens, waarvan de bekendste Zara en Massimo Dutti zijn. Maar ook Pull&Bear, Bershka, Stradivarius, Oysho, Zara Home en Uterqüe behoren tot de Inditex groep. Inditex opereert wereldwijd.
Sterke resultaten over heel 2025
Inditex realiseerde in 2025 een omzetgroei van 4,3 procent op jaarbasis tot 11,7 miljard euro, wat in lijn lag met de marktverwachtingen. Wanneer de negatieve impact van wisselkoersen buiten beschouwing wordt gelaten, kwam de onderliggende groei zelfs uit op 9 procent.
De verkoopprestaties waren breed gedragen, zowel over de verschillende merken binnen de groep als over de diverse geografische markten. Er waren geen uitgesproken uitschieters, wat volgens Tom Noyens net een belangrijke sterkte is van het bedrijfsmodel van Inditex.
Winstgevendheid boven verwachting
De operationele winst (EBIT) kwam uit op 2,05 miljard euro, wat hoger was dan de verwachting van 2,02 miljard euro. Daarmee bevestigt Inditex opnieuw zijn sterke operationele discipline en zijn vermogen om winstgevend te blijven groeien, ondanks een uitdagende context voor de retailsector.
Aanhoudend sterke verkoop begin 2026
Ook het begin van 2026 verloopt volgens het management bijzonder sterk. Tussen 1 februari en 8 maart steeg de omzet met 9 procent op jaarbasis, wat wijst op een blijvend sterke vraag naar de producten van Inditex.
Volgens Tom Noyens onderstreept dit de aantrekkingskracht van de merkenportefeuille en de snelheid waarmee Inditex kan inspelen op modetrends en veranderend consumentengedrag.
Hogere investeringen gepland voor 2026
Voor 2026 kondigde Inditex wel hogere investeringen aan. De groep plant meer uitgaven voor:
De totale investeringskost voor 2026 wordt geraamd op 2,3 miljard euro, wat hoger ligt dan aanvankelijk verwacht. Tom Noyens ziet hierin echter geen groot risico. Volgens hem heeft het management in het verleden al bewezen dat het over de nodige ervaring beschikt om dergelijke investeringsprogramma’s succesvol uit te rollen.
Bovendien tonen eerdere projecten aan dat geoptimaliseerde winkels sneller en beter renderen, terwijl Inditex deze investeringen ook gespreid over meerdere jaren kan uitvoeren.
Dividend voor aandeelhouders
Inditex kondigde een dividend van 1,2 euro per aandeel aan, aangevuld met een bonusdividend van 0,55 euro per aandeel. De uitbetaling gebeurt in twee schijven, in mei en november, wat de sterke kasgeneratie van de groep onderstreept.
KBC Securities over Inditex
Volgens KBC Securities‑analist Tom Noyens bewijst Inditex met deze resultaten opnieuw dat het als een defensieve speler kan worden beschouwd binnen een zeer cyclische sector. De brede groei over merken en regio’s, de aanhoudend sterke verkoop – ook in het lopende boekjaar – en de operationele slagkracht van het management ondersteunen het positieve langetermijnverhaal.
Hoewel Inditex tegen een waarderingspremie noteert, is die volgens de analist gerechtvaardigd door de kwaliteit van het bedrijfsmodel en verwacht hij niet dat die premie in de komende kwartalen zal verdwijnen.
KBC Securities trekt het koersdoel op van 57 tot 63 euro (in september '25 was er ook al een koersdoelverhoging) en handhaaft de “Kopen”‑aanbeveling.
Kion heeft gemengde vooruitzichten voor 2026 gepresenteerd, die vragen oproepen over de onderliggende industriële cyclus. Hoewel de vraag eind 2025 duidelijk aantrok, blijft de winstgevendheid ongelijk verdeeld over de divisies en ogen de vooruitzichten van het bedrijf voorzichtig, vindt KBC Securities‑analist Andrea Gabellone.
Kion?
Kionis een wereldleider in de logistieke sector. Het portfolio omvat vorkheftrucks (ITS-divisie), magazijnuitrusting en supply chain-oplossingen (SCS-divisie die oplossingen aanbiedt voor bevoorradingsketens). De groep is de grootste fabrikant van industriële trucks in de EMEA-regio en een van 's werelds grootste leveranciers van magazijnautomatiseringssystemen.
Sterk einde van 2025, maar kwaliteit van de winst blijft verdeeld
Kion sloot 2025 af met een duidelijk betere vraagontwikkeling, vooral binnen Supply Chain Solutions (SCS) en in de orderinstroom van Industrial Trucks & Services (ITS). Die verbetering vertaalde zich echter niet volledig in een herstel van de winstgevendheid.
Met name bij ITS bleven de marges nagenoeg stabiel, wat volgens Andrea Gabellone aangeeft dat prijszetting, productmix en concurrentiedruk ook in 2026 een belangrijke rol zullen blijven spelen. Dat verklaart waarom KBC Securities voorlopig een afwachtende houding aanneemt, in afwachting van meer overtuigende signalen van een structureel herstel.
Orderinstroom en kasstroom overtreffen verwachtingen
Op groepsniveau steeg de orderinstroom in 2025 tot 11,705 miljard euro. De vrije kasstroom* kwam uit op 709,5 miljoen euro, wat boven de eerder vooropgestelde vork van 600 tot 700 miljoen euro lag.
**Vrije kasstroom is het bedrag dat een bedrijf na investeringen overhoudt om schulden af te bouwen, aandeelhouders te vergoeden of te groeien.
In het vierde kwartaal bleef de orderinstroom met 2.823 miljoen euro stabiel op jaarbasis. De book‑to‑bill‑ratio* bedroeg 0,9 keer, waarbij vooral SCS de verwachtingen voor het kwartaal niet volledig wist in te lossen.
