wo. 13 mei 2026
Donderdag 14 mei 2026
Vrijdag 15 mei 2026
Maandag 18 mei 2026
Amerikaanse banken zetten druk op toezichthouders om de herziene Basel III Endgame-regels verder te versoepelen vóór de tussentijdse verkiezingen van november 2026. Hoewel het huidige voorstel al aanzienlijk minder streng is dan de oorspronkelijke versie uit 2023, blijft de impact sterk verschillen per bank. Dit creëert duidelijke winnaars en verliezers binnen de sector, aldus KBC Securities-analist Guglielmo Filangiere.
Minder strenge regels, maar nog steeds belangrijke verschillen
De herziene Basel III-voorstellen betekenen een duidelijke verschuiving richting een soepeler kapitaalregime voor Amerikaanse banken. Waar eerdere voorstellen nog een forse kapitaalverhoging impliceerden, wijzen recente aanpassingen eerder op beperkte stijgingen of zelfs lichte dalingen van de totale kapitaalvereisten.
Toch blijft de impact ongelijk verdeeld: JPMorgan verwacht nog steeds een stijging van zijn kapitaalvereisten, terwijl sectorgenoten zoals Bank of America relatief beter gepositioneerd zijn om te profiteren van de algemene versoepeling.
Ongebruikte kredietlijnen cruciaal discussiepunt
Een belangrijk twistpunt in de onderhandelingen is de behandeling van ongebruikte kredietlijnen, in het bijzonder bij kredietkaarten. Volgens het huidige voorstel zou 10 procent van deze ongebruikte, maar opzegbare kredietlijnen worden omgezet in risicoblootstelling voor kapitaaldoeleinden. Dit verhoogt de kapitaalvereisten voor banken en kan hen ertoe aanzetten om kredietlimieten te verlagen of ongebruikte capaciteit te beperken.
Voor banken met grote kredietkaartportefeuilles vormt dit een directe impact op hun businessmodel en winstgevendheid, waardoor dit een centraal aandachtspunt blijft in de gesprekken met toezichthouders.
JPMorgan blijft kwetsbaar door GSIB-surplus
Voor JPMorgan ligt de grootste gevoeligheid bij de GSIB-surplus, de extra kapitaalbuffer voor systeembanken. Door de groei van zijn balans en internationale activiteiten is de systemische score van de bank de voorbije jaren automatisch gestegen. Hierdoor blijft JPMorgan relatief zwaarder belast dan sectorgenoten, ongeacht de algemene richting van de hervorming.
De bank pleit dan ook voor een herkalibratie van deze surcharge, die beter rekening houdt met economische groei sinds 2015. Zonder aanpassing dreigt JPMorgan een van de minst bevoordeelde spelers te blijven binnen het nieuwe regelgevend kader, gezien zijn grotere blootstelling aan kapitaalintensieve activiteiten.
Bank of America relatief beter gepositioneerd
Voor Bank of America ligt de belangrijkste gevoeligheid bij de uiteindelijke behandeling van kredietkaartverplichtingen, terwijl de impact van de GSIB-surplus beperkter is dan bij JPMorgan. Indien de uiteindelijke regelgeving effectief leidt tot een bredere kapitaalverlichting, lijkt Bank of America beter gepositioneerd om hiervan te profiteren. De uiteindelijke upside hangt echter sterk af van de mate waarin toezichthouders versoepelingen doorvoeren rond ongebruikte kredietlijnen en de interactie met stresstests. Ook andere grote Amerikaanse banken zoals Citi en Wells Fargo bevinden zich in een vergelijkbare positie, waarbij zij mogelijk sterker profiteren van een soepeler regelgevend kader.
Richting positief voor sector, maar ongelijk verdeeld
Hoewel de algemene richting van de hervormingen positief blijft voor de Amerikaanse bankensector, is de impact allesbehalve uniform. Banken met minder blootstelling aan GSIB-mechanismen en met een gunstiger profiel in consumentenkredieten lijken het meest te profiteren van de verwachte versoepelingen. Daartegenover staan spelers zoals JPMorgan, die door hun omvang en complexiteit structureel meer kapitaal moeten aanhouden.
KBC Securities over Amerikaanse banken
KBC Securities-analist Guglielmo Filangiere benadrukt dat het regelgevend momentum duidelijk in het voordeel van de sector evolueert, met toenemende kans op bijkomende kapitaalverlichting. Hij wijst er echter op dat de voordelen ongelijk verdeeld zijn.
Bank of America en vergelijkbare spelers lijken het best gepositioneerd om te profiteren van een zachtere Basel-uitkomst, terwijl JPMorgan kwetsbaar blijft door zijn hogere systemische profiel en de impact van de GSIB-surplus.
KBC Securities blijft positief op Bank of America met een kopen-aanbeveling en een koersdoel van 60 dollar, terwijl JPMorgan een ‘houden-aanbeveling behoudt met een koersdoel van 330 dollar.
Siemens zette in het tweede kwartaal van boekjaar 2026 een degelijke prestatie neer, met sterke ordergroei en robuuste winstgevendheid ondanks hoge verwachtingen. Vooral Smart Infrastructure profiteerde van de explosieve vraag naar datacenter- en AI-infrastructuur, terwijl Digital Industries beter dan verwachte marges realiseerde. Toch blijven vragen bestaan rond de duurzaamheid van de ordergroei en de evolutie van de automatiseringscyclus, aldus KBC Securities-analist Andrea Gabellone.
Siemens?
Siemens behoort tot de giganten op het gebied van elektronica en industriële engineering en is actief via de segmenten Digital Industries (DI), Smart Infrastructure (SI) en Mobility. Siemens heeft ook een belang in het beursgenoteerde bedrijf Siemens Healthineers en in Siemens Energy. De andere segmenten (Financiële Diensten en Holdingmaatschappijen) vertegenwoordigen een klein deel van de groepsinkomsten.
Sterke orders en recordbacklog ondersteunen prestaties
Siemens rapporteerde in het tweede kwartaal een omzet van 19,8 miljard euro, goed voor een groei van 6 procent op vergelijkbare basis, terwijl de gerapporteerde omzet stabiel bleef door negatieve wisselkoerseffecten.
De orders stegen sterk tot 24,1 miljard euro, een toename van 11 procent gerapporteerd en 18 procent op vergelijkbare basis. Dit resulteerde in een book-to-bill-ratio van 1,22 en een recordorderboek van 124 miljard euro, wat de zichtbaarheid voor toekomstige groei aanzienlijk versterkt.
De industriële activiteiten realiseerden een winst van 3,0 miljard euro met een marge van 15,4 procent, terwijl de nettowinst uitkwam op 2,2 miljard euro en de winst per aandeel (voor PPA) 2,81 euro bedroeg.
Smart Infrastructure profiteert van sterke datacenterdemand
Smart Infrastructure was de duidelijke uitblinker, met een recordinstroom van orders en uitzonderlijk sterke groei in de datacenteractiviteiten. Het management benadrukte dat de vraag vanuit cloud- en AI-infrastructuur “ongekende groei van meerdere honderdtallen procenten” liet zien, wat aangeeft hoe sterk de investeringsgolf rond artificiële intelligentie doorwerkt in industriële infrastructuur.
Deze trend past binnen een bredere structurele verschuiving waarbij AI en datacenters wereldwijd investeringen in elektrificatie en infrastructuur aanjagen, wat Siemens rechtstreeks ten goede komt.
Digital Industries verrast met sterke marges
Een tweede positief element kwam van Digital Industries, waar de winstgevendheid duidelijk boven de verwachtingen uitkwam. De marge bedroeg 18,5 procent, wat Siemens ertoe aanzette de margeverwachting voor 2026 te verhogen naar een vork van 17 tot 19 procent.
De sterke prestatie wordt ondersteund door de softwareactiviteiten, die profiteren van verdere digitalisering en AI-integratie industriële toepassingen. Tegelijk blijft de hardwarematige automatiseringscyclus normaliseren, wat vragen oproept over de duurzaamheid van de groei.
Gemengde signalen bij orders en Mobility
Tegenover de positieve punten staan ook enkele aandachtspunten. Orders bij Digital Industries bleven eerder in lijn met de verwachtingen en toonden geen duidelijke versnelling, onder meer in China.
