wo. 11 feb 2026
ABN Amro: licht zwakkere kwartaalcijfers, maar sterke kapitaalpositie blijft troef

ABN Amro publiceerde vierdekwartaalcijfers die licht onder de verwachtingen lagen, vooral door lagere "overige" inkomsten en hogere waardeverminderingen. De vooruitzichten voor 2026 blijven ongewijzigd, terwijl de kapitaalpositie verder versterkte dankzij een forse daling van de risicogewogen activa*. De bank combineert een solide operationele prestatie met blijvende focus op kostenbeheersing en kapitaaldiscipline, aldus KBC Securities‑analist Thomas Couvreur.
*Risicogewogen activa (vaak afgekort als RWA, Risk‑Weighted Assets) zijn de bezittingen en kredietposities van een bank, gewogen volgens hun risico. Ze vormen de basis voor het bepalen hoeveel kapitaal een bank moet aanhouden. Niet elk actief van een bank is even risicovol. Daarom tellen toezichthouders (zoals de ECB) activa niet één op één, maar passen ze een risicoweging toe.
ABN Amro?
ABN Amro is een bank die opereert in 4 segmenten: Retail Banking, Private Banking, Corporate Banking en Corporate Investment Banking. De focus is de Nederlandse markt. Internationale markten vertegenwoordigen ongeveer een kwart van het inkomen. ABN mikt op het vergroten van de internationale contributie, terwijl het Corporate Investment Banking verkleint. ABN Amro's kapitaal positie is sterk, ook onder Basel IV, wat mogelijkheden geeft om in de toekomst geld naar de aandeelhouders te laten terugvloeien.
Resultaten vierde kwartaal iets onder verwachting
Volgens Thomas kwamen de resultaten van ABN Amro over het vierde kwartaal van 2025 licht onder de verwachtingen van KBC Securities en de gemiddelde analistenverwachting (gav) uit. De belangrijkste oorzaken waren lagere “Other Income” en hogere waardeverminderingen, terwijl de operationele kosten grotendeels onder controle bleven. De nettowinst bedroeg 410 miljoen euro, een stijging met 3 procent op jaarbasis, maar iets onder de marktverwachtingen.
De bank hield haar vooruitzichten ongewijzigd, wat volgens de analist geen verrassing is na de recente Capital Markets Day. De cijfers tonen een stabiele onderliggende prestatie, maar zonder uitgesproken positieve verrassing.
Rentemarge onder druk, volumegroei biedt tegengewicht
De commerciële netto‑interestinkomsten* kwamen uit op 1,588 miljard euro, licht boven de verwachting van KBC Securities en nagenoeg in lijn met de gav. De nettorentemarge daalde tot 156 basispunten, een terugval van 11 basispunten tegenover een jaar eerder.
* Netto rente-inkomsten (afgekort NII) is een belangrijke maatstaf voor banken. Het geeft het verschil weer tussen: de rente die een bank ontvangt op uitstaande leningen, hypotheken en andere activa en de rente die de bank betaalt op spaargelden, deposito’s en andere schulden. Dat cijfer toont hoe winstgevend de kernactiviteit van een bank is: geld uitlenen en geld aantrekken. Hoe hoger de NII, hoe beter de marge tussen inkomsten en kosten op rente.
Die daling weerspiegelt aanhoudende margedruk op zowel bedrijfs‑ als woonkredieten. Volgens Thomas Couvreur werd dat gedeeltelijk gecompenseerd door volumegroei en het positieve effect van de overname van HAL. De bijdrage van HAL zorgde ook elders in de resultaten voor een zichtbare ondersteuning.
Sterke groei van fee‑inkomsten, maar zwakke overige inkomsten
De inkomsten uit vergoedingen en commissies stegen met 14 procent op jaarbasis tot 572 miljoen euro, duidelijk boven de raming van KBC Securities. Die groei was grotendeels toe te schrijven aan de integratie van HAL, aangevuld met hogere inkomsten uit asset management en vermogensbeheer.
Daartegenover stond een scherpe daling van de "overige" inkomsten* tot 22 miljoen euro, fors onder de verwachtingen. Dit was het gevolg van lagere herwaarderingen van participaties, zwakkere resultaten bij Global Markets en lagere fair‑valueherwaarderingen op leningen binnen Personal & Business Banking. Deze combinatie verklaart volgens de analist een groot deel van de negatieve verrassing in het kwartaal.
*Overige inkomsten (Other income of Net other income) zijn alle inkomsten die niet onder netto‑interestinkomsten (NII) en vergoedingen en commissies (fees & commissions) vallen. Het is dus een restcategorie, die vaak volatieler en minder voorspelbaar is dan de kerninkomsten.
Kostenontwikkeling: personeelskosten omhoog, andere kosten omlaag
De operationele kosten kwamen uit op 1,575 miljard euro, nagenoeg in lijn met de verwachtingen. De personeelskosten stegen met 15 procent op jaarbasis, onder meer door herstructureringsvoorzieningen, de integratie van HAL en de nieuwe Nederlandse collectieve arbeidsovereenkomst.
Andere kosten daalden daarentegen met 17 procent, vooral omdat in het vierde kwartaal van 2024 nog een juridische provisie van 95 miljoen euro werd geboekt. Gecorrigeerd voor eenmalige elementen lagen deze kosten ongeveer 7 procent lager, dankzij een daling van externe personeelskosten. De cost‑income‑ratio* kwam uit op 69,7 procent.