*De book‑to‑bill‑ratio is een maatstaf die aangeeft hoe sterk de orderinstroom is in verhouding tot de gerealiseerde omzet in een bepaalde periode. Een book‑to‑bill van 0,9 betekent dat een bedrijf voor 90 euro aan nieuwe orders binnenhaalt per 100 euro omzet.
Omzetgroei beperkt, marges onder druk
De groepsomzet steeg in het vierde kwartaal met 1 procent op jaarbasis tot 3.097 miljoen euro. De aangepaste (zonder involed van éénmalige gebeurtenissen) EBIT‑marge* kwam uit op 6,9 procent, een duidelijke daling ten opzichte van 8,2 procent een jaar eerder.
*De EBIT‑marge geeft aan hoe winstgevend de kernactiviteiten van een bedrijf zijn. Ze toont welk percentage van de omzet overblijft als bedrijfsresultaat (EBIT), dus vóór intresten en belastingen.
Binnen Industrial Trucks & Services daalde de omzet met 5 procent op jaarbasis, wat wel een meevaller was ten opzichte van de verwachtingen. De EBIT‑marge bedroeg 8,8 procent, een lichte tegenvaller, en lag beduidend lager dan de 10,6 procent van een jaar eerder.
Supply Chain Solutions daarentegen liet een sterke omzetgroei zien van 17 procent op jaarbasis. De aangepaste EBIT‑marge steeg tot 6,2 procent, tegenover 5,1 procent in 2024, maar bleef 20 basispunten onder de verwachtingen.
Vooruitzichten 2026: voorzichtig tot defensief
Voor 2026 presenteerde Kion een conservatieve vooruitblik. De groep rekent op:
*ROCE staat voor Return on Capital Employed, in het Nederlands meestal rendement op het geïnvesteerde kapitaal. Het geeft aan hoe efficiënt een bedrijf zijn kapitaal gebruikt om operationele winst te genereren. Een EBIT van 100 miljoen euro op 1 miljard euro geïnvesteerd kapitaal geeft een ROCE van 10 procent.
Op het middelpunt van de vork impliceert de EBIT‑verwachting een groei van slechts 1,2 procent op jaarbasis, wat overeenkomt met een marge van ongeveer 7,2 procent. Dat betekent dat Kion in 2027 nog een aanzienlijke marge‑expansie van ongeveer 2,8 procentpunt zou moeten realiseren om zijn middellangetermijndoelstelling van meer dan 10 procent te halen.
ITS blijft worstelen met concurrentiedruk
De vooruitzichten voor Industrial Trucks & Services ogen volgens Andrea Gabellone bijzonder voorzichtig. Kion rekent voor deze divisie op een omzet tussen 8,2 miljard en 8,8 miljard euro en een aangepaste EBIT van 765 miljoen tot 885 miljoen euro, wat slechts op een beperkte verbetering wijst ten opzichte van 2025.
Het management gaf aan dat een lichte omzetgroei en efficiëntieprogramma’s de winst moeten ondersteunen, maar waarschuwde tegelijk dat aanhoudende concurrentiedruk zal blijven wegen op de prijszetting.
SCS profiteert van beter projectklimaat
Voor Supply Chain Solutions is het beeld positiever. Kion rekent hier op een omzet tussen 3,2 miljard en 3,5 miljard euro en een aangepaste EBIT van 200 miljoen tot 280 miljoen euro.
Deze vooruitzichten worden ondersteund door een duidelijk verbeterde projectorderinstroom en een aanhoudend sterke dynamiek in de serviceactiviteiten.
Vrije kasstroom onder druk door efficiëntieprogramma
Een belangrijk aandachtspunt blijft de vrije kasstroom in 2026. Het management maakte duidelijk dat deze fors zal terugvallen ten opzichte van 2025, omdat een substantieel deel van de kasuitstroom verbonden aan het efficiëntieprogramma pas in 2026 zal plaatsvinden.
Dat verklaart waarom KBC Securities ondanks tekenen van vraagherstel voorzichtig blijft over het kortetermijnprofiel van het aandeel.
KBC Securities over Kion
Volgens KBC Securities‑analist Andrea Gabellone laten de resultaten over 2025 zien dat de vraag zich herstelt, maar blijft de winstgevendheid te ongelijk verdeeld om al van een duidelijke cyclische ommekeer te spreken. De voorzichtige vooruitzichten voor 2026 en de verwachte daling van de vrije kasstroom rechtvaardigen voorlopig een afwachtende houding.
KBC Securities hanteert voor Kion een koersdoel van 59 euro met een “Houden”‑aanbeveling.
Bron: KBC Securities
D’Ieteren heeft over 2025 sterke resultaten neergezet, waarbij vooral Belron de verwachtingen wist te overtreffen met een uitzonderlijk hoge winstgevendheid in de tweede jaarhelft. De groepswinst lag boven de marktverwachtingen, ondanks tegenwind bij Auto en TVH Parts, zegt KBC Securities‑analist Michiel Declerq.
D'Ieteren?
D'Ieteren Groep is een familiebedrijf dat historisch gegroeid is als exclusieve verdeler van het merk Volkswagen in België. De grootste positie van de groep is echter zijn participatie van 50% in Belron, de wereldleider op het gebied van de herstelling en vervanging van voertuigbeglazing, in België bekend onder de naam CarGlass. Daarnaast heeft D'Ieteren Group een belang van 40% in TVH Parts, een toeleverancier van wisselstukken voor vorkheftrucks, een belang van 100% in het notitieboekjesbedrijf Moleskine en een belang van 100% in Parts Holding Europe (PHE), een leverancier van wisselstukken voor wagens.