Daarnaast viel de marge in de Mobility-divisie terug tot 6,9 procent, onder invloed van Amerikaanse invoertarieven en timingeffecten in projecten. Hoewel het management verwacht dat de marges in de tweede jaarhelft zullen verbeteren, onderstreept dit de volatiliteit binnen het segment.
Vooruitzichten bevestigd en extra kapitaalreturn
Siemens bevestigde zijn vooruitzichten voor 2026, met een verwachte omzetgroei van 6 tot 8 procent en een book-to-bill-ratio boven 1. De winst per aandeel (pre PPA) wordt geraamd tussen 10,70 euro en 11,10 euro. Daarnaast kondigde de groep een nieuw aandeleninkoopprogramma aan van maximaal 6 miljard euro, gespreid over meerdere jaren, wat de focus op kapitaalallocatie en aandeelhoudersrendement bevestigt.
Vraagtekens rond duurzaamheid van groei
Hoewel de resultaten duidelijk solide zijn, blijft de kwaliteit van de groei onderwerp van discussie. De sterke orderinstroom bij Smart Infrastructure is sterk gelinkt aan datacenterprojecten, wat de vraag oproept hoe duurzaam deze uitzonderlijke groeitrend is. Tegelijk is het onduidelijk of Digital Industries effectief een versnelling zal tonen in de tweede jaarhelft, en in welke mate software de normalisering in hardware kan blijven compenseren.
KBC Securities over Siemens
KBC Securities-analist Andrea Gabellone stelt dat Siemens een degelijke prestatie neerzet met sterke orders, robuuste marges en een duidelijke blootstelling aan structurele AI-groei via datacenters. Tegelijk plaatst hij vraagtekens bij de houdbaarheid van de huidige orderniveaus, vooral binnen Smart Infrastructure, en bij het vermogen van Digital Industries om de groei te versnellen in de tweede jaarhelft.
Hoewel de onderliggende trends positief blijven, verkiest hij momenteel alternatieven met een meer directe blootstelling aan AI-capex, zoals Schneider Electric.
KBC Securities behoudt het ‘Houden’-advies met een koersdoel van 220 euro.
Vodafone?
Vodafone is één van de grootste telecomoperatoren ter wereld. Het heeft zijn thuisbasis in het VK en het heeft meer dan 300 miljoen klanten. Het netwerk van de onderneming overspant ongeveer 21 landen. Het bedrijf genereert zo'n driekwart van zijn omzet in Europa.
Vodafone maakte rapporteerde over het vierde kwartaal van het boekjaar 2026 (boekjaar begint op 1 april) resultaten die licht ontgoochelden. Over het vierde kwartaal (eindigend op 31/03/26) groeide de omzet uit diensten organisch 5.1%, 20 basispunten boven de gemiddelde analistenverwachtingen. Aangezien Vodafone de organische omzetgroei in lokale munt rapporteert, komt een zeer forse bijdrage aan die groei uit Turkije (+33.7%) waar hyperinflatie heerst.
In Europa bedroeg de (organische) groei (uit diensten) 0.8%, in lijn met de verwachting. Positief was dat in kernmarkt Duitsland de omzetgroei voor het derde kwartaal op rij positief was. Anderzijds verloor Vodafone er netto 90 000 breedbandinternetklanten, wat zorgen baart. In het VK presteerde het bedrijf licht onder de consensus.
De bedrijfskasstroom (EBITDAaL) lag circa 3% onder de consensus.
Voor het lopende boekjaar 2027 gaat Vodafone van:
Deze targets liggen grotendeels in lijn met de gav, behalve dan de EBITDAaL in Europa die 1,5% onder de verwachting uitkomt. Over het boekjaar 2026 trekt Vofanone het dividend met 2,5% op. Er komt geen nieuw aandeleninkoopprogramma aangezien het bedrijf 4,3 miljard pond zal neertellen om de 49% die het nog niet in bezit had in de Britse JV te verwerven.
KBC Securities over Vodafone
VOD heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt in het stroomlijnen van de activiteitenportefeuille (fusie in het VK, desinvestering van Spanje/Italië). En vorige week nog maakte het bekend dat het van plan is voor 100% eigenaar zal worden van de activiteiten in het VK. De belangrijkste eindmarkt - Duitsland - blijft evenwel zorgen baren. De voorbije kwartalen was er wel (positieve) omzetgroei, maar dit is slechts te danken aan inkomsten die Vodafone puurt uit een MVNO. De omzet van het kernmerk kalft nog steeds af. Een oplossing lijkt hier niet voor meteen. Zware investeringen in de uitbouw van een glasvezelnetwerk dringen zich mogelijk op.
De resultaten bevatten geen grote verrassingen en bevestigen de gangbare trend. De jaarprognose voor de groep lag dan wel in lijn met de consensus, maar de prognose voor Europa stelde teleur.
De analist van KBC Securities, Kurt Ruts, bevestigen de verkopen-aanbeveling maar trekt het koersdoel op van 87 pence naar 99 pence.
Proximus zette in het eerste kwartaal van 2026 solide resultaten neer, met een stabiele evolutie van de binnenlandse diensteninkomsten en een sterke EBITDA-prestatie boven de verwachtingen. De omzetdaling op groepsniveau werd voornamelijk veroorzaakt door lagere B2B-hardwareverkopen en een verwachte terugval in de internationale activiteiten. De groep blijft goed op koers om zijn jaarprognoses te halen, ondanks een competitieve markt, aldus KBC Securities-analist Michiel Declercq.
Proximus?
Proximus is de belangrijkste nationale telecomaanbieder in België, actief onder de merknamen Proximus, Scarlet en Mobile Vikings. De groep heeft een nationaal breedband- en mobiel marktaandeel van 40-50% en een videomarktaandeel van 30-40%. Proximus is ook internationaal actief via het digitale identiteitsbedrijf Telesign en communicatieplatform BICS. De Belgische overheid is nog altijd meerderheidsaandeelhouder met een belang van 53,5%. Proximus voert verder ook de Fiber-race aan met een nationale dekking van 20%.
Groepsresultaten boven verwachtingen dankzij sterke EBITDA
De groepsomzet daalde in het eerste kwartaal met 6,8 procent, of 6,2 procent op pro forma basis, tot 1.524 miljoen euro, iets onder de verwachtingen (KBC Securities: 1.545 miljoen euro; gemiddelde analistenverwachtingen (gav): 1.552 miljoen euro). Deze daling werd voornamelijk veroorzaakt door lagere verkopen van hardware met lage marges in het B2B-segment en een verwachte afname van de internationale activiteiten.
De onderliggende EBITDA kwam uit op 468 miljoen euro, duidelijk boven de verwachtingen (KBC Securities en gav: 456 miljoen euro). Dit komt neer op een daling van 2,6 procent, of 1,9 procent op pro forma basis.
De organische vrije kasstroom bedroeg 19 miljoen euro, tegenover een negatieve verwachting (KBC Securities: -36 miljoen euro; consensus: -22 miljoen euro), wat wijst op een sterke kasgeneratie.
Binnenlandse activiteiten tonen stabiliteit
De binnenlandse omzet daalde met 2,6 procent, of 1,7 procent op pro forma basis, tot 1.184 miljoen euro, voornamelijk door lagere IT-hardwareverkopen na een sterke vergelijkingsbasis.
De diensteninkomsten bleven stabiel en stegen zelfs licht met 0,1 procent op pro forma basis tot 949 miljoen euro, in lijn met de verwachtingen en de jaarprognose. Binnen dit segment stegen de inkomsten in residentiële activiteiten met 1,5 procent tot 631 miljoen euro, terwijl business-inkomsten met 6,0 procent daalden tot 475 miljoen euro. Wholesale-inkomsten daalden met 7,7 procent tot 55 miljoen euro.
De onderliggende EBITDA in het binnenlandse segment steeg met 1,1 procent, of 1,9 procent op pro forma basis, tot 435 miljoen euro, duidelijk boven de verwachtingen (KBC Securities: 426 miljoen euro; gav: 425 miljoen euro).
