wo. 4 mrt 2026
Dassault Aviation heeft beter dan gevreesde operationele prestaties geleverd in de tweede jaarhelft van 2025 en beschikt over een omvangrijke orderboekpositie die de omzet voor de komende jaren aanzienlijk ondersteunt, aldus KBC Securities‑analist Andrea Gabellone. Hoewel 2026 een typisch uitvoeringsjaar wordt, ziet zij belangrijke opwaartse kansen dankzij mogelijke nieuwe Rafale‑bestellingen uit India en Oekraïne. Volgens Andrea blijft de vraagomgeving voor Defensie robuust, terwijl de civiele activiteiten gradueel verbeteren.
Dassault?
Bedrijfsactiviteiten Dassault Aviation is actief via twee divisies. Defensie ontwikkelt en produceert gevechtsvliegtuigen en upgrades voor speciLeke militaire platforms. Via de Falcon-divisie ontwikkelt en produceert het bedrijf zakenvliegtuigen van groot formaat en levert het onderhoud en ondersteuning. Dassault bezit 26,05% van Thales.
Operationele prestaties: beter dan verwacht richting tweede jaarhelft
Dassault Aviation liet in de tweede helft van 2025 een sterker dan gevreesd operationeel momentum zien. De resultaten lagen in lijn met de eerdere pre‑release, met stabiele orders en verkopen op jaarbasis. De stijging van de operationele winst werd deels ondersteund door lagere zelfgefinancierde R&D‑uitgaven. De nettokaspositie steeg jaar‑op‑jaar, maar daalde ten opzichte van het eerste halfjaar, voornamelijk door hogere voorraden en lagere contractverplichtingen.
Voor de defensiesector blijft Dassault sterk gepositioneerd. Dit segment draagt het meeste volume en visibiliteit. De civiele activiteiten verbeteren geleidelijk, maar blijven gevoelig aan plannings- en uitvoeringsfactoren.
Leveringen en orders: Rafale blijft de kern van het industriële zwaartepunt
In 2025 leverde Dassault 26 Rafale‑toestellen (15 export, 11 Frankrijk), een stijging ten opzichte van 21 vliegtuigen in 2024. Ook de levering van 37 Falcon‑jets was hoger dan de 31 van een jaar eerder, al bleef dit iets onder de interne doelstelling van 40 eenheden zoals gecommuniceerd in januari.
De orders voor Rafale bedroegen 26 exporttoestellen, tegenover 30 in 2024. Bij Falcon stegen de orders tot 31, een duidelijke verbetering ten opzichte van 26 eenheden een jaar eerder.
De backlog bleef solide:
Volgens Andrea blijft het Rafale‑programma het industriële en commerciële zwaartepunt van Dassault, met onder meer het Rafale Marine‑contract voor India en een degelijk gevulde exportpijplijn. Tegelijk benadrukt zij dat FCAS — het toekomstige Europese luchtgevechtssysteem — nog steeds kampt met structurele onzekerheden en dat verdere budgettaire bevestiging noodzakelijk is aan Franse zijde.
Grote potentiële ordertriggers: India en Oekraïne als katalysatoren
Een belangrijk deel van de opwaartse case voor Dassault ligt in de mogelijke nieuwe internationale contracten. Volgens Abellone kan Dassault profiteren van:
Deze potentiële deals zouden een aanzienlijke impuls geven aan de orderportefeuille en de industriële planning voor de komende jaren. De onderliggende marktvraag blijft volgens Andrea gunstig, al kent de defensiemarkt bekende politieke en programmagerelateerde onzekerheden die voor niet‑lineaire vraag kunnen zorgen.
Vooruitblik 2026: duidelijk uitvoeringsjaar met hogere leveringen
Dassault gaf voor 2026 een omzetverwachting mee van ongeveer 8,5 miljard euro, met geplande leveringen van:
Dit betekent een aanzienlijke stijging ten opzichte van de 26 Rafale en 37 Falcon die in 2025 werden geleverd. Volgens Abellone maakt dit van 2026 vooral een uitvoeringsjaar, waarbij het bedrijf een groot deel van de reeds opgebouwde orderportefeuille moet vertalen in leveringen en cashflow, met bijzondere aandacht voor werkkapitaaldynamiek.
KBC Securities over Dassault Aviation
De KBC Securities‑analist beoordeelt de resultaten en vooruitzichten van Dassault Aviation als positief. Zij verwacht dat de combinatie van een groot orderboek, solide defensievraag en de mogelijkheid op grote nieuwe Rafale‑contracten uit India en Oekraïne aanzienlijke opwaartse potentie creëert. Hoewel 2026 vooral draait om uitvoering en werkkapitaaldiscipline, blijft de strategische positie van Dassault volgens haar bijzonder sterk.
Andrea verhoogt haar koersdoel van 297 euro naar 400 euro en handhaaft de kopen-aanbeveling.
Sika heeft de cijfers over het vierde kwartaal en boekjaar 2025 gepubliceerd, en die liggen grotendeels in lijn met de vooraf meegedeelde resultaten, aldus KBC Securities‑analist Andrea Gabellone. De EBITDA over 2025 stemde overeen met de verwachtingen, terwijl het dividend per aandeel licht boven de consensus uitkwam. Volgens Andrea blijft de vooruitblik voor 2026 realistisch maar gematigd, met bescheiden groei en een gematigd vraagklimaat in de eerste helft van het jaar.
Sika?
Sika is een Zwitserse producent van geavanceerde chemicaliën die gebruikt worden in enerzijds bouwmaterialen (80% van de omzet) en anderzijds industrie/auto’s (20%). Deze geavanceerde chemicaliën zorgen voor oplossingen waar de eisen heel hoog liggen op het vlak van verlijming, afdichting, demping, versteviging en bescherming. De producten van Sika worden onder meer gebruikt om beton te versterken en waterdicht te maken.
De cijfers van Sika voor 2025 bevatten weinig verrassingen, aangezien het bedrijf in januari al een groot deel van de jaarresultaten had vrijgegeven. De EBITDA bedroeg 2,06 miljard frank, vrijwel in lijn met de analistenconsensus van 2,09 miljard Zwitserse frank (CHF). Het bedrijf leverde hiermee een solide winstbijdrage in een uitdagende marktcontext.
Het dividend per aandeel kwam uit op 3,70 frank, iets boven de verwachte 3,57 CHF. De payout‑ratio bedraagt ongeveer 57 procent. Volgens de analist is de hogere uitkering vooral te danken aan een verbeterd werkkapitaalbeheer, waardoor Sika over extra financiële ruimte beschikte.
Vraagomgeving blijft zwak, met herstel pas richting tweede jaarhelft
Het management van Sika schetst een terughoudend marktbeeld. De onderliggende eindmarkten zouden in 2026 licht dalen, met name in de industriële segmenten. De eerste jaarhelft wordt naar verwachting het zwakste deel van het jaar, gevolgd door een geleidelijk herstel in de tweede helft.
Vooral in industriële eindmarkten ziet het bedrijf een lager activiteitenniveau, terwijl bouwgerelateerde segmenten een gemengder verloop kennen. Volgens Hautekeete sluit deze verwachting aan bij bredere trends in de sector, waar orderboeken beter gevuld blijven dan de onderliggende volumegroei.