Groepsresultaten boven verwachtingen
D’Ieteren rapporteerde over 2025 een aangepaste (zonder invloed van eenmalige gebeurtenissen) winst vóór belastingen van 956 miljoen euro, wat boven de verwachtingen lag van KBC Securities (943 miljoen euro) en de gemiddelde analistenverwachting (gav) van 921 miljoen euro.
Op vergelijkbare basis betekent dit een stijging met 3,8 procent, wat overeenkomt met de lichte groei die het management aan het begin van het jaar had vooropgesteld. De sterke prestatie werd voornamelijk gedragen door Belron, dat met een uitzonderlijk hoge marge in de tweede jaarhelft eerdere zorgen na een zwakkere eerste jaarhelft wist weg te nemen.
Belron overtuigt met sterke marges
Belron realiseerde in 2025 een organische omzetgroei (omzetgroei om eigen kracht, zonder invloed van overgenomen of verkochte onderdelen) van 5,9 procent tot 6.722 miljoen euro, licht boven de verwachting van KBC Securities (5,5 procent groei) en in lijn met de gav (6.729 miljoen euro). De groei werd ondersteund door een gunstige prijs‑ en mix‑evolutie (er werden meer producten met hogere marge verkocht) en een volumegroei van 0,5 procent.
De aangepaste winst vóór belastingen steeg met 15,7 procent tegen constante wisselkoersen tot 1.536 miljoen euro, wat resulteerde in een margeverbetering met 170 basispunten tot 22,9 procent. Dat lag boven zowel de verwachting van KBC Securities als de gav, die beiden uitgingen van 22,7 procent.
De aangepaste winst vóór intrest en belastingen (EBIT) van Belron kwam uit op 518 miljoen euro. De aangepaste vrije kasstroom* bedroeg 429 miljoen euro, wat onder de verwachting van KBC Securities lag (538 miljoen euro).
*Vrije kasstroom is het bedrag dat een bedrijf na investeringen overhoudt om schulden af te bouwen, aandeelhouders te vergoeden of te groeien.
Volgens Michiel Declerq was vooral de marge van 24,4 procent in de tweede jaarhelft uitzonderlijk sterk. Daarnaast was het bemoedigend dat de problematiek rond claim‑avoidance* in de Verenigde Staten normaliseert en dat de focus op cashklanten** duidelijk rendeert, wat zich vertaalt in sterke cijfers in Noord‑Amerika.
*De premies die verzekeringsmaatschappijen aan hun klanten vragen, waren de laatste tijd stevig gestegen door inflatie. Bestuurders met een kapotte voorruit spreken daardoor minder hun verzekeraar aan, uit vrees voor een nóg hogere premie. Ze laten hun autoruit herstellen buiten de verzekeraar om en dat gebeurt dan vaak bij de concurrentie van Belron.
**Dat is een markt waar bestuurders zélf betalen om hun autoruit te laten herstellen, zonder de verzekeraar aan te spreken. Historisch gezien bleef Belron weg uit die markt. In 2024 werd een piloot gestart om ook die markt te betreden en sommige autobestuurders blijken de klantgerichtheid van Belron te appreciëren. Voor Belron zijn het de eerst stappen in de markt, maar er was aan groei met meer dan 10% in eerste jaarhelft van 2025. Cruciaal blijkt om goeie lokale communicatie te hebben en om scherpe prijzen aan te bieden. Belron bekijkt of het autoruiten bij de mensen thuis kan herstellen/vervangen.
Auto onder druk, maar beter dan verwacht
De Auto‑divisie zag de omzet in 2025 met 5,5 procent dalen tot 4.979 miljoen euro, wat beter was dan de verwachting van KBC Securities en de gav. De aangepaste winst vóór intrest en belastingen daalde met 13,9 procent tot 232 miljoen euro, terwijl de aangepaste winst vóór belastingen uitkwam op 215 miljoen euro, eveneens boven de verwachtingen.
De aangepaste vrije kasstroom van Auto bedroeg 147 miljoen euro, ruim boven de raming van KBC Securities (41 miljoen euro).
Stabiele prestatie bij PHE
Bij PHE steeg de omzet in 2025 organisch met 3,9 procent tot 2.937 miljoen euro, iets onder de verwachting van KBC Securities maar boven de gav. De aangepaste winst vóór intrest en belastingen nam toe met 4,0 procent tot 267 miljoen euro, in lijn met de marktverwachtingen.
De aangepaste winst vóór belastingen (groepsaandeel) kwam uit op 182 miljoen euro, wat overeenstemde met de verwachtingen.
Zwakke resultaten bij TVH Parts
TVH Parts kende een moeilijker jaar. De omzet bleef organisch nagenoeg stabiel op 1.669 miljoen euro, wat onder de verwachtingen lag. De aangepaste EBIT daalde met 14,9 procent tot 223 miljoen euro, terwijl de aangepaste winst vóór belastingen met 26,3 procent terugviel tot 72 miljoen euro.
De aanhoudende margedruk bij TVH vormt volgens Michiel Declerq een belangrijke verklaring voor de voorzichtige vooruitzichten van de groep.
Vooruitzichten 2026 voorzichtig, dividend bevestigd
Voor 2026 rekent D’Ieteren op een groei met 3 à 7% van de aangepaste winst vóór belastingen, uitgaande van een referentie van 942 miljoen euro bij constante wisselkoersen. Dat impliceert een bandbreedte van ongeveer 950 tot 1.000 miljoen euro, wat onder de verwachtingen van KBC Securities (1.096 miljoen euro) en de gav (1.078 miljoen euro) ligt.