Internationale activiteiten onder druk
De internationale activiteiten kenden een moeilijke start van het jaar, met een omzetdaling van 18,8 procent, of 12,5 procent bij constante wisselkoersen, tot 354 miljoen euro, in lijn met de verwachtingen.
De onderliggende EBITDA daalde scherp met 34,3 procent, of 28,7 procent bij constante wisselkoersen, tot 33 miljoen euro. Deze terugval was echter verwacht, gezien de uitdagende vergelijkingsbasis.
Operationele indicatoren blijven gemengd
Op operationeel vlak bleef de commerciële dynamiek zichtbaar, met een toename van 19.000 mobiele postpaidklanten en 11.000 breedbandklanten in het residentiële segment. Tegelijk daalde het aantal vaste telefonielijnen met 37.000. In het zakelijke segment waren de trends negatiever, met een daling van 4.000 mobiele postpaidklanten, 1.000 breedbandklanten en 16.000 vaste lijnen. De glasvezeluitrol vorderde verder met 61.000 extra aansluitbare woningen.
Vooruitzichten bevestigd ondanks competitieve druk
Proximus bevestigt zijn vooruitzichten voor 2026 en mikt op stabiele binnenlandse diensteninkomsten en een stabiele binnenlandse EBITDA. Voor de internationale activiteiten wordt een EBITDA verwacht tussen 100 miljoen euro en 130 miljoen euro.
De kapitaaluitgaven zullen naar verwachting tussen 1,20 miljard euro en 1,25 miljard euro liggen, terwijl de organische vrije kasstroom kan oplopen tot 100 miljoen euro.
Daarnaast bereikte Proximus een akkoord met DAZN voor de uitzendrechten van de Jupiler Pro League voor het volgende seizoen en de resterende wedstrijden van het huidige seizoen.
KBC Securities over Proximus
KBC Securities-analist Michiel Declercq benadrukt dat Proximus een solide kwartaal heeft neergezet, met een stabiele evolutie van de binnenlandse diensteninkomsten en een sterke EBITDA-prestatie boven de verwachtingen. Hij merkt op dat een deel van de EBITDA-verbetering te danken is aan een eenmalig lagere belasting op vastgoed na de verkoop van het hoofdkantoor, wat zich in de volgende kwartalen niet zal herhalen.
Hoewel de internationale activiteiten onder druk staan, was deze evolutie verwacht en blijft de groep volgens hem goed gepositioneerd om zijn jaardoelstellingen te halen. De aanhoudende commerciële dynamiek in klantenaanwas is bemoedigend, ondanks een intens competitieve markt.
Michiel behoudt de kopen-aanbeveling en koersdoel van 9,5 euro per aandeel.
Jaar na jaar verrast Warren Buffett met de prestaties van zijn topholding Berkshire Hathaway. Maar wij, Belgen, mogen best fier zijn op veel van onze eigen holdings, die door de jaren heen exceptioneel goed presteerden. Of wat dacht je van de volgende rendementen over de afgelopen tien jaar:
Ackermans & van Haaren: +159%
Sofina: +80%
Brederode: +163%
D'Ieteren: +556%
Ter vergelijking: de BEL 20: +59%, Euronext 100: +110% en Berkshire Hathaway: +242%.
Bolero is logischerwijs enorme fan van onze holdings en geeft daarom op deze blog maandelijks de visie van KBC Securities-analist Livio Luyten weer. Livio volgt een ruime selectie aan holdings op: het 'Holding Universum' (HU).
Het HU omvat volgende 'gewone holdings': Ackermans & van Haaren, Brederode, Compagnie du Bois Sauvage, D'Ieteren Group, Exor , GBL, Gimv, HAL Trust, Quest for Growth, Sofina, Texaf, Whitestone Group en Tinc en ook enkele 'monoholdings' (die hebben slechts één participatie): Heineken Holding (met als enige participatie Heineken), KBC Ancora (KBC), Solvac (Solvay) en Financière de Tubize (UCB).
Prestaties van de holdings
Overzicht van de rendementen
Bron: KBC Securities
Bovenstaande tabel geeft het rendement weer van de holdings in de laatste maand (1M), het laatste half jaar (6M), sinds de start van dit jaar (YTD) en in het laatste jaar (1Y) .
Ook het verschil in rendement met de benchmarks sinds de start van het jaar, komt aan bod (Relative Price Return). Ter illustratie: KBC Ancora deed het sinds de start van dit jaar 0,7% beter dan de S&P500.
Ter info: N100 Index = Euronext 100 Index.
De Euronext 100 geeft een gewogen gemiddelde weer van de koersen van de 100 grootste aandelen die worden verhandeld binnen de Euronext-beurzen, waaronder de beurzen van Amsterdam, Brussel, Parijs en Lissabon. Binnen de Eurozone speelt de Eurostoxx 50 Index de rol van toonaangevende graadmeter. Hierin zitten de 50 bedrijven met de hoogste beurswaarde in de eurozone.
Overzicht van KBC Securities' aanbevelingen
Hieronder vind je een tabel opgesteld door Livio met zijn beleggingsaanbevelingen en koersdoelen voor de Belgische holdings.
Livio's keuze
D'Ieterens kroonjuweel Belron (bij ons bekend onder het merk Carglass) profiteert van de toenemende complexiteit van autoruiten, waaronder grotere en meer gebogen ruiten. Nieuwe auto's zijn ook uitgerust met een ADAS-camera, die telkens opnieuw gekalibreerd moet worden wanneer de voorruit wordt vervangen. Belron vraagt hiervoor een hoge prijs, wat deze kalibratiediensten zeer winstgevend maakt. Dat draagt bij aan de sterke groepsresultaten van Belron.
Daarnaast zijn we positief over D'Ieterens recente investeringen in TVH Parts (leverancier van onderdelen voor mobiel industriële voertuigen zoals vorkheftrucksen) PHE (leverancier van onderdelen voor auto's en vrachtwagens). Net als Belron zijn beide bedrijven actief in de automotivesector. Zowel TVH als PHE opereren nog steeds in een sterk gefragmenteerde markt, waardoor er ruimte blijft voor verdere consolidatie, net zoals dat eerder bij Belron het geval was.
De portefeuille van Exor bestaat uit bedrijven die ofwel een dominante positie innemen, ofwel actief zijn in een sector die een nieuwe groeifase doormaakt. Hoewel de portefeuille van Exor een overwicht heeft aan beursgenoteerde activa (ongeveer 80% van de intrinsieke waarde), Is Livio van mening dat het belang in Ferrari (ongeveer 44% van de intrinsieke waarde), dankzij de luxestatus, de portefeuille beschermt tegen economische zwakte of neergang.
Daarnaast zorgen deelnemingen in verschillende andere sectoren, toewijzingen aan Lingotto-fondsen/herverzekeringsvehikels en blootstelling aan toonaangevende durfkapitaaldossiers (zoals Neuralink, Mistral AI, enzovoort) samen voor een meerlagige diversificatie.
Exor kende een gezonde groei, mede dankzij het herstel van wereldwijde aandelenmarkten, maar ook door de gedisciplineerde inzet van de opbrengsten uit de verkoop van PartnerRe door een zeer divers en ervaren managementteam. Livio verwacht dat de belangrijkste deelnemingen (Ferrari, Stellantis, CNH, enzovoort) op lange termijn sterke groei zullen laten zien, terwijl Exor Ventures blootstelling biedt aan potentiële toekomstige unicorns* met de mogelijkheid om aanzienlijke waarde te verzilveren. Tot slot is de liquiditeit van Exor hoog en hanteert de groep sterke rapportagepraktijken en een hoog niveau van transparantie.
*Een "unicorn" is een term uit de financiële wereld die verwijst naar een privébedrijf (meestal een start-up) dat gewaardeerd wordt op meer dan één miljard Amerikaanse dollar voordat het naar de beurs gaat of wordt overgenomen.
Sofina biedt een overtuigend langetermijninvesteringsverhaal als familiegecontroleerde investeringsmaatschappij (familie Boël) met zetel in Brussel en een geduldige, sterk geconcentreerde aanpak in private equity en venture capital.
