Meerwaardebelasting
De Arizona-regering bereikte op 30 juni een akkoord over de meerwaardebelasting.
De ontwerpteksten voor de belasting moeten nog ingediend worden in het Parlement. De wet op de meerwaardebelasting zal daardoor niet meer kunnen gestemd worden vóór 1 januari 2026. Wel zal de regering alle gerealiseerde meerwaarden vanaf 1 januari 2026 belasten met 10%. Hoe dit praktisch zal verlopen voor de in het begin van 2026 gerealiseerde meerwaarden, is nog niet bekend.
We volgen de situatie nauwgezet en werken deze pagina bij zodra er meer duidelijkheid is.
De onderstaande informatie is dan ook onder voorbehoud, maar we geven je alvast de krijtlijnen mee.
Laatste update: 18/12/2025
- *Hoofdstuk 2: "Hoe betaal je de belasting" toegevoegd
- *Hoofdstuk 3: "Wat tijdens de overgangsperiode?" toegevoegd
1. Voor de particuliere belegger
1. Principe: 10% op de toekomstige gerealiseerde meerwaarde
De meerwaardebelasting is een nieuwe taks van 10% die vanaf 1 januari 2026 van toepassing zal zijn op gerealiseerde meerwaarden op verkopen van financiële activa (zoals aandelen, obligaties, fondsen, spaar- en beleggingsverzekeringen, ...).
2. Wie zal getroffen worden door deze nieuwe meerwaardebelasting?
De taks zal enerzijds van toepassing zijn op natuurlijke personen die in België onderworpen zijn aan de personenbelasting, anderzijds op bepaalde rechtspersonen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting. Het gaat dan vooral over vzw’s, stichtingen en private stichtingen. Er zou wel een uitzondering voorzien worden voor vzw’s die fiscaal aftrekbare giften kunnen ontvangen.
Niet-inwoners zijn niet onderworpen aan deze nieuwe taks.
Voorbeeld
Je woont permanent in Frankrijk en dient daar ook je belastingaangifte in. Je houdt je beleggingen in België aan en bij de verkoop van bepaalde aandelen realiseer je een meerwaarde. Je zal geen meerwaardebelasting betalen onder de nieuwe maatregel.
Meerwaarden die gerealiseerd worden door een vennootschap, vallen buiten het toepassingsgebied.
3. Welke producten zijn in scope?
Onder financiële activa wordt een zeer ruim scala aan financiële producten begrepen zoals aandelen, obligaties, fondsen, opties, trackers, ETF’n, warrants, spaar- en beleggingsverzekeringen tak 21 en tak 23, … Ook crypto-assets zullen hieronder begrepen worden. Het gaat over zowel Belgische als buitenlandse activa. Of de activa al dan niet beursgenoteerd zijn is niet relevant. Voor niet-beursgenoteerde activa zal een waardebepaling moeten gebeuren volgens de methodiek die de wet voorziet.
Groepsverzekeringen en andere contracten binnen de tweede pensioenpijler, evenals pensioensparen en langetermijnsparen, vallen buiten het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting.
Aangezien sommige bancaire fondsen al onderhevig zijn aan een bepaalde ‘meerwaardebelasting’, namelijk de Reynderstaks, is het de vraag hoe de meerwaardebelasting nog moet berekend worden bij de verkoop van fondsen waarop deze Reynderstaks ook van toepassing is. Op dit moment is dat nog niet duidelijk. De Reynderstaks blijft volledig behouden.
4. Hoe wordt de meerwaarde concreet berekend?
In principe wordt de meerwaarde berekend door het verschil te maken tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs. Aangezien de nieuwe bepaling maar in voege gaat vanaf 1 januari 2026, zal enkel rekening worden gehouden met meerwaarden die vanaf die datum zijn ontstaan. Historische meerwaarden vallen dus niet onder de belasting. Voor de bepaling van de meerwaarde wordt gekeken naar de waarde van het actief op 31 december 2025 (de zogenaamde ‘foto’).