De vooruitzichten houden rekening met:
D’Ieteren kondigde daarnaast een dividend van 2,0 euro per aandeel aan, in lijn met de verwachting van KBC Securities en boven de gav van 1,90 euro per aandeel.
KBC Securities over D’Ieteren
Volgens KBC Securities‑analist Michiel Declerq bevestigen de resultaten over 2025 de onderliggende kracht van D’Ieteren, met een bijzonder sterke prestatie bij Belron die de zwakkere prestaties bij TVH en Auto ruimschoots compenseerde. Hoewel de vooruitzichten voor 2026 voorzichtiger zijn dan verwacht, wijst de analist op het historisch conservatieve karakter van de voorspelling van D’Ieteren en ziet hij voldoende comfort in de operationele trends.
KBC Securities hanteert voor D’Ieteren een koersdoel van 220 euro (dat hij eind september '25 licht verlaagde) met een “Kopen”‑aanbeveling.
Agfa heeft het boekjaar 2025 afgesloten met een opvallend sterk vierde kwartaal, gedragen door uitstekende prestaties in Digital Printing Solutions en HealthCare IT. Ondanks een moeilijk jaar slaagde de groep erin om de winstgevendheid stevig op te krikken en de vruchten te plukken van eerdere kostenbesparingen, zegt KBC Securities‑analist Guy Sips.
Agfa Gevaert?
Agfa bestaat momenteel uit 3 divisies:
1) Digital Print & Chemicals: de inkjetactiviteiten van het vroegere Agfa Graphics en de activiteiten van de voormalige businessgroep Agfa Specialty Products, hieronder valt ook Green Hydrogen Solutions;
2) Radiology Solutions: de beeldvormingsactiviteiten van de vroegere businessgroep Agfa HealthCare;
3) HealthCare IT: de IT-activiteiten van de vroegere businessgroep Agfa HealthCare.
Daarnaast is er een nieuwe (kleine) divisie genaamd 'Contractor Operations & Services former Offset' of 'CONOPS'. CONOPS vertegenwoordigt onder meer de levering van chemicaliën en een reeks ondersteunende diensten van Agfa aan Offset Solutions.
Sterk vierde kwartaal na uitdagend jaar
Agfa omschrijft 2025 als een zeer uitdagend jaar, maar wist dat af te sluiten met een sterk vierde kwartaal. Vooral HealthCare IT en Digital Print & Chemicals (DPC) presteerden uitzonderlijk goed, terwijl de eerder aangekondigde kostenbesparingsmaatregelen hun effect niet misten.
De prestaties in het vierde kwartaal bevestigen volgens het management dat de strategische keuzes rond de groeimotoren van de groep de juiste zijn.
Winstgevendheid ruim boven verwachtingen
In het vierde kwartaal van 2025 realiseerde Agfa een EBIT* van 29 miljoen euro, duidelijk boven de verwachting van KBC Securities (14,2 miljoen euro) en de gemiddelde analistenverwachting (gav) van 15 miljoen euro.
*EBIT staat voor Earnings Before Interest and Taxes, in het Nederlands meestal bedrijfsresultaat genoemd.Het is de operationele winst van een bedrijf vóór intresten en belastingen.
De omzet kwam uit op 306 miljoen euro, wat iets onder de verwachting van KBC Securities (319,4 miljoen euro) en de gav (315 miljoen euro) lag. Ondanks die lagere omzet was de winstgevendheid bijzonder sterk, met een REBIT*‑marge van 9,5 procent, tegenover 4,5 procent in de verwachting van KBC Securities en 4,8 procent volgens de gav.
*REBIT staat voor Recurring Earnings Before Interest and Taxes. Het is een maatstaf voor de operationele winst van een bedrijf, voor aftrek van rente en belastingen. Het focust op terugkerende activiteiten, dus zonder eenmalige of uitzonderlijke posten (zoals verkoop van activa of herstructureringskosten).
Sterke prestaties binnen Digital Print & Chemicals
Binnen Digital Print & Chemicals werd de winstgevendheid ondersteund door groei in de activiteiten Specialty Films & Chemicals en de groeimotor Green Hydrogen Solutions. Vooral Zirfon, de membraanactiviteit voor waterstofproductie, kende een zeer sterk vierde kwartaal.
Daarnaast breidde Agfa zijn aanbod verder uit voor de sign & display‑ en verpakkingsmarkten, wat bijdroeg aan de solide prestaties van de divisie.
Versnelling in HealthCare IT
Ook HealthCare IT leverde een sterke bijdrage aan het kwartaalresultaat. Agfa versnelde in Noord‑Amerika de overgang naar een cloudgebaseerd abonnementsmodel, wat volgens het bedrijf bijdraagt aan een structureel stabieler inkomstenprofiel. Agfa gaf bovendien aan dat het in deze activiteiten marktaandeel wint, wat het vertrouwen in de langetermijnstrategie van deze divisie versterkt.
Aanhoudende druk op traditionele filmactiviteiten
Tegelijk blijft Agfa geconfronteerd met aanhoudende druk in de markten voor medische filmproducten. Die structurele uitdagingen noodzaakten het bedrijf om sneller en dieper in te grijpen in de kostenstructuur van de traditionele filmactiviteiten.
Agfa versnelde daarom de plannen om deze activiteiten verder te optimaliseren. Tegen het einde van 2025 realiseerde de groep jaarlijkse kostenbesparingen van 36 miljoen euro, wat rechtstreeks bijdroeg aan de sterke prestatie in het vierde kwartaal.
Volgens het management zullen de marktomstandigheden in deze segmenten ook in 2026 uitdagend blijven. Agfa wil deze periode doorkomen met strikte kosten‑ en kasdiscipline.