De portefeuille combineert langetermijnbelangen in volwassen bedrijven met kleinere participaties in snelgroeiende ondernemingen, aangevuld met investeringen in toonaangevende externe PE- en VC-fondsen. Die structuur zorgt voor een brede spreiding over sectoren, regio’s en investeringsjaren, met een evenwicht tussen stabiliteit en groeipotentieel.
Sofina profiteert van langere holdingperiodes in private bedrijven, toenemende kapitaalconcentratie bij topfondsen en langere exitcycli — omstandigheden die geduldige en goed gekapitaliseerde investeerders bevoordelen. Recente investeringen in onder meer workplace finance, autonoom rijden, software en intelligente mobiliteit, samen met vervolgfinancieringen in energietransitie en AI-cybersecurity, onderstrepen die aanpak.
Dankzij een sterke balans en ruime liquiditeit is Sofina uitstekend geplaatst om kansen te benutten in een markt waar liquiditeit opnieuw geleidelijk terugkeert.
HAL Trust rapporteerde een sterke start van 2026 met een duidelijke stijging van de intrinsieke waarde, ondersteund door sterke prestaties van beursgenoteerde participaties. De groep zet daarnaast stappen met desinvesteringen en een verdere opbouw van posities in strategische participaties zoals TKH. De combinatie van waardegroei en actieve portefeuillebeslissingen onderstreept de robuustheid van het model, aldus KBC Securities-analist Livio Luyten.
HAL Trust?
HAL Trust {{29796, HAL TRUST, HAL} is een Nederlandse holding die investeren in een select aantal beursgenoteerde, zoals zoals Vopak , SBM Offshore en Technip Energies en particuliere bedrijven. Hoewel de portefeuille van het bedrijf gediversifieerd is, heeft HAL Trust (historisch) een affiniteit getoond met de productie/detailhandel van brillen, baggeren, offshore en andere maritieme diensten.
Sterke stijging van de intrinsieke waarde
De nettovermogenswaarde (NAV) van HAL Trust steeg in het eerste kwartaal van 2026 met 1,2 miljard euro tot 17,6 miljard euro, of 195 euro per aandeel. Dit komt neer op een toename van 7,2 procent, nog vóór de uitkering van het dividend van 3,50 euro per aandeel over 2025.
De groei werd voornamelijk gedreven door sterke koersprestaties van beursgenoteerde participaties, met name Vopak, SBM Offshore en Technip Energies. Niet-beursgenoteerde participaties zagen daarentegen een lichte daling van hun waarde, vooral als gevolg van dividenduitkeringen aan de holding.
Na het eerste kwartaal zette de positieve trend zich verder, met bijkomende waardestijgingen tot en met 8 mei, onder meer dankzij een sterke prestatie van Siltronic (+77 procent), wat ongeveer 277 miljoen euro extra toevoegde aan de NAV.
Portefeuille blijft solide en goed gediversifieerd
De totale portefeuille blijft veerkrachtig, met een duidelijke verschuiving richting hogere waarderingen van beursgenoteerde activa. De waarde van de beursgenoteerde participaties steeg van 5,137 miljard euro naar 6,274 miljard euro, terwijl de liquide portefeuille toenam van 2,459 miljard euro tot 2,839 miljard euro.
De niet-beursgenoteerde portefeuille daalde van 8,431 miljard euro naar 8,092 miljard euro, voornamelijk door dividenduitkeringen, die deels terugvloeiden naar de liquide middelen. Ondertussen genereerden deze participaties nog steeds onderliggende winstbijdragen.
De omzet van de niet-beursgenoteerde bedrijven daalde met 7,2 procent tot 2,127 miljard euro, met een organische daling van 4,1 procent, wat wijst op een gemengd operationeel klimaat.
Desinvesteringen creëren waarde
HAL kondigde twee belangrijke desinvesteringen aan die samen naar verwachting ongeveer 86 miljoen euro aan boekwinsten zullen opleveren. In maart werd een overeenkomst ondertekend voor de verkoop van Atlas NextWave aan Avedon Capital Partners voor 89 miljoen euro in cash. Deze transactie, die naar verwachting in mei 2026 wordt afgerond, zal een boekwinst van ongeveer 60 miljoen euro genereren. HAL was sinds 2011 actief in deze staffing- en rekruteringsactiviteit.
Daarnaast werd in mei een overeenkomst bereikt om Rotter y Krauss te verkopen aan Empresas SB. Deze Chileense optiekretailer, die sinds 2008 in portefeuille zit, zal naar verwachting een boekwinst van circa 26 miljoen euro opleveren, onder voorbehoud van gebruikelijke goedkeuringen.
Strategische opbouw van positie in TKH
HAL verhoogde zijn belang in TKH Group tot 10,2 procent, tegenover 9,9 procent eind vorig jaar. De participatie heeft een waarde van 159 miljoen euro en wordt aangehouden buiten de liquide portefeuille.
De verhoging onderstreept het strategisch belang van TKH binnen de portefeuille. De focus van TKH op industriële technologie, digitalisering en gespecialiseerde systemen sluit nauw aan bij de langetermijnstrategie van HAL.
Daarnaast kan de opbouw van deze positie in een consoliderende sector wijzen op een mogelijke strategische intentie op langere termijn, hoewel er momenteel geen formeel bod of transactie werd aangekondigd.
Waardering evolueert positief
Op basis van een waardering van 7,9 miljard euro voor Boskalis en een positieve kijk op de beursgenoteerde participaties komt de geschatte NAV uit op 236,1 euro per aandeel.
KBC Securities over HAL Trust
Livio Luyten wijst op de sterke NAV-groei, ondersteund door de prestaties van beursgenoteerde participaties en bijkomende waardestijgingen na het kwartaal. Tegelijk benadrukt hij de actieve portefeuille-aanpak, met winstgevende desinvesteringen en een verdere strategische opbouw in participaties zoals TKH.
Livio verhoogt het koersdoel naar 190 euro per aandeel en behoudt de "Opbouwen"--aanbeveling.
Bekaert startte 2026 met stabiele volumes en solide kasstroom, terwijl de omzet licht onder druk stond door prijs- en wisselkoerseffecten. De groep bevestigt haar vooruitzichten, al neemt de onzekerheid toe door geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten. Dankzij een sterke balans en aantrekkelijke kapitaalallocatie blijft het aandeel interessant, aldus KBC Securities-analist Wim Hoste.
Bekaert?
Bekaert is de wereldleider in staaldraadproducten. De onderneming is georganiseerd in vier divisies:
Stabiele volumes, maar druk op omzet door externe factoren
De omzet van Bekaert daalde in het eerste kwartaal van 2026 met 7 procent tot 917 miljoen euro, maar bleef op vergelijkbare basis stabiel en kwam licht boven de verwachtingen uit (KBC Securities: 909 miljoen euro; gemiddelde analistenverwachtingen (gav): 915 miljoen euro).
De volumes stegen met 3 procent, maar dit werd gecompenseerd door een negatief prijseffect van 3 procent, voornamelijk door de doorrekening van lagere grondstoffenprijzen en een minder gunstige productmix. Daarnaast drukten desinvesteringen voor ongeveer 3 procent en wisselkoerseffecten voor 5 procent op de gerapporteerde omzet.
Rubber Reinforcement profiteert van sterke volumes in Azië
De omzet in Rubber Reinforcement daalde met 4 procent tot 438 miljoen euro, maar lag boven de verwachtingen. Daarbij moet rekening worden gehouden met een wijziging in rapportering: de activiteiten rond slangen en transportbanden worden opnieuw binnen deze divisie opgenomen, wat de vergelijkingsbasis beïnvloedt.
Zonder deze scopewijziging presteerde de divisie licht beter dan verwacht en in lijn met de consensus. Organisch steeg de omzet met 2 procent, met een volumegroei van 5 procent en een daling van de prijs/mix met 4 procent.
De volumes waren bijzonder sterk in Azië-Pacific, mede door voorraadopbouw aan het einde van het kwartaal. In Europa daalden de volumes van bandenkabel, terwijl Noord-Amerika een lichte groei liet zien. Het management benadrukt echter dat de bandenmarkt volatiel blijft.