Guidance 2026: gematigde groei en stabiele marges
De vooruitzichten die Sika voor 2026 formuleerde, passen binnen de verwachtingen van de markt:
Deze prognoses tonen dat Sika mikt op stabiliteit en lichte groei, ondanks het somberdere klimaat in sommige eindmarkten. De margeverwachting weerspiegelt een solide prijszettingsdiscipline, kostenbeheersing en de structurele schaalvoordelen waar het bedrijf op kan terugvallen.
KBC Securities over Sika
De KBC Securities‑analist oordeelt dat de resultaten van Sika voor 2025 weinig verrassingen bevatten, aangezien de kerncijfers eerder waren meegedeeld. De lichte verrassing aan de bovenkant bij het dividend en het behoud van een stevige marge tonen volgens haar dat de interne discipline van het bedrijf intact blijft, ondanks een gemengd marktklimaat. De vooruitzichten voor 2026 zijn conservatief maar geloofwaardig, met lichte omzetgroei en stabiele marges.
Wereldwijd stijgt de vraag naar elektriciteit sneller en duidelijker dan we in jaren hebben gezien. Niet omdat de bevolking fors aangroeit, maar omdat onze moderne economie steeds meer elektriciteit nodig heeft. Tegelijkertijd botst het aanbod op een onverwachte bottleneck: het elektriciteitsnet zelf. Wat betekent dat voor de economie, voor bedrijven… en uiteindelijk voor beleggers? Mark Van Assche, account manager Private Banking and Wealth Office spreekt erover met Jonas Theyssens, expert kritieke grondstoffen en infrastructuur van de toekomst, én portfolio manager bij KBC Asset Management. Je vindt de video hier.
Voor de bel
De futures op Amerikaanse aandelenindices staan in het rood in de loop van de voormiddag en stonden licht hoger tegen de middag, nadat een rapport suggereerde dat Iraanse agenten besprekingen voerden over voorwaarden om het vijf dagen durende conflict met Israël en de Verenigde Staten te beëindigen.
Topnieuws
Beleggers maken zich op voor energieschok en inflatievrees door aanhoudend Iran‑conflict
Beleggers beginnen rekening te houden met een langduriger conflict in het Midden-Oosten dat nieuwe inflatiezorgen kan aanwakkeren, de economische groei kan bedreigen en de argumenten voor renteverlagingen in de komende maanden kan verzwakken. Een verstoring van de Straat van Hormuz – een cruciale doorgang waar ongeveer een vijfde van ’s werelds olieleveringen doorheen gaat – verhoogde het risico op een door energie gedreven inflatiepiek.
Trump ontmoet technologiegiganten over energiebelofte in aanloop naar tussentijdse verkiezingen
Verkoopgolf bij luchtvaartaandelen neemt af nu enkele vluchten Golfgebied verlaten te midden van Iran‑conflict
OpenAI onderzoekt contract met NAVO
Abbott krijgt te maken met rechtszaak over beweringen dat babyvoeding dodelijke ziekte veroorzaakte
Aandelen in de kijker
Alibaba Group Holding: Het hoofd van Alibaba’s Qwen‑afdeling voor kunstmatige‑intelligentiemodellen, Lin Junyang, zei dat hij aftreedt uit zijn functie, waarmee hij de derde senior Qwen‑manager is die dit jaar vertrekt. "Bye my beloved Qwen," schreef Lin op X, zonder verdere uitleg. Yu Bowen, die het post‑trainingteam leidde, is eveneens opgestapt, meldde LatePost.
Arbutus Biopharma Corp, Moderna en Roivant Sciences: Moderna heeft ingestemd om Genevant Sciences, een dochteronderneming van Roivant Sciences, en Arbutus Biopharma tot 2,25 miljard dollar te betalen ter schikking van een langlopend juridisch geschil over technologie die zijn COVID‑19‑vaccin mogelijk maakte. Volgens de deal betaalt Moderna 950 miljoen dollar vooraf in juli 2026, plus nog eens 1,3 miljard dollar afhankelijk van de uitkomst van een afzonderlijk beroep. De schikking beëindigt alle Amerikaanse en internationale rechtszaken waarin Moderna werd beschuldigd van het zonder toestemming gebruiken van LNP‑technologie. Moderna verklaarde dat het onder deze overeenkomst geen toekomstige royalty’s verschuldigd zal zijn voor het gebruik van LNP‑technologie in toekomstige vaccins.
Equinox Gold Corp: Een Braziliaanse rechtbank heeft de overdracht van mijnrechten in verband met de verkoop van een goudmijn van Equinox Gold aan het Chinese CMOC geblokkeerd. De staatsentiteit CBPM, die de mijnrechten in Bahia bezit, stelt dat de verkoop hun leasecontract schendt. De rechter gaf CBPM gelijk en stelde een verzoeningsbijeenkomst vast op 30 maart. Equinox reageerde dat de verkoop al volgens de wet is afgerond.
SentinelOne Inc: SentinelOne heeft Sonalee Parekh benoemd tot CFO, ingangsdatum 24 maart. Zij komt van Asana en heeft volgens CEO Tomer Weingarten de juiste ervaring om groei te ondersteunen. Interim‑CFO Barry Padgett blijft aan tot haar start.
Aanbevelingen
CrowdStrike Holdings: Scotiabank herhaalt zijn Sector Outperform‑advies maar verlaagt het koersdoel naar 475 dollar van 613 dollar. De bank zegt dat hoewel de groei van ARR en de vraag naar het platform sterk blijven, de hoge waardering van het aandeel de opwaartse ruimte op korte termijn beperkt.
NVR: Truist Securities start de opvolging met een houdadvies en een koersdoel van 7.700 dollar. Het benadrukt het sterke asset‑light bedrijfsmodel en de industriële toplatende rendementen, maar vindt de huidige waardering fair op basis van de verwachtingen voor 2027.
Ross Stores: Barclays verhoogt het koersdoel naar 242 dollar van 221 dollar, verwijzend naar sterker dan verwachte resultaten in het vierde kwartaal en een verbeterend groeimomentum dankzij het off‑price model en nieuwe winkelkansen.
Target Corp: Jefferies verhoogt het koersdoel naar 140 dollar van 133 dollar, vanwege hogere winstgevendheid in het vierde kwartaal en verwachtingen dat verbeteringen aan het assortiment, investeringen in technologie en hogere kapitaaluitgaven de groei zullen ondersteunen.
Deze terugblik en ook de vooruitblik die zal volgen, hebben betrekking op de maand febrauri. In de vooruitblik gaan we kort ingaan op de oorlog die momenteel aan de gang is in het Midden-Oosten.
Terugblik
Algemeen
In februari was er al heel wat te doen rond de opbouw van een vloot rond Iran. Er was echter op dat ogenblik weinig te merken op de financiële markten.
Regio’s
De groeimarkten en Europa trekken de kar nu beleggers meer internationaal beginnen diversifiëren.
Ondanks diverse records blijft de VS in 2026 opnieuw wat achter door beperkte depreciatie van de dollar.
Sectoren
Ook wat het goud betreft lagen de geopoltieke spanningen aan de basis met daar bovenop de aankopen van de centrale banken (en toch ook wel speculatie).