Vrije kasstroom beïnvloed door transformatie
Over heel 2025 realiseerde Agfa een positieve vrije kasstroom* van 35 miljoen euro. Dat was vooral te danken aan:
*Vrije kasstroom is het bedrag dat een bedrijf na investeringen overhoudt om schulden af te bouwen, aandeelhouders te vergoeden of te groeien.
Voor 2026 verwacht Agfa echter opnieuw een negatieve vrije kasstroom, als gevolg van aanzienlijke kasuitstromen die verband houden met de lopende transformatie‑ en herstructureringsplannen.
KBC Securities over Agfa
Volgens KBC Securities‑analist Guy Sips toont Agfa met de sterke prestaties in het vierde kwartaal aan dat de gekozen strategische focus op Digital Printing Solutions, HealthCare IT en Green Hydrogen Solutions begint te renderen. Tegelijk blijven de structurele uitdagingen in de traditionele filmactiviteiten wegen op het profiel van de groep en zal de transformatie ook in 2026 een impact hebben op de kasstromen.
KBC Securities handhaaft voor Agfa een koersdoel van 1 euro met een “Houden”‑aanbeveling.
UCB heeft positieve resultaten bekendgemaakt van een belangrijke vergelijkende studie met Bimzelx bij patiënten met psoriatische artritis. In een directe vergelijking bleek Bimzelx statistisch significant beter te presteren dan Skyrizi (geproduceerd door Amerikaanse farmabedrijf AbbVie) op het primaire eindpunt. Dat is een belangrijke stap voor de commerciële positie van Bimzelx in een grote en competitieve markt, zegt KBC Securities‑analist Jacob Mekhael.
UCB?
UCB is een in België gevestigd biofarmaceutisch bedrijf dat gespecialiseerd is in twee therapeutische gebieden: ziekten van het centrale zenuwstelsel (CZS) en immunologie. Op het gebied van aandoeningen van het centrale zenuwstelsel richt het bedrijf zich op epilepsie, het Dravetsyndroom, het LennoxGastautsyndroom, myasthenia gravis, rustelozebenensyndroom en de ziekte van Parkinson, en het immunologiegebied omvat reumatoïde artritis, osteoporose, psoriasis, artritis psoriatica, axiale spondyloartritis, hidradenitis suppurativa, de ziekte van Crohn, lupus en juveniele idiopathische artritis.
Positieve topline‑resultaten uit de BE BOLD‑studie
UCB kondigde positieve topline‑data aan uit de BE BOLD‑studie, waarin Bimzelx – een IL‑17 A/F‑antilichaam – werd vergeleken met Skyrizi, een IL‑23‑antilichaam, bij volwassenen met actieve psoriatische artritis (PsA).
De BE BOLD‑studie is een multicenter (uitgevoerd in meerdere ziekenhuizen), gerandomiseerde* , dubbelblinde (noch patiënt , noch arts weten wie welke behandeling kreeg) studie met parallelle groepen, waarin de werkzaamheid en veiligheid van Bimzelx werd geëvalueerd tegenover Skyrizi. In totaal namen 553 patiënten deel aan de studie. De deelnemers hadden actieve PsA en waren ofwel biologisch naïef (patiënt is nog nooit behandeld met een biologisch geneesmiddel), of hadden eerder maximaal één TNF‑remmer gekregen, maar met onvoldoende effect of onaanvaardbare bijwerkingen.
*De deelnemers worden willekeurig toegewezen aan een behandelingsgroep (Bimzelx) of een controlegroep (Skyrizi). Zo worden vertekeningen vermeden.
De patiënten werden 1‑op‑1 gerandomiseerd om Bimzelx of Skyrizi te ontvangen. De studie bleef dubbelblind tot week 24.
Bimzelx beter op primair eindpunt
Het primaire eindpunt van de BE BOLD‑studie was het behalen van ACR50 na 16 weken. ACR50 staat voor een verbetering van minstens 50 procent volgens de criteria van het American College of Rheumatology.
Bimzelx behaalde op dit primaire eindpunt een statistisch significante superioriteit tegenover Skyrizi na 16 weken behandeling. Volgens Jacob Mekhael is dit een bijzonder relevante uitkomst, omdat het hier gaat om een rechtstreekse head‑to‑head‑vergelijking tussen twee belangrijke behandelingen in psoriatische artritis.
Daarnaast werd gemeld dat de behandeling met Bimzelx goed werd verdragen, met geen nieuwe veiligheidssignalen tot en met week 16.
Strategisch belang voor UCB
Volgens Jacob Mekhael is deze positieve lezing vooral belangrijk omdat de PsA‑markt de op één na grootste indicatie is, na psoriasis (PsO). Tot op vandaag heeft de IL‑23‑klasse, waartoe Skyrizi behoort, marktaandeel gewonnen ten opzichte van IL‑17‑behandelingen binnen PsA.
De resultaten van BE BOLD geven UCB nu echter sterk klinisch bewijs om Bimzelx nadrukkelijker in de markt te positioneren. Een bewezen superioriteit in een head‑to‑head‑studie biedt het commerciële team van UCB volgens de analist een duidelijk argument om marktaandeel terug te winnen of uit te breiden binnen dit segment.
Volledige dataset nog verwacht
De gepubliceerde resultaten betreffen topline‑data. UCB heeft aangekondigd dat de volledige dataset zal worden ingediend voor presentatie op een komend internationaal congres.
Jacob Mekhael kijkt vooral uit naar de numerieke verschillen tussen beide behandelingen en naar de volledige set van secundaire eindpunten, die meer inzicht zullen geven in de klinische relevantie en de breedte van het voordeel van Bimzelx ten opzichte van Skyrizi.