Steel Wire Solutions groeit organisch ondanks mixdruk
Steel Wire Solutions rapporteerde een omzetdaling van 9 procent tot 253 miljoen euro, maar kwam eveneens boven de verwachtingen uit (KBC Securities: 232 miljoen euro; gav: 239 miljoen euro).
Organisch groeide de omzet met 6 procent, dankzij een volumestijging van 4 procent en een positieve prijs/mix van 2 procent. In Europa werd de volumegroei echter tenietgedaan door een minder gunstige productmix en vertragingen in projecten binnen energie en nutsvoorzieningen.
In Noord-Amerika groeiden de volumes sterk, gedreven door vraag uit de energie- en landbouwsector, terwijl China een beperkte volumegroei kende. De orderboeken blijven sterk in energie en nutsvoorzieningen, vooral in Noord-Amerika, terwijl Europa nog steeds hinder ondervindt van projectvertragingen.
Specialty Businesses onder druk, stabiele trends in niches
De omzet in Specialty Businesses daalde met 7 procent tot 105 miljoen euro en bleef onder de verwachtingen, mede door de impact van de gewijzigde rapporteringsscope.
Organisch daalde de omzet met 4 procent. Binnen Sustainable Construction bleven de inkomsten stabiel, ondersteund door een betere productmix en hogere verkopen aan datacenters in Noord-Amerika. Daartegenover stond een zwakkere prestatie in waterstofactiviteiten en een verdere daling van leveringen van ultrafijne draden.
BBRG getroffen door uitgestelde investeringsprojecten
De BBRG-divisie zag de omzet met 15 procent dalen tot 119 miljoen euro, met een organische daling van 11 procent. De vraag naar staalkabels bleef zwak in Europa en Noord-Amerika, voornamelijk door uitgestelde investeringsprojecten in de mijnbouw- en energiesector.
Vooruitzichten onder druk van geopolitieke onzekerheid
Bekaert bevestigt zijn vooruitzichten voor 2026 en verwacht stabiele omzet en marges op vergelijkbare basis. Tegelijk wijst het bedrijf erop dat de aanhoudende spanningen in het Midden-Oosten extra druk zetten op de marges.
Tot nu toe slaagt Bekaert erin deze druk op te vangen via interne efficiëntiemaatregelen, maar volgens Wim Hoste neemt de veiligheidsmarge in de vooruitzichten af. De huidige verwachtingen impliceren een omzetdaling van ongeveer 3 procent en een stabiele uEBIT-marge van ongeveer 8,0 procent.
KBC Securities over Bekaert
Wim Hoste benadrukt dat Bekaert een solide operationele prestatie neerzet, met stabiele volumes en sterke kasstroomgeneratie. De robuuste balans biedt ruimte voor zowel overnames als aandeleninkopen, waarbij het huidige tempo van ongeveer 100 miljoen euro per jaar aan buybacks in combinatie met het dividend resulteert in een aantrekkelijke aandeelhoudersreturn van ongeveer 9 procent per jaar.
Gezien de aantrekkelijke waardering blijft Wim bij een kopen-aanbeveling en koersdoel van 55 euro per aandeel.
Bron: KBC Securities
DEME is het jaar 2026 sterk gestart met een lichte omzetgroei en een robuust orderboek dat nauwelijks achteruitging op jaarbasis. Het bedrijf bevestigt zijn vooruitzichten voor 2026, terwijl het blijft investeren in de uitbreiding van zijn vloot. De eerste kwartaalcijfers tonen volgens KBC Securities-analist Guy Sips een stabiel operationeel profiel, gedragen door sterke prestaties in baggeractiviteiten.
DEME?
DEME is een wereldwijde leverancier van duurzame maritieme oplossingen, en is georganiseerd rond 4 specifieke segmenten. Elk van de segmenten bedient een aparte markt en heeft aparte activa, verdienmodellen en groeistrategieën.
Omzetgroei gedragen door baggeractiviteiten
DEME realiseerde in het eerste kwartaal van 2026 een omzet van 1,02 miljard euro, een stijging met 2,3% op jaarbasis. Die groei werd vooral ondersteund door het segment Dredging & Infra, waar de omzet met 9% toenam tot 466,3 miljoen euro.
De activiteiten in Offshore Energy bleven relatief stabiel, met een lichte daling van 1% tot 527,0 miljoen euro. In het Environmental-segment daalde de omzet met 18% tot 63,8 miljoen euro, voornamelijk als gevolg van fasering van projecten.
Orderboek blijft op hoog niveau
Eind maart 2026 bedroeg het orderboek van DEME 7,4 miljard euro, tegenover 7,6 miljard euro een jaar eerder en eind 2025. Het verschil blijft dus beperkt, wat wijst op een aanhoudend sterke vraag naar de diensten van de groep.
Het orderboek werd onder meer aangevuld met een nieuwe concessieovereenkomst van 25 jaar voor de toegang tot de haven van Paranaguá in Brazilië. Dit project omvat uitbreidingswerken, verdieping en onderhoudsbaggerwerken, die gefaseerd over meerdere jaren worden uitgevoerd. Voor dergelijke langetermijnovereenkomsten neemt DEME enkel bevestigde werkzaamheden op in het orderboek, met een maximale horizon van vijf jaar.
Geografisch blijft de blootstelling aan het Midden-Oosten beperkt tot ongeveer 1% van het orderboek. Buiten de concessie voor de haven van Duqm in Oman heeft DEME momenteel geen operationele activiteiten in de Golfregio.
Daarnaast wijst DEME op een sterke projectpijplijn, ondersteund door een gezonde aanbestedingsactiviteit.
Investeringen in vloot versterken groeipotentieel
DEME blijft investeren in de uitbreiding en modernisering van zijn vloot. Zo nam het nieuwe offshore installatievaartuig Norse Wind in april 2026 zijn eerste opdracht op, terwijl het zusterschip Norse Energi op tijd en binnen budget werd opgeleverd.
Voor 2026 verwacht DEME investeringen (capex) van ongeveer 450 miljoen euro. Dit omvat onder meer onderhoud en upgrades van de vloot, evenals betalingen gelinkt aan de oplevering van nieuwe schepen.
Eventuele bijkomende grote capaciteitsuitbreidingen op langere termijn zijn voorlopig nog niet opgenomen in de plannen.
Vooruitzichten bevestigd
Na het sterke eerste kwartaal bevestigt DEME zijn doelstellingen voor 2026. De groep rekent op een omzet en EBITDA-marge in lijn met die van 2025, wat wijst op een stabiele winstgevendheid ondanks de uitdagende marktomstandigheden
KBC Securities over DEME
KBC Securities-analist Guy Sips stelt dat DEME met deze kwartaalresultaten een solide start van het jaar neerzet, met een licht hogere omzet en een blijvend sterk orderboek. Hij wijst op de positieve bijdrage van het baggersegment en de beperkte blootstelling aan risicovolle regio’s zoals het Midden-Oosten. Tegelijk houdt hij in zijn model rekening met de recente uitbreiding van de vloot, die het groeipotentieel op langere termijn ondersteunt. Volgens de analist blijft DEME goed gepositioneerd dankzij een sterke projectpijplijn en discipline in investeringen. KBC Securities handhaaft een koersdoel van 240 euro en een "Kopen"-aanbeveling.
Pharvaris ligt op schema met zijn klinische en financiële mijlpalen en bevestigt de timing van belangrijke onderzoeksresultaten later dit jaar. Het biotechbedrijf beschikt bovendien over voldoende middelen tot 2028 na een recente kapitaalverhoging. Vooral de fase 3-resultaten in het derde kwartaal van 2026 worden een cruciaal moment, aldus KBC Securities-analist Mathijs Geerts Danau.
Pharvaris?
Pharvaris NV is een in Nederland gevestigd bedrijf dat zich voornamelijk bezighoudt met de biofarmaceutische industrie. Het bedrijf richt zich op de ontwikkeling van orale bradykinine B2-receptorantagonisten voor de behandeling en preventie van aanvallen van erfelijk angio-oedeem (HAE)*. Hun belangrijkste product is Deucrictibant (PHA121, PHA-022121), een kleine molecule die fungeert als bradykinine B2-receptorantagonist. Het is bedoeld voor zowel acute als profylactische behandeling van HAE-aanvallen.