Rentevoeten
Wisselkoersen
Bron : KBC Asset Management/LSEG Datastream
Hieronder vind je tien de meest verhandelde Exchange Traded Funds (ETF's) bij Bolero in februari 2026. Ideaal om een vinger aan de pols van de beurs te houden en te ontdekken welke ETF's afgelopen periode door medebeleggers druk gekocht of verkocht werden. Wil je meer informatie over ETF's? Dan kan je altijd terecht op onze uitgebreide en zeer toegankelijke onlinegids.
Bovendien staan vele ETF's uit de top tien in de Bolero ETF playlist. Via die playlist kan je bij Bolero voor kleinere bedragen goedkoper in ETF's beleggen. Wil je op regelmatige basis, via een plan, in ETF's beleggen? Dat kan bij Bolero via Invest & Repeat.
Ter info geven we ook de prestaties van de bekendste indexen sinds 1 januari 2026 mee (op 4 maart).
BEL 20: +3,42% (was begin februari: +7,5%)
Euronext 100: +2,3% (+3,6%)
Nasdaq 100: -2,1% (+1,9%)
S&P500: -0,4% (+1,4%)
World: +0,6% (+2,7%)
De prestaties van onderstaande ETF's sinds begin dit jaar zijn ook vastgeklikt op datum van 4 maart.
1. iShares Core MSCI World UCITS ETF - USD ACC (IWDA) - ISIN: IE00B4L5Y983 (Stond in de vorige maand ook op 1)
Deze ETF tracht de MSCI World Index zo goed mogelijk te volgen. De MSCI World index is de bekendste en meest gebruikte aandelenindex ter wereld. In de ETF zijn ruim 1.600 aandelen uit ontwikkelde landen over de hele wereld opgenomen. Het totalekostenpercentage bedraagt 0,20%. Deze ETF en de dividenduitkerende evenknie, iShares MSCI World UCITS ETF - USD DIS, IWRD (ISIN: E00B0M62Q58), zijn niet geregistreerd in België. De beurstaks bedraagt bij aan- en verkoop dus 0,12% en niet 1,32%. De ETF volgt de index via de "sampling"-techniek: de ETF investeert in een selectie van de belangrijkste bedrijven uit de index.
Sinds begin dit jaar staat de IWDA 1,2% hoger.
Wil je meer informatie over deze of de volgende ETF’s? Dan kan je terecht op ons Bolero-platform, waar je voor elke ETF onder ‘Documenten’ onder meer het essentieel informatiedocument (KID) terugvindt.
2. iShares Core MSCI EM IMI UCITS ETF - USD ACC (EMIM) - ISIN: IE00BKM4GZ66 (1 plaats gestegen)
Via deze ETF kan je inspelen op de aandelenbewegingen in opkomende markten en groeilanden zoals Mexico en Brazilië, China, Zuid-Afrika,... De grootste sectoren in de ETF zijn Financiële diensten en Technologie, elk goed voor ongeveer 20% van de index. Er zitten zo ongeveer 3 000 bedrijven in de ETF. Het totalekostenpercentage komt neer op 0,18%. De beurstaks bedraagt 0,12%. Sinds begin dit jaar staat de ETF 4,8% hoger.
3. SPDR MSCI World UCITS ETF - USD ACC (SWRD) - IE00BFY0GT14 (1 plaats gezakt)
Deze SPDR (lees: Spider) is ook een ETF die de MSCI World Index zo goed mogelijk tracht te volgen. Net als die van iShares (zie nummer 1 uit deze lijst) gaat het hier om een kapitalisatie-ETF (dividenden worden niet uitgekeerd, maar opnieuw geïnvesteerd in de onderliggende bedrijven, je kan dit opmaken uit de "ACC" in de naam van de ETF). De ETF volgt de index via de "sampling"-techniek: de ETF investeert in een selectie van de belangrijkste bedrijven uit de index. Het gaat hier om omgeveer 1 300 bedrijven. Het totalekostenpercentage bedraagt 0,12%. Je betaalt 0,12% beurstaks. Het rendement van de ETF sinds de start van het jaar: +1,2%.
4. SPDR MSCI ACWI IMI UCITS ETF - USD ACC (IMIE) - ISIN: IE00B3YLTY66 (1 plaats gestegen)
Met deze ETF kan je de index State Street Global Advisors Europe Limited volgen. Die index bevat ongeveer 4200 grote, middelmatige en kleine bedrijven uit zowel de ontwikkelde als opkomende markten. Het gaat om een kapitalisatie-ETF met een totalekostenpercentage van 0,17%. De ETF is niet geregistreerd in België, waardoor je 0,12% aan taksen betaalt bij aan- en verkoop. Het grootste gewicht in de ETF wordt ingenomen door Microsoft, Apple en NVIDIA. In 2026 staat hij momenteel 2,2% hoger.
5. Vanguard FTSE All-World UCITS ETF - USD ACC (VWCE) - ISIN: IE00BK5BQT80 (2 plaatsen gestegen)
Net als met de nummer 1 en nummer 3 van deze lijst, ben je met de Vanguard FTSE All-World UCITS ETF meteen over heel de wereld belegd (in meer dan 3600 bedrijven). Het verschil met die ETF's is dat zij de MSCI World Index volgen, terwijl deze van Vanguard de FTSE All-World index volgt. De MSCI World Index omvat 23 ontwikkelde landen, wereldwijd. De FTSE All-World index omvat ontwikkelde landen en ook opkomende landen. Het totalekostenpercentage bedraagt 0,19%. De ETF is geregistreerd in België en bij aan- en verkoop moet je dus 1,32% aan belastingen betalen. Het rendement van de ETF in 2026 op datum van vandaag is +1,75%.
6. AMUNDI STOXX EUROPE 600 UCITS ETF - EUR ACC (MEUD) - ISIN: LU0908500753 (2 plaatsen gestegen)
Via deze ETF beleg is in de STOXX Europe 600 Index. Dat zijn de 600 grootste beursgenoteerde bedrijven van Europa. Het gaat voornamelijk om large caps, bestaande uit waarde- en groeiaandelen. De grootste participaties zijn ASML, Roche, HSBC, AstraZeneca en Novartis. Het totalekostenpercentage bedraag 0,07%. De ETF is niet geregistreed in België. De ETF steeg tot dusver in 2026 met +1,5%.
7. iShares Core S&P 500 UCITS ETF USD - ACC (CSPX) - ISIN: IE00B5BMR087 (1 plaats gezakt)
Via deze ETF volg je nauwgezet de S&P 500, de 500 grootste Amerikaanse bedrijven waarvoor kredietbeoordelaar Standard en Poor's een index samenstelde. De S&P 500 wordt onder beleggers soms 'The index you can't beat' genoemd. Deze ETF keert geen dividenden uit. Het is een kapitalisatie-ETF. De dividenden die de onderliggende bedrijven uitkeren, worden door de ETF niet doorgestort naar haar investeerders, maar meteen opnieuw geïnvesteerd in de ETF zelf. Het totalekostenpercentage ligt op 0,07%. De ETF is niet geregistreerd in België: 0,12% beurstaks, bij aan- en verkoop. Tot dusver is de ETF in 2025 met 0,5% gestegen.