KBC Securities over UCB
Volgens KBC Securities‑analist Jacob Mekhael vormt deze positieve BE BOLD‑studie een belangrijke katalysator voor Bimzelx. De aangetoonde superioriteit tegenover Skyrizi in een directe vergelijking versterkt de commerciële positionering van UCB binnen de psoriatische‑artritis‑markt en kan op termijn bijdragen aan een groter marktaandeel.
Wil je de jaarresultaten 2025 van UCB er op na lezen? Dat kan hier.
KBC Securities handhaaft voor UCB een koersdoel van 284 euro met een “Kopen”‑aanbeveling.
TINC heeft over 2025 stabiele resultaten neergezet, met een sterke groei van de portefeuille dankzij de volledige investering van de opbrengst uit de kapitaalverhoging. De focus verschoof daarbij verder richting hoger renderende corporate infrastructuur, wat het rendement ondersteunt maar ook leidde tot hogere discontovoeten, zegt KBC Securities‑analist Livio Luyten.
TINC?
The Infrastructure Company (TINC) is gevestigd in Antwerpen. TINC heeft participaties in operationele en volgroeide infrastructuuractiva met een kasstroom op lange termijn die zeer voorspelbaar is. De portefeuille van TINC bestaat uit 4 verschillende divisies, namelijk 'Openbare Infrastructuur', 'Energie Infrastructuur', 'Digitale Infrastructuur' en 'Selectief Vastgoed', terwijl de projecten verspreid zijn over België, Nederland en Ierland.
Sterke groei van de portefeuille in 2025
TINC rapporteerde over 2025 een stijging van de reële waarde van de portefeuille met 39,3 procent tot 713,2 miljoen euro. Die groei lag duidelijk boven de waarde die KBC Securities eerder in haar model had voorzien, namelijk 679,3 miljoen euro aan het einde van 2025.
Een belangrijk deel van de stijging is toe te schrijven aan de volledige investering van de 113 miljoen euro die werd opgehaald via de kapitaalverhoging (zie lager) in juni 2025. Deze middelen werden in de loop van het jaar integraal ingezet, wat de versnelling van de portefeuillegroei verklaart.
Portefeuilleresultaat onder verwachting door hogere discontovoet
Het portefeuilleresultaat bedroeg 51,4 miljoen euro, goed voor een rendement van 10,03 procent. Dat lag onder de verwachting van KBC Securities, die uitging van 56,8 miljoen euro. Volgens Livio Luyten is dit vooral te verklaren door de hogere gewogen gemiddelde discontovoet*, die opliep tot 9,19 procent, tegenover 8,40 procent aan het einde van 2024.
*De gemiddelde discontovoet is het rendement dat beleggers gemiddeld eisen om toekomstige inkomsten van een portefeuille vandaag te waarderen.
Die stijging hangt samen met de verdere verschuiving naar corporate infrastructuur, en meer bepaald naar energie‑infrastructuur. Binnen dat segment steeg de discontovoet tot 10,03 procent, tegenover 8,18 procent een jaar eerder. De nettowinst kwam uit op 40,6 miljoen euro, of 0,84 euro per aandeel.
Sterke kasinstromen en stijgende intrinsieke waarde
De kasontvangsten uit de portefeuille waren volgens Livio Luyten bijzonder sterk en bedroegen 75,8 miljoen euro, een duidelijke stijging ten opzichte van het voorgaande jaar.
De intrinsieke waarde (NAV) van TINC steeg tot 637,5 miljoen euro, tegenover 506,4 miljoen euro eind 2024. Dat is wel licht onder de verwachting van KBC Securities, die uitging van 641,3 miljoen euro. De intrinsieke waarde per aandeel kwam uit op 13,15 euro, tegenover 13,93 euro eind 2024.
De daling op per‑aandeelbasis is het gevolg van de uitkering over het vorige boekjaar, goed voor 21,1 miljoen euro of 0,58 euro per aandeel, en van de verwatering door de kapitaalverhoging.
Actieve investeringsstrategie en goed gespreide portefeuille
In 2025 engageerde TINC zich voor 123,7 miljoen euro aan nieuwe investeringen in twee nieuwe participaties: Project Mufasa, een grootschalig batterijopslagsysteem in Nederland, en Interparking, een Europese uitbater van parkeergarages.
Daarnaast werden ook bijkomende investeringen gedaan in bestaande participaties, waaronder Azulatis, GlasDraad, DCU, Storm en Yally. In totaal beliepen de effectieve investeringen 225,6 miljoen euro.
De portefeuille is vandaag goed gespreid over verschillende infrastructuursegmenten:
De uitstaande contractuele investeringsverplichtingen bedragen 103,1 miljoen euro, voornamelijk binnen publieke infrastructuur (65,5 miljoen euro) en energie‑infrastructuur (21,7 miljoen euro). Deze middelen zullen naar verwachting vooral in de periode 2026–2028 worden ingezet, wat de portefeuille richting 816 miljoen euro moet stuwen.
Kapitaalverhoging volledig ingezet
In juni 2025 rondde TINC met succes een kapitaalverhoging van 113 miljoen euro af via een voorkeurrechtenuitgifte. Daarbij werden 12,12 miljoen nieuwe aandelen uitgegeven tegen een uitgifteprijs van 9,34 euro, met een verhouding van 1 nieuw aandeel voor 3 bestaande aandelen.
De operatie kende een opnamegraad van 75,6 procent, waarna het resterende deel via een rump‑plaatsing werd verkocht. Het totale aantal uitstaande aandelen steeg hierdoor tot 48,48 miljoen. De volledige opbrengst van de kapitaalverhoging werd inmiddels geïnvesteerd ter ondersteuning van de groeistrategie.
Aandeelhoudersstructuur en uitkering
Na een herstructurering in maart 2025 bezit Infravest – een partnerschap tussen Gimv, WorxInvest en Belfius – 25,25 procent van de aandelen van TINC.