Erfelijk angio-oedeem (HAE) is een zeldzame genetische aandoening waarbij patiënten terugkerende aanvallen van zwellingen (oedeem) krijgen.
Sterke kaspositie en verlengde financieringshorizon
Pharvaris rapporteerde voor het eerste kwartaal van 2026 een kaspositie van 247 miljoen euro, tegenover 292 miljoen euro eind 2025. Dankzij de succesvolle afronding van een kapitaalverhoging van 132 miljoen dollar beschikt het bedrijf volgens de analist nu over voldoende financiële middelen om zijn activiteiten te financieren tot in 2028.
De onderzoeks- en ontwikkelingskosten (R&D) daalden licht tot 29,9 miljoen euro, tegenover 30,9 miljoen euro in dezelfde periode vorig jaar. De algemene en administratieve kosten (G&A) namen toe tot 14 miljoen euro, vergeleken met 11,3 miljoen euro een jaar eerder. Dit resulteerde in een lager kwartaalverlies van 38,8 miljoen euro, tegenover 46,3 miljoen euro in het eerste kwartaal van 2025.
Klinische pijplijn: belangrijke mijlpalen in zicht
De klinische ontwikkeling van deucrictibant blijft volgens planning verlopen en vormt de kern van de investeringscase rond Pharvaris. Een eerste belangrijk moment wordt verwacht in het derde kwartaal van 2026, wanneer topline-resultaten worden vrijgegeven van de fase 3-studie (CHAPTER-3). Deze studie onderzoekt deucrictibant XR, een oraal toegediende behandeling met verlengde afgifte voor profylactisch gebruik bij erfelijk angio-oedeem (HAE) bij volwassenen en adolescenten vanaf 12 jaar.
Daarnaast loopt de rekrutering voor de fase 3-studie (CREAATE) naar deucrictibant voor zowel de behandeling van acute aanvallen als profylaxe bij verworven angio-oedeem (AAE-C1INH) volgens plan.
Voor de acute (on-demand) behandeling van HAE verwacht Pharvaris bovendien in de eerste helft van 2026 een registratiedossier (New Drug Application) in te dienen in de Verenigde Staten voor deucrictibant IR, de formulering met onmiddellijke afgifte.
Verwachtingen rond werkzaamheid en positionering
Volgens de analist zijn de verwachtingen voor de fase 3-resultaten in het profylactische segment positief. De werkingsmechanisme (mechanism of action) van deucrictibant wordt als ont-risico’s beschouwd en wordt ondersteund door sterke resultaten uit eerdere fase 2-studies.
Mathijs Geerts Danau verwacht dat deucrictibant een reductie van het aantal aanvallen kan realiseren die vergelijkbaar is met bestaande injecteerbare therapieën. Daarmee zou het kandidaat-geneesmiddel zich kunnen onderscheiden als een unieke combinatie van hoge werkzaamheid en gebruiksgemak via een orale toediening.
Die combinatie is vandaag nog niet beschikbaar binnen het behandelingslandschap voor HAE, wat het commerciële potentieel van deucrictibant aanzienlijk kan versterken indien de resultaten bevestigd worden.
KBC Securities over Pharvaris
KBC Securities-analist Mathijs Geerts Danau stelt dat Pharvaris met zijn eerste kwartaalupdate aantoont dat het bedrijf operationeel op schema blijft en zijn belangrijkste klinische mijlpalen bevestigt. Hij kijkt vooral uit naar de fase 3-resultaten van deucrictibant in profylactisch gebruik in het derde kwartaal van 2026, waar hij met vertrouwen naar uitkijkt gezien het onderliggende werkingsmechanisme en de sterke fase 2-data. Tegelijk blijft het bedrijf vooruitgang boeken op meerdere fronten, waaronder de geplande indiening van een dossier voor acute behandeling in de VS. Dankzij de recente kapitaalverhoging is de financiële positie versterkt en is de zichtbaarheid tot 2028 verzekerd. KBC Securities handhaaft een koersdoel van 39 dollar en een "Kopen"-aanbeveling.
Tesla versnelt ontwikkeling robotaxi’s maar botst op operationele uitdagingen.
Nvidia zoekt via politieke weg toegang tot de Chinese markt.
Walmart herstructureert personeel om digitale en AI‑strategie te versterken.
EBay wijst overnamebod van GameStop resoluut af.
Brown‑Forman verwerpt overnamebod om familiale controle te behouden.
Care Property Invest heeft een solide eerste kwartaal van 2026 neergezet met resultaten boven de gemiddelde analistenverwachting, gedragen door sterkere huurinkomsten en een eenmalige meevaller. Tegelijk blijft de impact van het Apricusa*-faillissement beheersbaar dankzij herverhuring en garanties, al daalde de huurinning licht. Het bedrijf bevestigt zijn verwachting voor 2026 en beschikt volgens KBC Securities-analist Lynn Hautekeete over een robuuste financieringsstructuur en inflatiebescherming.
*Apricusa was een zorguitbater (zorgoperator) die woonzorgcentra uitbaat waarvan Care Property Invest eigenaar is
Care Property Invest?
Care Property Invest is een Belgische REIT (Een Real Estate Investment Trust is een bedrijf dat gewoonlijk inkomsten genereert die voortkomen uit het bezit en productie van onroerend goed) die uitsluitend investeert in vastgoed voor ouderenzorg in België (72%), Nederland (9%) en Spanje (13%).
Sterke kwartaalresultaten boven verwachting
Care Property Invest rapporteerde in het eerste kwartaal van 2026 resultaten die boven de gemiddelde analistenverwachting (gav) uitkwamen. De huurinkomsten bedroegen 20,4 miljoen euro, tegenover 19,8 miljoen euro volgens de verwachtingen van KBC Securities, wat neerkomt op een stijging van 11,6% op jaarbasis. Deze groei werd ondersteund door een indexatie van 2,5% en een eenmalige bijdrage van 500.000 euro gelinkt aan een vertraagd Spaans project.
De EPRA-winst kwam uit op 12,3 miljoen euro, eveneens boven de verwachte 11,0 miljoen euro, goed voor een toename met 6,13% op jaarbasis. De EPRA-winst per aandeel bedroeg 0,29 euro, boven de verwachte 0,26 euro, maar lag 7,14% lager dan een jaar eerder.
De reële waarde van de portefeuille bleef stabiel, aangezien kortingen op huur al verwerkt waren in 2025. De schuldgraad bedroeg 48,05%, terwijl de gemiddelde kost van de schuld stabiel bleef op 3,06%. De indekkingsgraad van de schulden bedroeg 95,7%.
Huurinning onder druk door Apricusa-faillissement
De huurinning daalde van 98% in 2025 naar 96% in het eerste kwartaal van 2026, voornamelijk als gevolg van het faillissement van huurder Apricusa. Die vertegenwoordigde ongeveer 6,0% van de contractuele huurinkomsten.
Voor twee sites, La Reposée en New Beaugency (goed voor 2,5% van de huurinkomsten), werd begin januari al een oplossing gevonden via herverhuring aan Hestia, met goedkeuring van de autoriteiten. Intussen werd ook de derde site, Services des Ardennes (3,5% van de huurinkomsten), overgenomen door dezelfde partij.
Dankzij bankgaranties voor zes maanden werden de huurverliezen deels opgevangen. In 2025 werd een waardevermindering van 102.400 euro geboekt. De terugkerende impact op de EPRA-winst per aandeel wordt geraamd op ongeveer -0,02 euro, of circa 700.000 euro op EPRA-winstniveau, door huurkortingen en bijkomende investeringen.
Veerkrachtige financieringsstructuur en bescherming tegen rente
Care Property Invest beschikt volgens de analist over een relatief sterke bescherming tegen rentestijgingen. De gemiddelde looptijd van de indekkingen bedraagt zes jaar, wat langer is dan de gemiddelde looptijd van de schulden van 4,7 jaar. Daarmee behoort het bedrijf tot de spelers met de langste looptijden binnen de sector.
