do. 23 jul 2026

De vergadering van de ECB zal geen verrassingen opleveren, maar Christine Lagarde zal waarschijnlijk laten uitschijnen dat de centrale bank de komende maanden meer zou kunnen doen en dat zij de risico's op tweederonde-effecten nauwlettend zal blijven volgen.
Geen verrassingen
De ECB zal haar rentevoeten ongewijzigd laten, maar tegelijk aangeven dat zij de factoren die de inflatie opnieuw hoger kunnen duwen nauwlettend in de gaten houdt. En die factoren zijn talrijk.
Deze verwachte status quo verhindert niet dat de obligatierentes verder oplopen. Het rendement op de Duitse tweejaarsobligatie houdt inmiddels rekening met twee renteverhogingen, terwijl er ook stevige opwaartse druk blijft bestaan op de langetermijnrentes.

Dat geldt in het bijzonder voor de Franse en Italiaanse staatsobligaties. Het rendement op de Franse tienjaarsobligatie flirt met de grens van 4%, een niveau dat sinds juni 2009 niet meer werd bereikt. Het rendement op de Italiaanse tienjaarsobligatie ligt opnieuw boven dat van Frankrijk.

Welke factoren zal de ECB dan zo aandachtig volgen?
Uiteraard eerst en vooral de olieprijs. De prijs van een vat olie steeg vanochtend opnieuw tot 96 dollar nadat de Houthi's twee Saoedische olietankers hadden aangevallen in het kader van een maritieme blokkade tegen Saoedi-Arabië. Ook de gasprijs blijft stijgen, wat onvermijdelijk de elektriciteitsfactuur zal opdrijven en daarmee een inflatoir effect zal hebben.
Voedselprijzen zouden wel eens de onaangename verrassing kunnen worden die de ECB alsnog tot actie verplicht. De weersomstandigheden zijn immers allesbehalve gunstig: hittegolven, bosbranden en droogte zorgen ervoor dat landbouwgewassen zwaar onder druk staan.
Daarbovenop kunnen lage waterstanden in rivieren voor logistieke knelpunten zorgen en de transportkosten verhogen. Ook de gevolgen van El Niño kunnen bijkomende opwaartse druk zetten op de prijzen van producten zoals suiker en koffie.
Welke factoren kunnen de ECB ertoe aanzetten bijzonder voorzichtig te blijven met renteverhogingen?
Ten eerste is er de zwakte van de economie. De groei in de eurozone lijdt al onder de hogere energieprijzen. Een verdere monetaire verstrakking zou de economie dubbel treffen op een moment dat ze dat niet nodig heeft.
Een tweede belangrijk verschil met de situatie van 2021 is dat de arbeidsmarkt momenteel niet oververhit is. Daardoor blijft de loonstijging verder afkoelen, wat erop wijst dat er voorlopig geen sprake is van uitgesproken tweederonde-effecten.
Ook de diensteninflatie is licht afgenomen. Dat is een cruciaal gegeven, omdat de dienstensector traditioneel trager reageert op beslissingen van de ECB. Een daling van de inflatie in deze sector maakt het werk van de centrale bank eenvoudiger.
Samengevat: er zijn voorlopig geen duidelijke tweederonde-effecten zichtbaar. Toch zal Christine Lagarde waarschijnlijk benadrukken dat de ECB waakzaam blijft, alle economische indicatoren nauwgezet opvolgt en de situatie tijdens elke vergadering opnieuw zal evalueren.
Een beetje ademruimte
Zoals verwacht is de inflatie in het Verenigd Koninkrijk gedaald van 2,8% in mei naar 2,6% in juni. De diensteninflatie, die door de Bank of England nauwlettend wordt gevolgd als indicator voor de onderliggende prijsdruk, daalde slechts beperkt van 3,7% naar 3,6% in juni. De kerninflatie, waarbij de prijzen van voeding, energie, alcohol en tabak buiten beschouwing worden gelaten, bleef stabiel op 2,6%.

Net als de ECB zal ook de Bank of England volgende week haar rentevoeten waarschijnlijk ongewijzigd laten. De inflatiedruk blijft immers gematigd en er zijn vooralsnog geen tekenen van tweederonde-effecten.
Zoals blijkt uit het rendement op de Britse tweejaarsobligatie, rekenen de financiële markten nog steeds op één of mogelijk twee renteverhogingen van telkens een kwart procentpunt tegen eind 2026.

Nog een woord over de rentevoeten
Hoewel de Amerikaanse Federal Reserve volgende week vermoedelijk eveneens een afwachtende houding zal aannemen, is de contractuele rente op een hypothecaire lening met vaste rente en een looptijd van 30 jaar gestegen tot 6,69%, het hoogste niveau sinds augustus 2025. Dat betekent dat deze hypotheekrente met 0,60 procentpunt is gestegen sinds de Verenigde Staten en Israël eind februari aanvallen uitvoerden op Iran.
Voor Amerikaanse gezinnen dreigt daardoor opnieuw extra financiële druk. Na een tijdelijke daling van de benzineprijzen zal de stijgende olieprijs waarschijnlijk opnieuw voor hogere kosten zorgen. Tegelijk lijken de hypotheekrentes gezien het huidige inflatieniveau niet snel te zullen dalen, wat zowel de consumptie als de vastgoedmarkt kan afremmen.