Voor 2025 stelt TINC een bruto uitkering van 0,59 euro per aandeel voor, een stijging met 1,7 procent op jaarbasis en de negende opeenvolgende verhoging. De uitkering bestaat uit een dividend van 0,17 euro per aandeel en een kapitaalvermindering van 0,42 euro per aandeel, betaalbaar in mei 2026, onder voorbehoud van goedkeuring door de algemene vergadering.
KBC Securities over TINC
Volgens KBC Securities‑analist Livio Luyten toont TINC met deze resultaten aan dat het bedrijf in staat is om zijn portefeuille op een consistente manier te laten groeien, ondersteund door de succesvolle en volledig geïnvesteerde kapitaalverhoging. De verschuiving naar hoger renderende corporate infrastructuur verhoogt het langetermijnpotentieel, terwijl de goed gespreide portefeuille en zichtbaarheid op verdere investeringen richting 816 miljoen euro de groeistrategie ondersteunen.
KBC Securities hanteert voor TINC een koersdoel van 14 euro met een “Kopen”‑aanbeveling.
Exxon Mobil verplaatst juridische zetel naar Texas.
Spirit Airlines haalt bijna 500 piloten terug aan boord.
Kohl’s ziet kledingverkoop aantrekken maar blijft voorzichtig over 2026.
Boeing kampt met vertragingen bij leveringen van 737 MAX.
Citigroup rekent op stevige groei in investment banking en trading.
AT&T versnelt netwerkuitbouw met megainvesteringen.
Oracle verhoogt langetermijndoelstellingen dankzij AI‑datacenters.
De jaarresultaten van Basic‑Fit lagen licht boven de eerdere tradingupdate en bevestigen het operationele herstel van de fitnessketen. De groep realiseerde opnieuw een positieve vrije kasstroom*, terwijl de ledenaantallen en opbrengst per lid verder blijven stijgen. De focus ligt dit jaar vooral op schuldafbouw en het verder verfijnen van het businessmodel, zegt KBC Securities‑analiste Lynn Hautekeete.
*Vrije kasstroom is het bedrag dat een bedrijf na investeringen overhoudt om schulden af te bouwen, aandeelhouders te vergoeden of te groeien.
Basic-Fit?
Met meer dan 1.200 clubs in zes landen, is Basic-Fit de grootste fitnessketen in Europa. Het is marktleider in vijf landen met 3,5 miljoen leden. Basic-Fit werkt volgens het clustermodel en biedt drie verschillende abonnementen aan tussen de 20 en 30 euro.
Resultaten 2025 licht boven verwachting
Basic‑Fit rapporteerde voor 2025 een onderliggende EBITDA* min huur die ongeveer 1,0 procent hoger lag dan de tradingupdate die het bedrijf in januari 2026 publiceerde. De onderliggende EBITDA min huur kwam uit op 348,0 miljoen euro, tegenover 344,0 miljoen euro in de eerdere vooruitblik, wat overeenkomt met een stijging van 11,0 procent op jaarbasis.
*Onderliggende EBITDA is de operationele winstgevendheid van een bedrijf, waarbij eenmalige, uitzonderlijke of niet‑operationele elementen worden weggefilterd. EBITDA zelf staat voor: Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortisation (winst vóór rente, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen). De toevoeging “onderliggend” betekent dat men wil tonen hoe het bedrijf presteert in zijn normale, terugkerende activiteit. Het doel is een zuiver beeld van de structurele winstgevendheid te geven, los van tijdelijke effecten.
De omzet en winstgevendheid evolueren daarmee in lijn met de verwachtingen, terwijl het bedrijf verdere vooruitgang boekt in de schaalvergroting van zijn activiteiten in Europa. De resultaten bevestigen volgens Lynn Hautekeete dat de operationele fundamenten van Basic‑Fit opnieuw verbeteren na een periode van sterke expansie en oplopende schulden.
Ongewijzigde vooruitzichten voor 2026
De vooruitzichten voor 2026 bleven ongewijzigd. Basic‑Fit mikt op een omzet tussen 1,64 miljard en 1,69 miljard euro, inclusief de bijdrage van Clever Fit. Voor de onderliggende EBITDA min huur verwacht het bedrijf een resultaat tussen 405,0 miljoen en 445,0 miljoen euro.
Deze voorspelling werd opgesteld vóór de aankondiging dat de geplande btw‑verhoging in België, van 6,0 procent naar 12,0 procent, mogelijk wordt uitgesteld. Die btw‑verhoging zou oorspronkelijk ingaan op 1 maart en zou op jaarbasis een negatieve impact hebben gehad van ongeveer 15,0 miljoen euro op de EBITDA min huur. Indien de maatregel effectief wordt uitgesteld tot 1 januari 2027 – wat voorlopig nog niet formeel bevestigd is – zou dat in 2026 net een positief effect van ongeveer 12,5 miljoen euro opleveren.
Ledenbasis blijft groeien
Een belangrijke operationele motor blijft de groei van het aantal leden per club. Het gemiddelde aantal leden per club steeg van 2.701 in 2024 naar 2.902 in 2025. Die positieve trend zette zich ook door in het eerste kwartaal van 2026.
In de eerste tien weken van 2026 kwamen er ongeveer 200.000 nieuwe leden bij. Dat ligt in lijn met de groei van 220.000 leden in het eerste kwartaal van 2025, al wordt dit keer vermoedelijk ondersteund door een lager aantal nieuwe clubopeningen. In het eerste kwartaal van 2025 opende Basic‑Fit nog 41 nieuwe clubs, terwijl het exacte aantal nieuwe openingen begin 2026 nog niet werd meegedeeld.