De gemiddelde financieringskost van 3,1% ligt bovendien al dicht bij de marginale bancaire kost, wat het risico op stijgende financieringskosten beperkt. In vergelijking met sectorgenoten profiteerde Care Property Invest ook tijdens de inflatiepieken van 2022 en 2023 van een gunstigere indexatie, dankzij publieke huurcontracten zonder nationale plafonds. De analist verwacht dat dit voordeel zich ook in de toekomst kan herhalen.
Vooruitzichten en algemene vergadering
Care Property Invest bevestigt zijn vooruitzichten voor 2026 met verwachte huurinkomsten van 80,5 miljoen euro en een EPRA-winst per aandeel van 1,07 euro. Dit impliceert een daling van 5,03% op terugkerende basis ten opzichte van het voorgaande jaar.
Op 27 mei vindt de algemene vergadering plaats, waar onder meer wijzigingen in de raad van bestuur ter goedkeuring worden voorgelegd. Peter Van Heukelom en Caroline Riské verlaten de raad, terwijl Preben Bruggeman, CEO van Home Invest, wordt voorgesteld als nieuwe bestuurder.
KBC Securities over Care Property Invest
KBC Securities-analist Lynn Hautekeete benadrukt dat de resultaten van Care Property Invest in het eerste kwartaal boven de verwachtingen uitkomen, voornamelijk dankzij hogere huurinkomsten en een eenmalige meevaller. Tegelijk erkent zij dat er voorzichtigheid ingebouwd is in de vooruitzichten, onder meer door mogelijke risico’s rond huurders zoals Orélia.
Het Apricusa-dossier lijkt ondertussen grotendeels onder controle, met beperkte impact op de terugkerende winst. De analist wijst daarnaast op de sterke balansstructuur en het relatief lage renterisico, wat het bedrijf goed positioneert binnen de sector. KBC Securities hanteert een koersdoel van 13,5 euro en een "Houden"-aanbeveling.
Siemens ziet orders sterk stijgen ondanks vlakke omzet en lagere industriële winst.
Hapag Lloyd duikt in verlies door lagere vrachttarieven en verstoringen in scheepvaart.
Merck KGaA verhoogt vooruitzichten dankzij sterke vraag in Life Science.
RWE blijft stabiel presteren en bevestigt winstverwachtingen voor 2026.
Deutsche Telekom trekt vooruitzichten op na sterke prestaties in de VS.
Allianz boekt stevige winstgroei dankzij sterke schade- en vermogensbeheeractiviteiten.
InPost overtreft verwachtingen ondanks lichte daling van aangepaste EBITDA.
Adecco presteert boven verwachting door sterke vraag naar tijdelijke arbeid.
TUI verkleint verlies en behoudt positieve vooruitzichten ondanks geopolitieke druk.
CANCOM verhoogt winst dankzij betere marges en strikte kostencontrole.
Torm profiteert van recordvrachttarieven en trekt vooruitzichten fors op.
Zurich Insurance wint vertrouwen met sterke volumegroei en positieve vooruitblik.
Alfen realiseerde een sterke omzetgroei in het eerste kwartaal van 2026, gedreven door Energy Storage en ondersteund door Smart Grid Solutions, terwijl EV Charging duidelijk zwak bleef. De prestaties waren beter dan verwacht op groepsniveau, al wijst de samenstelling van de groei op een minder gunstige mix en timingseffecten door een verwachte vertraging in de tweede jaarhelft. De resultaten liggen in lijn met de verwachtingen op middellange termijn, maar blijven ongelijk verdeeld over de segmenten, aldus KBC Securities-analist Thibault Leneeuw.
Alfen?
Alfen is een Nederlandse producent van energieopslagsystemen, transformatorstations en elektrische laadpalen. Alfen bestaat uit 3 onderdelen: smart grids (slimme netwerken), energy storage (energieopslag) en EV Charging (laden van elektrische voertuigen).
Sterke groepsprestaties boven verwachtingen
Alfen rapporteerde een omzet van 129,7 miljoen euro in het eerste kwartaal van 2026, een stijging van 25 procent op jaarbasis en duidelijk boven de verwachtingen van KBC Securities (113 miljoen euro) en de gemiddelde analistenverwachtingen (gav) (115 miljoen euro).
De brutowinst bedroeg 34,0 miljoen euro, goed voor een marge van 26,2 procent, in lijn met de verwachtingen. De iets lagere marge weerspiegelt vooral een minder gunstige productmix, met een groter aandeel Energy Storage-Systemen ondanks een solide onderliggende prestatie in alle segmenten.
De aangepaste EBITDA kwam uit op 8,2 miljoen euro, of een marge van 6,3 procent, wat boven de verwachtingen lag (KBC Securities: 6,0 miljoen euro; gav: 6,6 miljoen euro), ondersteund door de sterke omzetgroei.
EV Charging blijft zwakke schakel
De divisie EV Charging kende opnieuw een moeilijke periode, met een omzetdaling van 19 procent op jaarbasis tot 23,3 miljoen euro. Dit resultaat lag duidelijk onder de verwachtingen (KBC Securities: 28,7 miljoen euro; gav: 28,3 miljoen euro), voornamelijk door grillige orderpatronen en aanhoudende zwakte in het thuislaadsegment.
De verkochte volumes daalden met 12 procent op jaarbasis, terwijl de gemiddelde verkoopprijzen met 6 procent afnamen. Tegelijk blijft Alfen zijn aanwezigheid in Zuid-Europa uitbreiden, met focus op Spanje, Italië en Portugal.
De brutomarge bedroeg 39,9 procent, dicht bij het midden van de vooropgestelde vork van 35 tot 45 procent, waarbij lagere componentkosten de prijsdruk gedeeltelijk compenseerden. Opvallend is dat de Europese registraties van batterij-elektrische voertuigen met 26,5 procent stegen, wat impliceert dat Alfen marktaandeel verloor in deze markt.
Smart Grid Solutions toont stabiele groei
Smart Grid Solutions realiseerde een omzetgroei van 2,7 procent op jaarbasis tot 55,8 miljoen euro, wat duidelijk boven de verwachtingen lag (KBC Securities: 48,5 miljoen euro; gav: 49,6 miljoen euro). De groei werd gedragen door sterke projectactiviteit in Nederland en een goede evolutie in de verkoop van grotere onderstations.
Hoewel het aantal geïnstalleerde onderstations met 5,6 procent daalde, stegen de gemiddelde verkoopprijzen met 7,6 procent, wat de verschuiving naar grotere en waardevollere installaties bevestigt. De activiteit in Finland was bijzonder sterk, aangezien netbeheerders profiteerden van een zachte lente om installaties te versnellen.
De brutomarge kwam uit op 25,2 procent, in lijn met de middenwaarde van de vooropgestelde vork van 20 tot 30 procent.
Energy Storage drijft sterke groei, maar met tijdelijk karakter
Energy Storage was de belangrijkste groeimotor, met een omzetstijging van 145 procent op jaarbasis tot 50,7 miljoen euro. Dit resultaat lag ruim boven de verwachtingen (KBC Securities: 36,0 miljoen euro; gav: 36,6 miljoen euro).
De sterke prestatie werd voornamelijk gedreven door de voortgang op twee grote projecten, in lijn met het eerder gecommuniceerde profiel waarbij de omzet in de eerste jaarhelft van 2026 wordt geconcentreerd. Dit wijst echter ook op een zwakkere tweede jaarhelft.
De orderportefeuille voor 2026 bedraagt 82 miljoen euro, wat samen met de gerealiseerde omzet in het eerste kwartaal resulteert in ongeveer 133 miljoen euro aan zichtbare omzet, nagenoeg in lijn met de verwachting van 134 miljoen euro voor heel 2026.
De brutomarge kwam uit op 21,1 procent, rond het midden van de verwachte vork van 15 tot 25 procent, maar werd wel ondersteund door eenmalige elementen zoals het vrijvallen van projectvoorzieningen en een lagere bijdrage van grote projecten.
Vooruitzichten: bevestiging van guidance met duidelijke timingseffecten
Alfen bevestigt zijn vooruitzichten voor 2026 en verwacht een omzet tussen 435 miljoen euro en 475 miljoen euro, een aangepaste EBITDA-marge van 4 tot 7 procent en kapitaaluitgaven van minder dan 4 procent van de omzet.