8. VanEck Vectors Semiconductor UCITS ETF - USD ACC (VVSM) - ISIN: IE00BMC38736 (1 plaats gestegen)
De ETF van VanEck Asset Management volgt de 'MVIS US Listed Semiconductor 10% Capped Index'. Het gaat om 25 bedrijven die deel uitmaken van de halfgeleidersector. Het is een kapitalisatie-ETF met een totalekostenpercentage van 0,35%. De ETF is niet geregistreerd in België: 0,12% beurstaks. In 2026 steeg de ETF met 8,3% tot dusver.
9. iShares Core MSCI Europe UCITS ETF EUR - ACC (IMAE) - ISIN: IE00B4K48X80 (nieuwkomer)
10. VanEck Defense UCITS ETF - A USD ACC (DFEN) - ISIN: IE000YYE6WK5 (6 plaatsen gezakt)
De ETF volgt de “MarketVector Global Defense Industry index”, die blootstelling biedt aan 32 bedrijven die betrokken zijn bij de nationale defensie-industrie. Het gaat om een kapitaliserende ETF waarbij het totalekostenpercentage 0,55% bedraagt. De ETF is niet geregistreerd in België, waardoor je 0,12% beurstaks betaalt bij aan-en verkoop. De ETF staat sinds begin dit jaar zo'n 17,9% hoger staat.
Een geïnformeerde zelf-belegger is er twee waard!
Naast het wijzen op voordelen van beleggen in ETF’s is het ook onze taak om je bewust te maken van de risico’s. Het belangrijkste is het marktrisico (door fluctuaties op de markt kan een ETF minder waard zijn bij verkoop dan bij aankoop). Andere risico’s zijn het valutarisico, het liquiditeitsrisico en de trackingerror. Meer duiding bij de risico's vind je hier.
We willen je er nog op wijzen dat je bovenop het makelaarsloon nog een wettelijk verplichte beurstaks betaalt bij de aan- of verkoop van een ETF. Die belasting bedraagt tussen 0,12 en 1,32% van het bedrag van aan-of verkoop. Een uitgebreide uitleg vind je op onze onlinegids.
Adidas kwam met bijkomende details over de recente kwartaalresultaten, die op het eerste gezicht degelijk ogen maar bij nadere analyse minder overtuigen. Vooral de vooruitzichten voor 2026 liggen duidelijk onder de marktverwachtingen, meldt KBC Securities‑analist Tom Noyens.
Adidas?
Het Duitse adidas is de tweede producent ter wereld van sportartikelen. Het heeft schoen- en kledingmerken en het vervaardigt ook sportuitrusting. Adidas verkoopt haar producten wereldwijd zowel via eigen winkels, winkels van derden als via e-commerce.
Meer detail bij cijfers die eind januari al werden aangekondigd
De belangrijkste financiële cijfers van Adidas werden al eind januari bekendgemaakt, maar het bedrijf gaf nu meer inzicht in de onderliggende trends. Aan constante wisselkoersen steeg de omzet met 11 procent, wat op het eerste gezicht een solide prestatie is.
De schoenendivisie liet een groei optekenen met 5 procent. Dat is weliswaar een duidelijke verbetering ten opzichte van eerdere dalingen, maar betekent tegelijk een sterke vertraging tegenover het derde kwartaal, toen de groei nog 11 procent bedroeg.
Binnen schoenen is het vooral het performance‑segment dat de groei aandrijft, met een toename met 27 procent. De lifestyle‑schoenen bleven daarentegen beperkt tot een groei met 3 procent, wat wijst op een duidelijke afkoeling in een categorie die de voorbije jaren net zeer sterk presteerde.
Kleding blijft sterke groeipijler
De kledingdivisie blijft een belangrijke steunpilaar voor Adidas. In dit segment realiseerde het bedrijf een omzetgroei met 20 procent, wat bevestigt dat de vraag naar sportkleding robuust blijft.
Volgens de analist compenseert deze sterke prestatie gedeeltelijk de afzwakkende dynamiek bij lifestyle‑schoenen, maar volstaat ze niet om alle structurele vragen rond het productaanbod weg te nemen.
China en opkomende markten maskeren zwakkere westerse vraag
Geografisch gezien toont het beeld duidelijke contrasten. In de westerse markten bleven de prestaties onder de verwachtingen, met een omzetgroei met 5 procent in Europa en slechts 3 procent in de Verenigde Staten.
Daartegenover staan China en de opkomende markten, die elk een groei met 15 procent lieten optekenen. Die regio’s helpen de totale verkoopcijfers opkrikken en verfraaien het globale beeld, maar verhullen tegelijk de zwakkere vraag in de kernmarkten.
Winst per aandeel licht onder verwachtingen, dividend fors omhoog
De winst per aandeel kwam uit op 42 cent, wat onder de marktverwachting van 44 cent lag. Dat verschil is beperkt, maar draagt bij aan het gevoel dat de resultaten net niet overtuigend genoeg zijn.
Tegenover die lichte teleurstelling staat wel een duidelijke aandeelhoudersvriendelijke beslissing: Adidas verhoogt het dividend met 40 procent.
Zeer voorzichtige vooruitblik voor 2026
Wat de analist vooral zorgen baart, is de vooruitblik voor 2026 die het management meegeeft. Adidas rekent op een omzetgroei van “hoge enkelvoudige cijfers”, wat neerkomt op ongeveer 5 tot 9 procent.
Voor de operationele winst (EBIT) mikt het management op 2,3 miljard euro, terwijl de markt eerder rekende op 2,7 miljard euro. Dat verschil onderstreept hoe voorzichtig – of zelfs pessimistisch – de vooruitzichten zijn.
Het management verwijst daarbij onder meer naar Amerikaanse handelstarieven als belangrijke onzekerheidsfactor. Volgens Tom Noyens speelt vermoedelijk ook de geopolitieke onrust in het Midden‑Oosten mee in de beslissing om de lat lager te leggen.
Twijfels rond lifestyle‑segment en ambitie van het management
Hoewel de huidige verkoopcijfers op zichzelf geen directe reden tot grote bezorgdheid vormen, ziet de analist wel enkele aandachtspunten. Vooral de afkoeling in het lifestyle‑schoenensegment valt op. Waar deze categorie enkele jaren geleden nog zeer sterke groeicijfers liet zien, lijkt ze nu stilaan een plafond te bereiken.
Dat verhoogt de druk op Adidas om opnieuw met nieuwe, trendy producten te komen die de vraag kunnen aanzwengelen. Ook de zwakkere prestaties in de westerse markten verdienen volgens de analist extra aandacht van het management.
Daarnaast stelt Noyens vast dat Adidas momenteel weinig ambitie uitstraalt. Het bedrijf staat erom bekend de lat aanvankelijk laag te leggen om die later in het jaar op te trekken via een zogenaamde "beat‑and‑raise"-strategie. Ook dit jaar lijkt dat opnieuw de voorkeur te krijgen, zeker nu CEO Bjørn Gulden zijn contract verlengd ziet worden van december 2027 tot december 2030.
Waardering blijft aantrekkelijk ondanks verhoogde volatiliteit
De analist wijst erop dat de waardering van Adidas de voorbije kwartalen sterk is gedaald, net zoals bij vergelijkbare spelers in de sector. Die daling weerspiegelt de vrees voor een verzwakkende consumentenvraag en de impact van handelstarieven.
De koers‑winstverhouding* voor de komende twaalf maanden bedraagt momenteel 13, wat duidelijk onder het historische gemiddelde ligt. Die lage waardering ondersteunt volgens Noyens nog steeds een positieve langetermijnvisie op het aandeel.