Hogere opbrengst per lid ondersteunt winstgevendheid
Naast de volumegroei blijft ook de opbrengst per lid toenemen. De gemiddelde opbrengst per lid steeg van 24,24 euro in 2024 naar 24,91 euro in 2025. Voor 2026 rekent KBC Securities in haar model op een verdere stijging naar gemiddeld 25,50 euro.
Volgens Lynn Hautekeete zijn het net deze twee factoren – een groeiende ledenbasis én een hogere opbrengst per lid – die ervoor zorgen dat de onderliggende EBITDA min huur waarschijnlijk aan de bovenkant van de vooropgestelde vork zal uitkomen.
Terugkeer naar positieve vrije kasstroom
Basic‑Fit realiseerde in 2025 opnieuw een positieve vrije kasstroom vóór overnames van 26,1 miljoen euro, of 0,41 euro per aandeel. In 2024 bedroeg de vrije kasstroom nog ‑88,3 miljoen euro. Dat betekent een duidelijke verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar.
De fitnessketen had in het verleden meermaals een positieve vrije kasstroom beloofd, maar stelde beleggers teleur door agressieve clubexpansie die grotendeels werd gefinancierd via de eigen balans. Dat leidde tot een hoge schuldenlast, met een hefboom die boven 2,5 keer uitkwam.
Focus op schuldafbouw en franchisemodel
De strategische verschuiving van een volledig eigen clubmodel naar een franchisemodel creëert volgens Lynn Hautekeete meer ruimte voor aandeelhoudersvergoedingen op langere termijn. Tegelijk blijft schuldafbouw een prioriteit.
Eind 2025 bedroeg de hefboom* 2,7 keer, gecorrigeerd voor opstartverliezen. KBC Securities verwacht dat deze ratio tegen eind 2026 kan dalen tot ongeveer 2,0 keer, terwijl Basic‑Fit zelf rekent op een niveau dat iets hoger ligt.
*Hefboom (of leverage) geeft aan hoe sterk een bedrijf gefinancierd is met schulden in verhouding tot zijn winstcapaciteit. Een hefboom van 2,7 keer betekent dat de nettoschuld 2,7 jaar operationele winst (EBITDA) bedraagt.
Investeringen grotendeels volgens verwachting
De onderhoudsinvesteringen en investeringen voor nieuwe clubs lagen grotendeels in lijn met de verwachtingen. De onderhoudscapex (kosten voor onderhoud) bedroeg ongeveer 60.000 euro per club, terwijl de investeringen per nieuwe club uitkwamen op 1,33 miljoen euro.
De overige investeringen lagen met 31,0 miljoen euro hoger dan verwacht. Gezien de iets hogere hefboomdoelstelling gaat Lynn Hautekeete ervan uit dat deze overige investeringen ook in 2026 relatief hoog zullen blijven.
KBC Securities over Basic‑Fit
Volgens KBC Securities‑analiste Lynn Hautekeete bevestigen de resultaten dat Basic‑Fit opnieuw vooruitgang boekt op het vlak van winstgevendheid en kasstroomgeneratie. De combinatie van stijgende ledenaantallen, hogere opbrengsten per lid en een meer kapitaallicht franchisemodel ondersteunt het herstelverhaal. Tegelijk blijft schuldafbouw een belangrijk aandachtspunt voor de komende jaren.
KBC Securities hanteert voor Basic‑Fit een koersdoel van 26 euro met een “Houden”‑aanbeveling.
Pershing Square bereidt beursgang van bestaand fonds en Pershing Square USA voor.
Havas versterkt luxepositie met overname van evenementenbureau Eyesight.
Novo Nordisk werkt FDA‑waarschuwingen weg na inspecties in de Verenigde Staten.
Vestas sleept nieuwe offshore‑windorder van RWE in het Verenigd Koninkrijk binnen.
Kinnevik weerlegt short seller‑rapport.
BP betwist klimaatresolutie terwijl Follow This met juridische stappen dreigt.
BioNTech ziet oprichters vertrekken.
Canal+ rolt generatieve AI uit via strategisch partnerschap met Google Cloud.
Thales lanceert geïntegreerd lucht‑ en raketverdedigingssysteem SkyDefender.
Rheinmetall voorspelt sterke omzetgroei en verhoogt vooruitzichten.
Henkel mikt op bescheiden groei en verhoogt dividend ondanks economische tegenwind.
Inditex handhaaft solide omzetgroei ondanks afkoelende consumentenmarkt.
Uniper keert opnieuw dividend uit in aanloop naar terugkeer naar de beurs.
Porsche hertekent strategie en focust opnieuw op winstgevende segmenten.
D’Ieteren overtreft verwachtingen dankzij sterke prestaties bij Belron.
Agfa verrast positief met sterk kwartaal en versnelt strategische ommezwaai.
UCB versterkt commerciële positie van Bimzelx met overtuigende studieresultaten.
Argan krijgt logistieke portefeuille opnieuw volledig verhuurd.
TINC vergroot infrastructuurportefeuille fors na volledige kapitaalinzet.
Basic Fit realiseert eerste positieve vrije kasstroom en bevestigt vooruitzichten.
Prosus profiteert van AI‑gedreven koerssprong bij Tencent.
Cenergy Holdings sluit langlopende kabelovereenkomst met Alliander.
SBM Offshore treedt toe tot de AEX ten koste van Randstad.
Datum en uur van publicatie: 11/03/2026 om 09:00
Deze mededeling is niet opgesteld overeenkomstig de voorschriften ter bevordering van de onafhankelijkheid van onderzoek op beleggingsgebied en is daarom niet onderworpen aan het verbod om al voor de verspreiding van onderzoek op beleggingsgebied te handelen.