Voorbeeld
Je kocht in 2023 een aandeel aan 100 euro en verkoopt dit op 15 september 2026 aan 150 euro. Economisch gezien realiseer je dus een meerwaarde van 50 euro. De koers van dit aandeel op 31 december 2025 bedraagt echter 120 euro. In dat geval betaalt u slechts 10% op 30 euro (150 – 120).
Als je een aandeel hebt gekocht voor 31 december 2025 aan een hogere prijs dan de waarde op de foto, zal je deze hogere aankoopprijs in rekening mogen brengen in plaats van de waarde op de foto. Welke bewijsstukken je daarvoor moet aanleveren is nog niet bekend. Deze mogelijkheid geldt echter maar tot 31 december 2030. Voor transacties die na deze datum plaats vinden, zal steeds de waarde op de foto op 31 december 2025 gehanteerd moeten worden.
Voorbeeld
Je kocht een aandeel in 2023 aan 150 euro. De koers op 31 december 2025 bedraagt 120 euro (de ‘foto’). Je verkoopt dit aandeel op 15 september 2026 aan 125 euro . Aangezien de belastbare grondslag in principe wordt bepaald door de het verschil te maken tussen de verkoopwaarde en de waarde op de foto op 31 december 2025, zou er een heffing van 10% moeten worden toegepast op 5 euro. Nochtans realiseerde je geen daadwerkelijke meerwaarde, aangezien je het aandeel duurder kocht dan verkocht. Tot 31 december 2030 kun je de werkelijke, historische aankoopprijs in rekening brengen.
Aangezien de beurs volatiel is, is het perfect mogelijk dat je naast meerwaarden in een bepaald jaar ook minderwaarden realiseert. Deze minderwaarden kun je in mindering brengen van de meerwaarden die je in datzelfde jaar hebt gerealiseerd.
Voorbeeld
In 2027 realiseer je een totale meerwaarde van 25.000 euro door de verkoop van verschillende beleggingen. Je verkoopt in datzelfde jaar ook een aantal beleggingen waarop je 3.000 euro verlies realiseert. De netto belastbare meerwaarde bedraagt dan 25.000 – 3.000 = 22.000 euro (abstractie makend van de vrijstelling).
5. Jaarlijkse vrijstelling
De wet zal voorzien dat elke belastingplichtige een vrijstelling geniet van 10.000 euro, die jaarlijks zal geïndexeerd worden. Deze vrijstelling zal via de eigen aangifte moeten gevraagd worden.
Er wordt in een systeem van (beperkte) overdraagbaarheid van de vrijstelling voorzien. Per jaar dat je geen gebruik maakt van (een gedeelte van) deze vrijstelling kun je 1.000 euro (of een deel) overdragen naar een volgend jaar, met een maximum van 5 jaar. Op die manier zou een maximale vrijstelling van 15.000 euro per belastingplichtige kunnen bereikt worden. Dit betekent dat een gehuwd koppel uiteindelijk een gezamenlijke vrijstelling van 30.000 euro zou kunnen genieten als ze de overdracht maximaal gebruiken (in de hypothese dat hun beleggingen deel uitmaken van hun gemeenschappelijk vermogen).
Voorbeeld
Je hebt in 2026 geen beleggingen verkocht. Je kunt in 2027 gebruik maken van een vrijstelling van 11.000 euro. Als je in 2027 beleggingen verkoopt met een totale meerwaarde van 10.600 euro, dan zal je geen meerwaardebelasting moeten betalen in het jaar 2027.
6. Hoe moet de 10% betaald worden?
In principe zullen de financiële instellingen instaan voor de inhouding van de meerwaardebelasting van 10%, behalve voor meerwaarden gerealiseerd op bepaalde activa zoals crypto-assets, deviezen, …
Voor vzw’s en stichtingen geldt het systeem van de inhouding aan de bron niet maar wordt de betaling van de meerwaardebelasting rechtstreeks geregeld via de aangifte van de rechtspersonen belasting.