*De cost‑income‑ratio geeft aan hoeveel kosten een bank moet maken om één euro inkomsten te genereren. Hoe lager de ratio, hoe efficiënter de bank werkt.
Hogere waardeverminderingen wegen op resultaat
De waardeverminderingen liepen op tot 70 miljoen euro, tegenover slechts 9 miljoen euro een jaar eerder. Die stijging was vooral te wijten aan specifieke klanten of dossiers binnen de bedrijfs‑ en vermogensbeheerportefeuille. Dat effect werd deels gecompenseerd door een afbouw van modelaanpassingen* en managementoverlays**.
*Modelaanpassingen: Banken gebruiken IFRS 9‑modellen om automatisch te berekenen hoeveel kredietverliezen ze verwachten op basis van historische data en macro‑economische scenario’s. Soms blijken die modellen te voorzichtig, of niet volledig afgestemd op de actuele realiteit. Dan worden modelaanpassingen toegepast: correcties op de uitkomst van het rekenmodel om ze realistischer te maken.
**Managementoverlays zijn bewuste, handmatige bijsturingen door het management, bovenop de modeluitkomsten. Ze worden gebruikt wanneer recente informatie nog niet in de modellen zit, er uitzonderlijke onzekerheid is (bv. geopolitiek, plots economisch risico) of wanneer experten oordelen dat het model het risico over‑ of onderschat. Overlays worden elk kwartaal opnieuw geëvalueerd.
Volgens Thomas Couvreur blijft het kredietrisicoprofiel onder controle, maar de hogere impairments verklaren mee waarom de winstgroei beperkt bleef.
Kapitaalpositie versterkt door RWA‑optimalisatie
Een duidelijk positief element in de cijfers is de verdere versterking van de kapitaalpositie. De CET1‑ratio* steeg tot 15,4 procent, tegenover 14,5 procent een jaar eerder en ruim boven de verwachtingen.
*De CET1-kapitaalratio vertelt hoeveel kernkapitaal (eigen vermogen van hoogste kwaliteit) een bank heeft in verhouding tot haar risicogewogen activa (RWA). Hoe hoger de CET1-ratio, hoe beter de bank bestand is tegen financiële schokken. Europese toezichthouders leggen minimumvereisten op (meestal rond 10-11%), maar sterke banken mikken vaak op 13% of meer.
Die verbetering is vooral te danken aan een daling van de totale risicogewogen activa met 7,7 miljard euro. Dat kwam door gerichte optimalisatie‑initiatieven, bijsturing van de activiteiten en de uitvoering van een significante risicotransfer voor een portefeuille bedrijfsleningen. Volgens de analist onderstreept dit de sterke kapitaaldiscipline van de bank.
Extra dividend compenseert lagere aandeelhoudersvergoeding
Het voorgestelde slotdividend bedraagt 0,70 euro per aandeel, wat het totale dividend voor 2025 op 1,00 euro brengt. Dat ligt licht onder de verwachtingen. Ook het aangekondigde aandeleninkoopprogramma van 250 miljoen euro bleef onder de gemiddelde analistenverwachting, die rond 659 miljoen euro lag.
Daartegenover kondigde ABN Amro een extra dividend van 250 miljoen euro aan, goed voor ongeveer 0,30 euro per aandeel. Samen met de eerdere aankondigingen brengt dit de totale kapitaalreturn voor het jaar op een competitief niveau, aldus Thomas Couvreur.
Vooruitzichten en langetermijndoelstellingen bevestigd
De bank handhaafde haar vooruitzichten voor 2026. Ze rekent op commerciële netto‑interestinkomsten van 6,4 miljard euro en operationele kosten van 5,6 miljard euro, exclusief NIBC Bank, overgenomen door ABN Amro. Ook de langetermijndoelstellingen richting 2028 blijven ongewijzigd.
ABN Amro mikt tegen dan op een rendement op eigen vermogen* van meer dan 12 procent, een cost‑income‑ratio onder 55 procent, inkomsten boven 10 miljard euro en een CET1‑ratio boven 13,75 procent. De allocatie van kapitaal naar Corporate Banking blijft rond 50 procent.
*Rendement op eigen vermogen toont hoeveel winst een onderneming maakt per euro eigen vermogen.
Verdere kostenreducties en efficiëntieprogramma’s
De bank blijft inzetten op een structurele verlaging van de kostenbasis. In het vierde kwartaal van 2025 werd het personeelsbestand met nog eens 580 voltijdse equivalenten verminderd, waardoor het totaal sinds de start van het programma op 1.500 uitkomt. Dat is ongeveer 30 procent van de doelstelling voor de periode 2024–2028.
Daarnaast leverden commerciële optimalisaties en IT‑vereenvoudiging al 160 miljoen euro aan kostenbesparingen op, van een totaaldoel van 900 miljoen euro tegen 2028.

KBC Securities over ABN Amro
KBC Securities‑analist Thomas Couvreur wijst erop dat de kwartaalresultaten van ABN Amro licht onder de verwachtingen lagen, maar benadrukt tegelijk de sterke kapitaalpositie en de vooruitgang op het vlak van kostenbeheersing. De bevestiging van de vooruitzichten en de verdere optimalisatie van de risicogewogen activa bieden volgens hem steun aan het investeringsverhaal, al blijft de rendementsdruk op de kernactiviteiten een aandachtspunt.
KBC Securities hanteert voor ABN Amro een Houden‑aanbeveling met een koersdoel van 29 euro (dat werd midden december verhoogd van 25,5 euro).