*De koers‑winstverhouding geeft aan hoeveel keer de jaarlijkse winst beleggers betalen voor een aandeel. Een lagere verhouding wijst meestal op een lagere waardering.”
Tegelijk zorgt de aanhoudende geopolitieke onzekerheid, met name in het Midden‑Oosten, voor een volatieler vooruitzicht op korte termijn.
KBC Securities over Adidas
Volgens Tom Noyens blijft Adidas fundamenteel een sterk merk met aantrekkelijke waardering, maar stellen de recente vooruitzichten teleur en ontbreekt het voorlopig aan ambitie bij het management. Rekening houdend met het verhoogde onzekerheidsniveau verlaagt KBC Securities het koersdoel van 235 euro naar 185 euro, terwijl de “Kopen”-aanbeveling behouden blijft.
Neste profiteert van structurele steun door strengere Europese duurzaamheidsregels en zijn sterke positie in duurzame vliegtuigbrandstoffen. Tegelijk verliest de groep competitiviteit op de Amerikaanse markt door een wijziging in het fiscale kader, stelt KBC Securities‑analist Guglielmo Filangieri.
Neste?
Neste is het voormalige Finse staatsoliebedrijf dat is getransformeerd van een puur raffinagebedrijf naar een pionier en wereldmarktleider in hernieuwbare brandstoffen (diesel en kerosine) op basis van afvaloliën en -vetten. De Finse overheid heeft nog altijd een belang van 36,4%. De biobrandstoffen nemen nu het grootste deel van de winst voor hun rekening met nog maar een klein aandeel voor traditionele raffinage en tankstations.
ReFuelEU creëert structurele vraag naar SAF
Volgens Guglielmo Filangieri vormt de Europese ReFuelEU‑wetgeving een belangrijke steunpilaar voor de langetermijnvooruitzichten van Neste. Die regelgeving legt luchtvaartmaatschappijen een verplichte bijmenging van duurzame vliegtuigbrandstoffen (SAF) op. Die bijmengverplichting bedraagt 2 procent in 2025 en loopt op tot 6 procent tegen 2030.
Dat mechanisme creëert volgens de analist een gegarandeerde vraagbodem voor SAF, los van de conjunctuur. Neste is in dat segment bijzonder goed gepositioneerd, aangezien het bedrijf over ’s werelds grootste SAF‑productiecapaciteit beschikt. Daarnaast heeft de groep langlopende contracten met grote internationale luchtvaartmaatschappijen, wat de zichtbaarheid van toekomstige volumes en kasstromen verhoogt.
Rotterdam blijft strategisch kernproject ondanks vertragingen
Een tweede belangrijk element in de analyse is de uitbreiding van de raffinaderij in Rotterdam, die gepland staat om operationeel te worden in 2027. Filangieri erkent dat het project te maken heeft gehad met vertragingen en kostenoverschrijdingen, maar blijft het strategische belang ervan benadrukken.
Na voltooiing zal de uitbreiding de raffinagecapaciteit van de site verdubbelen, waardoor Rotterdam uitgroeit tot een dominante aanvoerhub voor hernieuwbare brandstoffen in Europa. De ligging in een van Europa’s grootste logistieke en energie‑knooppunten versterkt volgens de analist de concurrentiepositie van Neste op lange termijn.
Geografische spreiding versterkt commerciële positie
Naast de Europese activiteiten blijft Neste ook inzetten op geografische diversificatie. Het bedrijf blijft commerciële overeenkomsten afsluiten in meerdere regio’s, wat de wereldwijde voetafdruk verder verstevigt.
Die spreiding vermindert de afhankelijkheid van individuele markten en regelgeving, al wijst Filangieri erop dat dit voordeel niet overal even zwaar doorweegt, zeker gezien recente wijzigingen in de Amerikaanse regelgeving.
Amerikaanse regelgeving weegt zwaarder dan invoertarieven
Volgens de analist vormen invoertarieven op zich niet de kern van het probleem voor Neste in de Verenigde Staten. De grootste impact komt van de regulatoire verschuiving van de zogeheten Blender’s Tax Credit (BTC) naar de Producer’s Tax Credit, die van kracht werd op 1 januari 2025.
Onder het oude BTC‑systeem ontving iedereen die biodiesel of hernieuwbare diesel in de VS mengde een belastingkrediet van 1 dollar per gallon, ongeacht waar de brandstof werd geproduceerd. Dat stelde Neste in staat om brandstoffen te produceren in Finland, Singapore of Rotterdam, terwijl de Amerikaanse afnemer het belastingvoordeel incasseerde.
Sinds 2025 wordt het belastingkrediet echter uitsluitend toegekend aan de producent, en alleen voor binnenlandse Amerikaanse productie. Omdat Neste niet produceert in de Verenigde Staten, verliest het bedrijf volgens Filangieri structureel aan concurrentiekracht op die markt, los van eventuele invoerheffingen.
Het nieuwe 45Z‑belastingkrediet werd weliswaar verlengd onder de recent goedgekeurde wetgeving (de zogenaamde Big Beautiful Bill), maar blijft beperkt tot Amerikaanse productie, waardoor de structurele handicap voor Neste behouden blijft.
Grondstofprijzen als hefboom voor winstgevendheid
Aan de kostenkant ziet Filangieri wel potentieel opwaarts risico. Indien de prijzen van grondstoffen (feedstocks) stabiliseren of dalen, terwijl de door regelgeving opgelegde vraag de verkoopprijzen blijft ondersteunen, kan de operationele hefboom van Neste aanzienlijk toenemen.
In dat scenario zou een relatief beperkte daling van de inputkosten kunnen leiden tot een disproportioneel positieve impact op de marges en winstgevendheid.
Waardering op basis van som‑der‑delen
Voor de waardering van Neste hanteert KBC Securities een som‑der‑delen‑benadering, waarbij de verschillende activiteiten afzonderlijk worden beoordeeld.
Renewable Products (HVO en SAF)
Deze divisie wordt gewaardeerd via een discounted cashflow‑model*, gebaseerd op de verwachte capaciteitsuitbreiding (met name in Rotterdam) en de structurele steun vanuit regelgeving.
*Een discounted cashflow‑model vertrekt van één kernidee: een bedrijf is vandaag zoveel waard als de som van zijn toekomstige kasstromen, teruggerekend naar vandaag. Omdat geld in de toekomst minder waard is dan geld vandaag, worden die toekomstige kasstromen “gedisconteerd” (afgewaardeerd) met een rendementseis.
Oil Products
De klassieke raffinageactiviteiten worden gewaardeerd tegen een EV/EBITDA‑multiple* van 5x, in lijn met andere Europese raffinaderijen. De marges worden hier voornamelijk gestuurd door Europese diesel crack spreads.
*Deze multiple geeft aan hoeveel keer de jaarlijkse operationele winst (EBITDA) beleggers bereid zijn te betalen voor een bedrijf. EV staat voor Enterpise Value of waarde van het bedrijf.
Marketing & Services
De divisie Marketing & Services beschikt over een uitgebreid netwerk van servicestations en genereert stabielere kasstromen dan raffinage. Daarom wordt deze activiteit gewaardeerd tegen een hogere multiple van 6x EV/EBITDA.
