wo. 18 feb 2026
Bernard Keppenne: "Een stap voor de Bank of England, een mogelijk schokeffect voor de ECB"

De kans dat de Bank of England in maart een renteverlaging doorvoert, is aanzienlijk gestegen na de publicatie van de cijfers over de arbeidsmarkt en de inflatie, die vanochtend bekend werden gemaakt en die dit vooruitzicht ondersteunen.
Verslechtering van de arbeidsmarkt
Het werkloosheidspercentage in het Verenigd Koninkrijk bereikte in het laatste kwartaal van 2025 het hoogste niveau in meer dan tien jaar (buiten de pandemie), namelijk 5,2%. Een tweede aanwijzing die de kans op een renteverlaging in maart verhoogt, is dat de jaarlijkse loonstijging — exclusief bonussen — vertraagde naar 4,2% in het vierde kwartaal, tegenover 4,4% in het derde kwartaal.
Meer specifiek vertraagde de jaarlijkse loonstijging in de privésector, exclusief bonussen en nauw gevolgd door de BoE, naar 3,4% in de drie maanden tot december, tegen 3,6% in de drie maanden tot november. Het rendement op de 2‑jarige Britse staatsobligatie daalde na deze cijfers, wat de stijgende waarschijnlijkheid van een renteverlaging in maart weerspiegelt.

Deze verslechtering van de arbeidsmarkt is het gevolg van nieuwe werkgeversbelastingen, ingevoerd door de minister van Financiën, Rachel Reeves. En de situatie kan nog verergeren door de verhoging van het minimumloon die in april in werking treedt. Een maandag gepubliceerde enquête toont dat meer dan één op de drie werkgevers van plan is minder personeel aan te werven vanwege de hogere wettelijke kosten. Een klein lichtpunt: in december daalde het aantal loontrekkende banen slechts met 6.000, ver onder de eerdere raming van 43.000.
De vanmorgen verwachte inflatiecijfers zouden deze waarschijnlijkheid van een renteverlaging verder kunnen verhogen: de algemene inflatie zou terugvallen naar 3%, tegenover 3,2% voor de kerninflatie, en de diensteninflatie zou naar verwachting dalen tot 4,3%, tegenover 4,5%.
Allesbehalve banaal
Deze aankondiging viel zojuist binnen terwijl ik aan mijn blog werkte: volgens de Financial Times zou Christine Lagarde haar functie bij de ECB verlaten vóór het einde van haar achtjarig mandaat in oktober 2027.
Nog steeds volgens de FT zou Lagarde haar vertrek vóór de Franse presidentsverkiezingen van april volgend jaar willen aankondigen, zodat uittredend president Emmanuel Macron en de Duitse bondskanselier Friedrich Merz tijd hebben om een opvolger te vinden.
Deze aankondiging is verre van onbelangrijk en volgt kort nadat de gouverneur van de Banque de France, François Villeroy de Galhau, aankondigde zijn functie al in juni van dit jaar neer te leggen — meer dan een jaar voor het einde van zijn mandaat — waardoor Macron zijn opvolger nog vóór 2027 kan benoemen.
Heropleving van de export
De Japanse export steeg in januari met 16,8% op jaarbasis, de sterkste stijging in drie jaar, dankzij hogere uitvoer naar China. Dit cijfer moet echter met omzichtigheid worden geïnterpreteerd, aangezien de toename vooral te maken heeft met het feit dat het Chinese Nieuwjaar dit jaar in februari valt, terwijl het vorig jaar in januari viel. De situatie blijft fragiel en premier Tachaiki zal het moeilijk krijgen om haar stimuleringsplan te realiseren en tegelijkertijd de stijgende obligatierentes onder controle te houden.
In haar economische advies heeft het IMF Japan opgeroepen om de rente verder te verhogen en om zijn begrotingsbeleid niet verder te versoepelen, daarbij waarschuwend dat een verlaging van de consumptiebelasting de capaciteit om toekomstige economische schokken op te vangen zou ondermijnen. Volgens het IMF brengen “hoge en hardnekkige schuldenniveaus, gecombineerd met een verslechtering van het begrotingsevenwicht, de Japanse economie bloot aan een reeks risico’s”.
Daarnaast verklaarde het IMF dat “de Bank of Japan haar monetaire steun terecht afbouwt en dat geleidelijke renteverhogingen zouden moeten doorgaan om de beleidsrente richting neutraliteit te brengen”, met de waarschuwing om de onafhankelijkheid van de centrale bank niet te ondermijnen.
China laat zich niet onbetuigd
De Chinese invoer van Russische olie is aanzienlijk gestegen sinds India zijn aankopen heeft teruggeschroefd. Volgens gegevens van Vortexa Analytics worden de Russische olieleveringen voor februari geraamd op 2,07 miljoen vaten per dag, tegenover 1,7 miljoen in januari.Sinds november is China India voorbijgestoken als belangrijkste afnemer van Russische zeevracht, tegen bijzonder gunstige voorwaarden, wat ook zichtbaar is in de prijsverschillen tussen Brent en Urals.

Een bijkomende verklaring voor de stijging van de Chinese invoer van Russische olie is de onzekerheid die sinds januari heerst over mogelijke Amerikaanse militaire aanvallen op Iran — ook een belangrijke leverancier van China.







