24.11.2020

De taks op effectenrekeningen: meer duiding

Op deze pagina vindt u meer details over de krijtlijnen van deze nieuwe belasting. Het wetsontwerp ligt momenteel ter advies bij de Raad van State. Het moet daarna nog gestemd worden in het parlement. De informatie hieronder is bijgevolg nog niet definitief.

1. Wie is onderworpen aan de taks?

In tegenstelling tot de eerste taks op de effectenrekeningen (TER 1.0), die alleen natuurlijke personen viseerde, heeft de nieuwe ontwerpbepaling een veel bredere scope van belastingplichtigen: ook rechtspersonen (vennootschappen, vzw’s, stichtingen, enz.), oprichters van juridische constructies, maatschappen en onverdeeldheden zullen aan de taks worden onderworpen. Het maakt daarbij in principe niet uit of het gaat om Belgische of buitenlandse residenten. 

Voor Belgische inwoners geldt dat zowel voor effectenrekeningen aangehouden bij Belgische tussenpersonen als voor effectenrekeningen aangehouden bij buitenlandse tussenpersonen.  Voor niet-inwoners zullen alleen de effectenrekeningen aangehouden bij Belgische tussenpersonen in aanmerking komen.

Er wordt wel een uitzondering gemaakt voor niet-inwoners die zich kunnen beroepen op een dubbelbelastingverdrag waarbij de heffingsbevoegdheid op vermogensbestanddelen wordt toegekend aan de woonstaat.

Bepaalde vennootschappen worden uitgesloten voor effectenrekeningen die zij uitsluitend aanhouden voor eigen rekening.  Maar het is vooralsnog onduidelijk hoe die bepaling precies moet worden begrepen.

2. Op welke effecten is de taks van toepassing?

De TER 1.0 had een beperkt toepassingsgebied. Nu wil de wetgever alle financiële instrumenten aangehouden op een effectenrekening belasten. Daardoor vallen bv. ook turbo’s en trackers onder het toepassingsgebied van de taks.

Het bedrag in cash van een effectenrekening wordt niet geviseerd. De taks is evenmin van toepassing op beleggingsverzekeringen (tak 23). De regering zou wel van plan zijn om de effectenrekeningen die verzekeringsmaatschappijen aanhouden voor die beleggingsverzekeringen te belasten. Wat daar de precieze gevolgen van zijn, is op dit ogenblik niet duidelijk.

3. Hoe gebeurt de berekening van de taks?

Enkel effectenrekeningen met een gemiddelde waarde van meer dan 1 miljoen euro worden getroffen door de taks. Daarbij is het niet meer van belang hoeveel titularissen de effectenrekening telt. Om de gemiddelde waarde van de effectenrekening te berekenen, wordt deze waarde m.a.w. niet meer gedeeld door het aantal titularissen. Een effectenrekening met bv. een waarde van 1,2 miljoen euro en met 3 rekeninghouders is bijgevolg onderworpen aan de taks.

Om de gemiddelde waarde te berekenen, zullen er in principe trimestriële ‘foto’s’ genomen worden. Als die waarde 1 miljoen euro overstijgt, wordt op de gemiddelde waarde van de effectenrekening een tarief van 0,15% toegepast. Er is wel een verzachting opgenomen voor effectenrekeningen met een maximale waarde van 1.015.228 euro. In dat geval wordt de taks immers beperkt tot 10% van het verschil tussen de belastbare grondslag en 1 miljoen euro.

Bijvoorbeeld: een effectenrekening met een waarde van 1.001.000 euro wordt onderworpen aan een taks van 100 euro in plaats van 1.501,50 euro.

4. Wie is verantwoordelijk voor de heffing van de taks?

Voor effectenrekeningen aangehouden bij Belgische tussenpersonen zullen deze laatste instaan voor de berekening en inhouding van de taks. In de gevallen waar de taks niet werd ingehouden, is het aan de titularis(sen) zelf om een aangifte te doen en de taks te betalen aan de fiscale administratie. 

Een ‘opt-inprocedure’ zoals die van toepassing was bij de TER 1.0 wordt niet aangeboden. Aangezien het de effectenrekening zelf is die belast wordt en niet langer de titularis, moet de titularis de gemiddelde waarden op effectenrekeningen ook niet meer samentellen om na te gaan of de drempel van 1 miljoen euro overschreden werd.

5. Antimisbruikbepaling

Ook al is de taks nog niet gestemd, toch verscheen in het Belgisch Staatsblad van 4 november jl. al een bericht over de invoering van de taks op effectenrekeningen. Dat bericht wees op de algemene antimisbruikbepaling die wordt ingevoerd in het wetboek waarin de nieuwe taks zal worden opgenomen. Daarin wordt gesteld dat bepaalde rechtshandelingen die de belastingplichtige zou uitvoeren om ervoor te zorgen dat de gemiddelde waarde van zijn effectenrekening daalt beneden de drempel van 1 miljoen euro, weerlegbaar vermoed worden belastingontwijking in te houden. De belastingplichtige zal dan het tegenbewijs moeten leveren om te ontsnappen aan deze antimisbruikbepaling. 

In het bericht worden enkele voorbeelden gegeven, zoals het splitsen van effectenrekeningen, het overschrijven van effecten van de ene naar de andere effectenrekening, het op naam stellen van bepaalde effecten, enz. De antimisbruikbepaling zal, op voorwaarde dat de wet gestemd wordt, retroactief in werking treden op 30 oktober 2020.

6. Wanneer treedt de nieuwe wet in werking?

Wanneer de nieuwe taks precies van kracht wordt, is op dit ogenblik moeilijk te voorspellen. Alles hangt immers af van het wetgevende proces dat de ontwerpbepaling moet doorlopen. Bedoeling is wel om vanaf de publicatie van de wet tot en met 30 september 2021 een eerste referentieperiode te hebben, waarna de financiële tussenpersonen de taks over die periode zullen berekenen, inhouden en betalen aan de fiscus. Vanaf 1 oktober 2021 begint dan een nieuwe referentieperiode te lopen die 12 maanden zal duren. De nieuwe taks wordt namelijk een jaarlijkse belasting op effectenrekeningen van meer dan 1 miljoen euro.