KBC Securities over Neste
Volgens Guglielmo Filangieri biedt Neste duidelijke structurele groeifactoren via duurzame brandstoffen en Europese regelgeving, maar blijven de vooruitzichten in de Verenigde Staten structureel onder druk staan door het gewijzigde fiscale kader. Rekening houdend met de verbeterde langetermijnvooruitzichten verhoogt KBC Securities het koersdoel tot 23 euro, tegenover 19 euro voordien, maar handhaaft het de “Houden”-aanbeveling voor het aandeel.
Immobel heeft over 2025 resultaten gepubliceerd die volledig in lijn liggen met de verwachtingen van KBC Securities, met een beduidelijke verbetering van zowel marge als nettowinst, aldus KBC Securities‑analist Lynn Hautekeete. De brutomarge herstelde krachtig dankzij hogere exitwaarden in de Belgische residentiële markt, terwijl het onderliggende resultaat substantieel toenam na het verlies in 2024. Volgens Lynn blijft de balanssituatie beheersbaar, maar valt de vooruitblik voor 2026 zwakker uit dan verwacht.
Immobel?
Immobel werd opgericht in 1863 en is de grootste beursgenoteerde vastgoedontwikkelaar in België. De groep legt zich voornamelijk toe op het bouwen van duurzame werkruimtes en appartementen. De groep beschikt over een projectportefeuille van 1,6 miljoen m² verdeeld over woningen en kantoren (72,0% tegen 28,0%).
Resultaten 2025: omzet en marges duidelijk hoger dan vorig jaar
Immobel rapporteerde een bedrijfsopbrengst van 456,4 miljoen euro, een stijging met 2,5 procent jaar‑op‑jaar en licht boven de verwachting van KBC Securities. De brutomarge kwam uit op 23,1 procent, tegenover 20,0 procent in de KBC‑raming en een duidelijke verbetering ten opzichte van de 12,9 procent in 2024. Volgens Lynn is deze marge‑herstelbeweging vooral te danken aan hogere exitwaarderingen in de Belgische residentiële markt.
De onderliggende EBITDA klokte af op 62,2 miljoen euro, wat een stijging van 84 procent betekent ten opzichte van 2024. Het nettoresultaat bedroeg 48,5 miljoen euro, tegenover een verlies van 94 miljoen euro in 2024 dat destijds werd veroorzaakt door voorraadwaardeverminderingen. Het huidige nettoresultaat bevat wel een eenmalige bijdrage van 18,0 miljoen euro uit de Proximus‑vergunning. Zonder die eenmalige impact verbeterde de onderliggende nettomarge van 1,3 procent in 2024 naar 5,6 procent in 2025.
Financiële positie: lagere gearing en voldoende buffer voor 2026
De financieringsstructuur van Immobel verbeterde verder. De gearingratio daalde van 66,7 procent in 2024 naar 58,9 procent eind 2025. De beschikbare financiële ruimte (headroom) bedraagt 202 miljoen euro. Hierdoor is de obligatievervaldag van 125 miljoen euro in juni 2026 volledig gedekt, volgens de interne analyse.
Gezien de gearingratio en de aanstaande obligatieaflossing keert Immobel geen dividend uit over het resultaat van 2025. De gemiddelde kost van schulden steeg tot 4,2 procent, tegenover 3,6 procent vorig jaar, onder meer door een gewijzigde berekeningsmethode.
Operationele activiteit: solide verkoop in residentieel, lagere verhuurvolumes
Op operationeel vlak beschikte Immobel over een totaal vergunde GDV‑portefeuille van 2 miljard euro. Het bedrijf verkocht 882 residentiële units en drie kantoorgebouwen. De nieuwe verhuurvolumes daalden naar 18.000 vierkante meter, tegenover 56.000 vierkante meter in 2024.
Volgens Lynn bevestigen deze cijfers dat de residentiële activiteit een stabiele motor blijft, terwijl de kantoormarkt gemengder evolueert.
Vooruitzichten 2026: vlakke omzet en weinig visibiliteit op marges
Voor 2026 verwacht Immobel een bedrijfsopbrengst tussen 400 en 450 miljoen euro, wat een vlakke evolutie betekent en duidelijk onder de huidige KBC‑inschatting van 528 miljoen euro ligt. De groei moet vooral komen uit residentiële verkopen in België en uit de verkoop van liquide kantoorpanden, bijvoorbeeld in Parijs.
Er werd geen formele guidance gegeven voor de brutomarge. Volgens Hautekeete mag worden uitgegaan van een marge vergelijkbaar met de 23,1 procent van 2025, terwijl het interne model van KBCS nog op 19 procent staat. Lynn zal haar ramingen bijwerken na de analisten‑call later op de ochtend.
KBC Securities over Immobel
De KBC Securities‑analiste ziet in de resultaten over 2025 een duidelijke verbetering van de marges, het onderliggende resultaat en de kapitaalstructuur van Immobel. De combinatie van hogere residentiële exitwaarden, een sterke EBITDA‑groei en dalende gearing ondersteunt het herstelverhaal. Wel blijft de outlook voor 2026 zwakker dan verwacht, met een vlak omzetniveau en beperkte zichtbaarheid op marges.
Op basis van de geactualiseerde waarderingsparameters handhaaft Hautekeete een koersdoel van 658 euro en een houden‑aanbeveling voor Immobel.
ASMi publiceerde resultaten die volledig in lijn lagen met de eerdere pre‑announcement van januari, maar met een beter dan verwachte brutomarge dankzij een gunstige productmix, aldus KBC Securities‑analist Thibault Leneeuw. Het opvallendste element is het duidelijke herstel van de Chinese vraag, waardoor het bedrijf nu rekent op omzetgroei in China in 2026 in plaats van een eerder voorziene dubbelecijferdalende evolutie. Volgens Thibault verbetert dit het vooruitzicht voor ASMi aanzienlijk en kan de positieve marktreactie worden aangegrepen voor winstnemingen, gezien de sterke koersstijging van de afgelopen maanden.
ASMi?
ASMI is een toonaangevende fabrikant van front-end halfgeleiderapparatuur. Het is marktleider op het gebied van atomaire laagafzettingsapparatuur (ALD) en met plasma versterkte ALD (PEALD). Onder zijn concurrenten bevinden zich bedrijven als Applied Materials, Lam Research en Tokyo Electron. ASMI biedt ook epitaxy-systemen en verticale ovens aan. ASM's systeemassemblageactiviteiten zijn voornamelijk in Azië gevestigd. ASMI bezit een belang van 25% in het in Hongkong genoteerde ASM PaciYc Technology (ASMPT (522 HK), 's werelds nummer één op het gebied van back-end apparatuur.
Orders en omzet: volledig in lijn, maar met een belangrijke kentering in China
De orders en omzet van ASMi lagen precies zoals verwacht na de pre‑announcement van 19 januari. De omzet daalde met 7 procent kwartaal‑op‑kwartaal bij constante wisselkoersen vergeleken met het derde kwartaal van 2025, vooral door zwakkere vraag in leading‑edge‑logica en PWE. Volgens Tom Noyens was die daling vooraf aangekondigd tijdens de Capital Markets Day van september, maar de vraag is intussen opnieuw verbeterd.