Zoals eerder aangegeven, zal de omzet in 2026 vooral in de eerste jaarhelft gerealiseerd worden, wat wijst op een moeilijkere tweede jaarhelft.
KBC Securities over Alfen
KBC Securities-analist Thibault Leneeuw stelt dat de sterke prestaties in het eerste kwartaal vooral gedreven werden door Energy Storage-projecten, die duidelijk geconcentreerd zijn in de eerste helft van 2026. De onderliggende kracht ligt volgens hem vooral in Smart Grid Solutions, waar verdere groei en margeverbetering essentieel blijven, terwijl EV Charging zwak blijft en onder druk staat.
Thibault behoudt de houden-aanbeveling en koersdoel van 14 euro per aandeel.
DEME investeert in vloot en bevestigt stabiele vooruitzichten.
Pharvaris versterkt financiering en mikt op cruciale fase 3‑resultaten.
Bekaert behoudt stabiele onderliggende prestaties ondanks omzetdruk.
Alfen realiseert sterke omzetgroei maar kampt met gemengde segmentdynamiek.
Lotus Bakeries breidt productiecapaciteit in Lembeke verder uit.
Recticel versnelt circulaire strategie en ziet vraag aantrekken.
Nyxoah boekt omzetgroei en verkleint verlies.
InPost versnelt volumegroei maar ziet winstgevendheid onder druk in het VK.
ABN Amro verhoogt winst en scherpt kostenverwachtingen aan.
Care Property Invest realiseert hogere winst en bevestigt jaarprognose.
Sofina ziet impact van TikTok‑regelgeving op waardering participatie toenemen.
Fastned haalt opnieuw kapitaal op voor verdere expansie.
IBA lanceert nieuwe beeldvormingstechnologie voor protontherapie.
Proximus overtreft EBITDA‑verwachtingen en bevestigt vooruitzichten.
HAL Trust realiseert sterke vermogensgroei en verhoogt belang in TKH Group.
De resultaten tonen een stevige winstgroei, ondersteund door sterke fee-inkomsten en kostenbeheersing, ondanks druk op de rentemarge en zwakkere overige inkomsten. De integratie van HAL speelt een belangrijke rol in de groei van zowel rente- als fee-inkomsten. De vooruitzichten blijven voorzichtig door geopolitieke onzekerheid, aldus KBC Securities-analist Thomas Couvreur.
ABN Amro?
ABN Amro is een bank die opereert in 4 segmenten: Retail Banking, Private Banking, Corporate Banking en Corporate Investment Banking. De focus is de Nederlandse markt. Internationale markten vertegenwoordigen ongeveer een kwart van het inkomen. ABN mikt op het vergroten van de internationale contributie, terwijl het Corporate Investment Banking verkleint. ABN Amro's kapitaal positie is sterk, ook onder Basel IV, wat mogelijkheden geeft om in de toekomst geld naar de aandeelhouders te laten terugvloeien.
Sterke groei in netto rente-inkomsten en fees
De netto rente-inkomsten (NII) kwamen uit op 1,637 miljoen euro, boven de verwachtingen van KBC Securities (1,618 miljoen euro) en de gemiddelde analistenverwachtingen (gav) (1,606 miljoen euro), wat neerkomt op een stijging van 5 procent op jaarbasis. De commerciële NII steeg met 55 miljoen euro op jaarbasis, voornamelijk dankzij de integratie van HAL.
De nettorentemarge (NIM) kwam uit op 149 basispunten, een daling met 5 basispunten op jaarbasis en 7 basispunten op kwartaalbasis. De kredietmarge blijft licht onder druk staan, vooral door lagere marges op hypotheken, terwijl de depositorente stabiel bleef ten opzichte van het vorige kwartaal.
De fee- en commissie-inkomsten bedroegen 608 miljoen euro, ruim boven de verwachtingen van KBC Securities (585 miljoen euro) en de gav (580 miljoen euro), en stegen met 20 procent op jaarbasis. De toename met 101 miljoen euro is grotendeels toe te schrijven aan de HAL-overname. Daarnaast droegen sterke prestaties in Clearing & Global Markets en hogere inkomsten uit betalingsdiensten bij aan de positieve verrassing ten opzichte van de marktverwachtingen.
Zwakke overige inkomsten drukken gedeeltelijk op resultaat
De overige inkomsten kwamen uit op 42 miljoen euro, aanzienlijk onder de verwachtingen en een daling van 47 procent op jaarbasis. Dit was voornamelijk het gevolg van een negatief resultaat bij ALM Treasury.
De totale bedrijfsinkomsten bedroegen 2,287 miljoen euro, licht onder de verwachtingen van KBC Securities (2,298 miljoen euro), maar in lijn met de consensus (2,278 miljoen euro).
Kosten onder controle ondanks eenmalige effecten
De personeelskosten bedroegen 748 miljoen euro, iets onder de verwachtingen en een stijging van 3 procent op jaarbasis. Het aantal voltijdse medewerkers (FTE’s) daalde met 528 in het kwartaal, wat overeenkomt met 40 procent van de geplande reductie tegen 2028.
Een boekhoudkundige wijziging met betrekking tot een pensioenuitstapkost leidde tot een eenmalige vrijval van 82 miljoen euro, die niet in de consensus zat. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door een eenmalige herstructureringsvoorziening van 56 miljoen euro in verband met HAL.
De overige kosten kwamen uit op 529 miljoen euro, duidelijk lager dan verwacht en goed voor een daling van 9 procent op jaarbasis. Exclusief regulatoire heffingen daalden deze kosten met 63 miljoen euro kwartaal-op-kwartaal, voornamelijk door lagere externe personeelskosten, lagere marketinguitgaven en lagere IT-kosten.
Lagere voorzieningen en sterke winstgroei
De waardeverminderingen bedroegen 67 miljoen euro, lager dan verwacht, maar hoger dan de 5 miljoen euro een jaar eerder en vergelijkbaar met 70 miljoen euro in het vorige kwartaal. De stijging wordt voornamelijk verklaard door geactualiseerde macro-economische parameters, die rekening houden met geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten.
De nettowinst kwam uit op 693 miljoen euro, ruim boven de verwachtingen van KBC Securities (555 miljoen euro) en de gav (569 miljoen euro), en betekende een stijging van 12 procent op jaarbasis.
Verbeterde efficiëntie en solide kapitaalpositie
De cost/income-ratio verbeterde aanzienlijk tot 55,9 procent, tegenover 61 procent een jaar eerder en beter dan de verwachtingen. Het rendement op eigen vermogen (RoE) steeg naar 10,7 procent, boven zowel de verwachtingen als de 9,9 procent van vorig jaar.
De CET1-kapitaalratio bedroeg 15,5 procent, licht boven de verwachtingen en een stijging ten opzichte van 15,4 procent aan het einde van het jaar.
Vooruitzichten: lagere kostenverwachting, maar voorzichtigheid blijft
De kostenverwachting voor 2026 werd verlaagd van 5,6 miljard euro naar 5,5 miljard euro. De guidance voor commerciële netto rente-inkomsten blijft behouden op 6,4 miljard euro voor 2026. Daarbij merkt Thomas Couvreur op dat hogere forward rates een positieve impact hebben op de passivamarge van ongeveer 100 miljoen euro op jaarbasis. Ondanks deze positieve elementen blijft de guidance ongewijzigd door de aanhoudende geopolitieke onzekerheid.
KBC Securities over ABN Amro
KBC Securities-analist Thomas Couvreur benadrukt dat de resultaten sterker zijn dan verwacht, met solide fee-inkomsten, goede kostencontrole en een duidelijke verbetering in winstgevendheid. Tegelijk wijst hij op de aanhoudende druk op de rentemarges en de impact van externe factoren zoals geopolitieke spanningen op de risicokosten en de outlook.
Thomas handhaaft de houden-aanbeveling en koersdoel van 29 euro.
Datum en uur van publicatie 13/05/2026 om 09:00
Deze mededeling is niet opgesteld overeenkomstig de voorschriften ter bevordering van de onafhankelijkheid van onderzoek op beleggingsgebied en is daarom niet onderworpen aan het verbod om al voor de verspreiding van onderzoek op beleggingsgebied te handelen.