Voorbeeld
Je verkoopt in januari 2027 aandelen met een meerwaarde van 9.000 euro. Je financiële instelling zal hierop 900 euro meerwaardebelasting inhouden en zelf (anoniem) doorstorten naar de fiscus. Aangezien je gebruik kunt maken van de vrijstelling van 10.000 euro, kun je in je aangifte inkomstenjaar 2027 – aanslagjaar 2028 deze meerwaarde aangeven om de betaalde belasting van 900 euro te recupereren. De terugbetaling van dit bedrag zal echter maar ten vroegste eind 2028 of in de loop van 2029 gebeuren, waardoor je in de praktijk toch gedurende een tweetal jaar de belasting moet voorfinancieren.
Om de voorfinanciering te vermijden zou de wetgever een mogelijkheid tot 'opt out' voorzien. Daarbij zal je aan je financiële instelling kunnen laten weten dat je geen inhouding aan de bron wenst en dat je zelf de nodige gegevens zal vermelden in je eigen aangifte. In deze aangifte kun je ook de gerealiseerde minderwaarden verrekenen en wordt de vrijstelling toegepast.
Aangezien de fiscus je aangifte moet kunnen controleren, zal je financiële instelling de nodige gegevens moeten doorgeven aan de fiscus (‘ficheverplichting’). Welke gegevens dit precies zullen zijn, is nog niet duidelijk.
Voor effecten die je in het buitenland aanhoudt, zal je de gerealiseerde meerwaarden zelf moeten aangeven in je eigen aangifte. Het systeem van inhouding aan de bron van de 10% is hier immers niet mogelijk.
2. Hoe betaal je de belasting?
Zodra de wet in werking treedt, heb je 2 keuzes:
1. Automatische inhouding (bronheffing of opt-in)
- KBC – Bolero houdt automatisch 10% belasting in op de meerwaarde wanneer je een belegging met winst verkoopt.
- Wij storten dat bedrag anoniem door naar de fiscus.
- Wil je gebruikmaken van de vrijstelling van 10.000 euro? Dan kun je het betaalde bedrag terugvragen via je belastingaangifte. Je krijgt van ons een overzicht om dat eenvoudig te doen.
2. Alles zelf aangeven (opt-out)
- Je kiest ervoor dat KBC-Bolero geen meerwaardebelasting inhoudt.
- Wij melden je keuze aan de fiscus en bezorgen jou en de fiscus een overzicht van je gerealiseerde meerwaarden.
- Jij bent zelf verantwoordelijk om deze bedragen in je belastingaangifte op te nemen.
Standaard zal KBC – Bolero de belasting automatisch inhouden. Kies je liever voor opt-out? Dan kan je vanaf eind januari 2026 je keuze eenvoudig regelen in de Bolero-app, KBC Mobile, KBC Touch of in je KBC-kantoor. Je ontvangt daarover eind januari bijkomende informatie.
3. Wat tijdens de overgangsperiode?
Zolang de wet niet gestemd is, kan KBC – Bolero deze belasting nog niet automatisch inhouden. Voor de betaling van de meerwaardebelasting die je verschuldigd bent in de overgangsperiode (vanaf 1 januari tot wanneer de wet is gestemd) zou de wetgever voorzien in de mogelijkheid om de 10% alsnog via Bolero te laten betalen. Van zodra hierover meer details bekend zijn, informeren we je verder.
Kies je straks voor opt-out? Dan neem je zelf alle meerwaarden van 2026 (inclusief deze van de overgangsperiode) op in je belastingaangifte. Eind januari ontvang je bijkomende informatie om je keuze te registreren.
Je mag dit nieuwsbericht niet beschouwen als een beleggingsaanbeveling of als advies.