Het cruciale lichtpunt in deze cijfers is de heropleving van de Chinese vraag. Waar eerder nog werd gerekend op een daling met dubbele cijfers in 2026, verwacht ASMi nu opnieuw groei in China. Dit markeert een belangrijke trendbreuk en ondersteunt het verbeterde vooruitzicht voor het bedrijf.
Volledige jaarresultaten 2025: groei in logica, normalisatie in geheugen
De omzet over 2025 steeg met 12 procent jaar‑op‑jaar bij constante wisselkoersen. Die groei werd vooral gedragen door investeringen in leading‑edge‑logica, met name rond 2nm GAA‑capaciteit, een domein waar de vraag volgens Thibault structureel hoog blijft. Nieuwe toepassingen, waaronder Mo ALD en area‑selective ALD, bereikten high‑volume manufacturing.
De verkoop aan de geheugenmarkt daalde in 2025, wat in lijn ligt met een normalisatie na een uitzonderlijk sterk 2024 in China. Ook de PWA‑activiteiten namen af, terwijl de S&S‑tak met 18 procent steeg bij constante wisselkoersen. Die groei is voornamelijk te danken aan een verdere uitbreiding van outcome‑based service‑contracten.
Marges: brutomarge overtreft verwachtingen
De brutomarge lag 80 basispunten boven de verwachtingen van CSS. Tom Noyens schrijft dit toe aan:
De aangepaste EBIT lag eveneens boven de verwachtingen, dankzij de sterke brutomarge en lager dan verwachte R&D‑kosten.
Vooruitzichten: verbetering in 2026 en opnieuw groei in China
Voor het eerste kwartaal van 2026 verwacht ASMi een omzet van 830 miljoen euro, met een bandbreedte van plus/min 4 procent. Het bedrijf voorziet een verdere verbetering in het tweede kwartaal en een duidelijk sterker tweede halfjaar dan het eerste.
De groei zal voornamelijk worden gedreven door advanced logic‑foundry, ondersteund door gezonde groei in geheugen en een lichte heropleving van PWE. ASMi verwacht bovendien de eerste investeringen voor A14‑pilotlijnen in de tweede helft van 2026.
Het belangrijkste element in de vooruitzichten blijft echter de ommekeer in China: ASMi rekent nu op een stijging van de Chinese omzet, terwijl eerder nog een dubbelecijferdalende daling werd voorzien. In 2025 noteerde China al een toename van 30 procent in equipment sales.
KBC Securities over ASMi
Volgens de KBC Securities‑analist bevestigen de resultaten van ASMi de sterke positie van het bedrijf, maar is vooral de hernieuwde groei in China een gamechanger voor de vooruitzichten. De brutomarge en de aangepaste EBIT lagen boven verwachting, terwijl het vooruitzicht voor 2026 duidelijk verbeterde. Toch benadrukt Noyens dat het aandeel de voorbije maanden zeer sterk is gestegen en dat een positieve marktreactie een geschikt moment kan zijn voor winstnemingen.
Op basis van een koers‑winstverhouding van 30 keer de aangepaste verwachte winst per aandeel voor 2027 komt Thibault tot een koersdoel van 658 euro maar verlaagt de aanbeveling naar houden.
Aedifica en Cofinimmo liggen voor op schema met de uitvoering van hun aangekondigde samensmelting, waarbij het ruilbod inmiddels volledig onvoorwaardelijk is geworden en de afwikkeling vervroegd werd. Na afloop van de initiële aanvaardingsperiode heeft Aedifica een duidelijke controlepositie verworven in Cofinimmo, zegt KBC Securities-analiste Lynn Hautekeete.
Aedifica?
Aedifica is een groeiende Belgische beursgenoteerde vennootschap (GVV) die gespecialiseerd is in investeringen in Europees zorgvastgoed en in het bijzonder in huisvesting voor senioren.
Cofinimmo?
Cofinimmo is de grootste investeerder in vastgoed (REIT) van ons land met een gediversifieerde portefeuille van ongeveer 6 miljard euro, gespreid over gezondheidszorg (75%), kantoren (17%) en Pubstone (cafés van AB InBev, die het van Cofinimmo leaset) (8%). Het is actief in België, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Spanje, Finland, Ierland en de UK.
Ruilbod volledig onvoorwaardelijk en sneller afgerond
Volgens Lynn Hautekeete zijn Aedifica en Cofinimmo verder gevorderd in de uitvoering van hun combinatie dan aanvankelijk verwacht. Het ruilbod van Aedifica op Cofinimmo is inmiddels volledig onvoorwaardelijk* geworden. Bovendien werd ook de afwikkeling van het bod vervroegd: de settlement is nu bevestigd op 10 maart 2026, drie dagen vroeger dan eerder gecommuniceerd.
*Wanneer een ruilbod of overnamebod volledig onvoorwaardelijk is, betekent dat alle vooraf vastgelegde voorwaarden aan het bod zijn vervuld of formeel zijn opgeheven. Vanaf dat moment kan het bod niet meer mislukken om redenen die in de voorwaarden stonden.
Na het einde van de initiële aanvaardingsperiode op 2 maart 2026 werden in totaal 30.312.595 aandelen Cofinimmo ingebracht in het bod. Daardoor is het belang van Aedifica in Cofinimmo opgelopen tot 79,57 procent. Het bod zal niet opnieuw worden heropend.
Volgende stap: buitengewone algemene vergadering
De juridische afronding van de fusie vereist nog goedkeuring door de aandeelhouders op een buitengewone algemene vergadering. Die stemming zal niet plaatsvinden op de gewone algemene vergadering van 12 april, maar op een afzonderlijke vergadering.
Hautekeete wijst erop dat de Belgische vennootschapswetgeving voorschrijft dat voor het bijeenroepen van een buitengewone algemene vergadering een minimale oproepingstermijn van 30 dagen geldt. Dat betekent dat er onvermijdelijk enige tijd zit tussen het afronden van het ruilbod en de formele goedkeuring van de fusie.
Notariële afwikkeling vraagt bijkomende tijd
Naast de formele vennootschapsrechtelijke procedure benadrukt de analiste dat vooral de notariële afwikkeling een cruciale stap vormt in het fusieproces. Die oefening vereist goedkeuring en documentatie voor elk afzonderlijk gebouw in de verschillende vastgoedactiva in portefeuille.
Volgens Hautekeete is dit een complex en tijdsintensief proces, aangezien elk afzonderlijk gebouw over de nodige juridische en notariële documenten moet beschikken alvorens de fusie volledig kan worden afgerond.
Verwachte timing van de volledige combinatie
Op basis van de door het management geschetste operationele en juridische volgorde verwacht de gecombineerde groep dat het volledige fusieproces zal zijn afgerond in de tweede jaarhelft van 2026. Tot dan zullen Aedifica en Cofinimmo dus nog als afzonderlijke juridische entiteiten blijven bestaan, ondanks de duidelijke controlepositie van Aedifica.
KBC Securities over Aedifica
Volgens KBC Securities-analist Lynn Hautekeete bevestigt de vlotte voortgang van het ruilbod en de vervroegde settlement dat de combinatie tussen Aedifica en Cofinimmo operationeel goed onder controle is. De duidelijke meerderheidsparticipatie van Aedifica biedt volgens haar voldoende visibiliteit over het verdere fusietraject, ondanks de nog lopende juridische en notariële stappen.
KBC Securities hanteert voor Aedifica een koersdoel van 81 euro en koppelt daaraan een “Opbouwen”-aanbeveling.
Best Buy verhoogt zijn winstvooruitzichten ondanks dalende vergelijkbare omzet
CrowdStrike versterkt zijn omzetdoel dankzij sterke vraag naar AI‑beveiliging
Paramount verliest zijn kredietrating na geplande overname van Warner Bros Discovery
Moderna schikt zijn patentgeschil met miljardenbetaling aan Genevant en Arbutus
Blackstone verwerkt grote uitstappen uit BCRED en versterkt het fonds met eigen kapitaal
Target versnelt zijn vernieuwingsplan om terug te keren naar jaarlijkse omzetgroei
Intel hervormt zijn bestuur met het vertrek van de voorzitter en een nieuwe opvolger
AeroVironment voert gesprekken verder over het SCAR‑programma met de U.S. Space Force
Ziff Davis verkoopt zijn connectiviteitsdivisie in een miljardendeal met Accenture
AutoZone overtreft licht de winstverwachting ondanks zwakkere jaar‑op‑jaarresultaten
NRG Energy ziet zijn koers dalen na grote aandelenverkoop door LS Power
Surgery Partners verlaagt zijn vooruitzichten en veroorzaakt forse koersdaling
Archer Aviation zakt fors nadat het een groter kwartaalverlies voorspelt
UCB heeft een wereldwijde exclusieve licentieovereenkomst gesloten met Antengene voor de verdere ontwikkeling, productie en commercialisering van ATG-201, een preklinisch bispecifiek CD19/CD3‑antilichaam gericht op B‑celgedreven auto‑immuunziekten. Hiermee voegt het bedrijf een veelbelovend extern onderzoeksprogramma toe dat zijn bestaande expertise in auto‑immuunziekten aanvult, aldus KBC Securities‑analist Jakob Mekhael. Volgens Jakob kan ATG-201 uitgroeien tot een toekomstig blockbuster‑medicijn, dankzij sterke preklinische data en een solide veiligheidsprofiel.
UCB?
UCB is een in België gevestigd biofarmaceutisch bedrijf dat gespecialiseerd is in twee therapeutische gebieden: ziekten van het centrale zenuwstelsel (CZS) en immunologie. Op het gebied van aandoeningen van het centrale zenuwstelsel richt het bedrijf zich op epilepsie, het Dravetsyndroom, het LennoxGastautsyndroom, myasthenia gravis, rustelozebenensyndroom en de ziekte van Parkinson, en het immunologiegebied omvat reumatoïde artritis, osteoporose, psoriasis, artritis psoriatica, axiale spondyloartritis, hidradenitis suppurativa, de ziekte van Crohn, lupus en juveniele idiopathische artritis.
ATG‑201: Bispecifiek antilichaam met focus op B‑celgedreven auto‑immuunziekten
ATG‑201 is een bispecifieke T‑celengager die zowel CD19 als CD3 target en ontwikkeld wordt voor de behandeling van B‑celgerelateerde auto‑immuunziekten. De molecule is ontworpen met bivalente CD19‑binding, een masking‑technologie gebaseerd op sterische hindering en een gepatenteerde CD3‑sequentie. Dit ontwerp moet zorgen voor een efficiënte depletie van B‑cellen en tegelijk het risico op cytokine‑release‑syndroom beperken.
Preklinische gegevens tonen een diepe en langdurige depletie van naïeve B‑cellen, gecombineerd met een milde en voorbijgaande stijging van cytokineniveaus, wat volgens Noyens wijst op een gunstig veiligheidsprofiel. Verdere toelichting over het programma wordt verwacht tijdens een investeerderscall later vandaag.
Verdeeld ontwikkelingspad en geplande klinische opstart
Antengene plant om in het eerste kwartaal van 2026 klinische studieaanvragen in te dienen in China en Australië. Het bedrijf zal de eerste studies bij mensen uitvoeren in deze twee regio’s. Daarna zal het verdere klinische en niet‑klinische ontwikkelingswerk van ATG‑201 worden overgedragen aan UCB. Met deze transactie krijgt UCB tevens toegang tot de productietechnologie van ATG‑201, wat een belangrijke stap is richting toekomstige opschaling en commercialisering.
Financiële voorwaarden van de overeenkomst
De deal omvat een combinatie van voorafbetalingen en toekomstgerichte mijlpaalbetalingen:
Extra financiële details zijn niet vrijgegeven.
Strategische betekenis voor UCB
De analist benadrukt dat de overeenkomst UCB toelaat om zijn pijplijn te verbreden voorbij interne R&D‑inspanningen. Dankzij een sterke balans en de afwezigheid van imminente expiratie van exclusiviteitsrechten kan UCB investeren in vroege‑faseprogramma’s zonder de financiële flexibiliteit te compromitteren.
Volgens Jakob toont de beperkte upfront‑betaling, in combinatie met de solide balansstructuur van UCB, aan dat er ruimte is voor verdere deals in dit segment. ATG‑201 past strategisch bij UCB’s expertise in auto‑immuunziekten en zou, gezien het brede toepassingspotentieel, kunnen uitgroeien tot een commercieel succesverhaal op langere termijn.
KBC Securities over UCB
De KBC Securities‑analist ziet de licentieovereenkomst als een logische en waardevolle uitbreiding van UCB’s pijplijn. Hij verwacht dat ATG‑201, dankzij de sterke preklinische resultaten en de brede toepasbaarheid binnen auto‑immuunziekten, een belangrijk groeipotentieel biedt voor het bedrijf. Noyens blijft positief over de strategische aanpak van UCB en over de manier waarop het bedrijf zijn kapitaal inzet om toekomstige groei te verzekeren.
Jakob heeft een koersdoel van 284 euro en de aanbeveling blijft kopen.
Adidas verwacht een stijging van de bedrijfswinst tot ongeveer 2,3 miljard euro.
Symrise versterkt marges en rekent op aanhoudende organische groei.
Monte dei Paschi di Siena sluit CEO Lovaglio uit bij samenstelling nieuwe raad van bestuur.
Continental mikt op stabiele omzet en rendabiliteit in bandenactiviteiten.
Bayer voorspelt een lagere EBITDA dan markt verwacht voor 2026.
Dassault Aviation verhoogt winst en ziet omzet verder doorgroeien richting 2026.
ASMi ziet Chinese vraag herstellen en rekent opnieuw op omzetgroei in 2026.
D’Ieteren Group verkent strategische opties voor Belron, inclusief mogelijke beursgang.
UCB sluit exclusieve licentiedeal met Antengene.
Immobel herstelt winstgevendheid maar mikt in 2026 op lagere omzet dan verwacht.
IMCD versterkt bestuur en management met nieuwe benoemingen.
Aedifica rondt integratie met Cofinimmo sneller dan gepland af.
Prosus investeert in groei via Flink en versnelt AI‑ambities met Zapia.
Datum en uur van publicatie: 04/03/2026 om 09:00
Deze mededeling is niet opgesteld overeenkomstig de voorschriften ter bevordering van de onafhankelijkheid van onderzoek op beleggingsgebied en is daarom niet onderworpen aan het verbod om al voor de verspreiding van onderzoek op beleggingsgebied te handelen.