di. 18 aug 2026

Wat drijft de obligatierentes wereldwijd omhoog, en vooral in de Verenigde Staten, terwijl de kans op een renteverhoging door de Federal Reserve juist afneemt?
Stijgende rente
De eerste reden moet worden gezocht in het vastlopende conflict in het Midden-Oosten. Nu de wapenstilstand van 60 dagen afloopt, zijn de oorlogszuchtige verklaringen opnieuw toegenomen, waardoor ook de olieprijs weer stijgt. Enerzijds verklaarde Iran dat Teheran van houding was veranderd en voortaan “volledig offensief” zou optreden. Anderzijds stelde Trump dat Iran zich moest overgeven. Deze nieuwe verbale confrontatie verklaart echter niet op zichzelf waarom het rendement op de Amerikaanse 30-jarige staatsobligatie het hoogste niveau sinds 2007 heeft bereikt.

Toch voedt de stijgende olieprijs onvermijdelijk de inflatievrees, wat op termijn de noodzaak kan creëren voor de Federal Reserve om haar monetaire beleid opnieuw te verstrakken.
Een andere oorzaak van de rentestijging zijn de zorgen over de begrotingsuitgaven in de Verenigde Staten. Tegelijkertijd verliest de dollar opnieuw aan aantrekkingskracht, wat een teken kan zijn dat buitenlandse investeerders zich afkeren van Amerikaanse staatsobligaties.
Dat komt op een bijzonder ongunstig moment, aangezien de Amerikaanse schatkist ook moet concurreren met de AI-hyperscalers, die massaal kapitaal ophalen op de financiële markten om hun enorme investeringsprogramma’s te financieren.
De moeilijkheid voor het Amerikaanse ministerie van Financiën om beleggers aan te trekken werd weerspiegeld in twee recente obligatieveilingen. Daarbij steeg het rendement op de Amerikaanse 10-jarige staatsobligatie naar het hoogste niveau in negentien jaar en dat van de 30-jarige obligatie naar een piek van vijfentwintig jaar.
Daar komt nog de bijzonder dubbelzinnige houding van Warsh bij. Hij beweert de inflatie te willen bestrijden, maar heeft tot dusver geen tastbare signalen gegeven dat hij daadwerkelijk bereid is maatregelen te nemen.
Hoewel hij tijdens zijn eerste persconferentie een uitstekende indruk maakte, zijn de twijfels over zijn werkelijke onafhankelijkheid ten opzichte van Trump snel teruggekeerd vanwege zijn opvallend toegeeflijke houding ten aanzien van het huidige monetaire beleid.
Zoals eerder aangehaald, beperkt deze stijging van de obligatierentes zich niet tot de Verenigde Staten. De Japanse 10-jarige staatsobligatie bereikte haar hoogste rendement sinds september 1996.

Die stijging wordt ondersteund door de verwachting dat de Bank of Japan haar rente later dit jaar verder zal verhogen. Ook de Europese obligatiemarkt ontsnapt niet aan deze trend. De vrees dat de stijgende olieprijs de inflatiedruk verder zal aanwakkeren, speelt ook hier een rol.
Zelfs binnen de eurozone lopen de renteverschillen verder uiteen. Het rendement op de Franse 10-jarige staatsobligatie bereikte het hoogste niveau sinds juni 2009, met een verschil van 0,85 procentpunt ten opzichte van de Duitse Bund op tien jaar. Beleggers vrezen dat het Franse begrotingstraject waarschijnlijk niet zal verbeteren vóór de presidentsverkiezingen van het voorjaar van 2027.

Vertragende groei
In China werd die groeivertraging gisteren bevestigd door de publicatie van een reeks economische indicatoren. Zo steeg de industriële productie in juli met 4,5% op jaarbasis, tegenover 5,3% in juni. Die terugval kan deels worden verklaard door extreme weersomstandigheden. Drie tyfoons zorgden ervoor dat miljoenen mensen moesten worden geëvacueerd in de industriële centra van Oost- en Zuid-China.
De detailhandelsverkopen stegen met 0,6% op jaarbasis, tegenover een toename van 1% in juni. Vooral de autoverkopen vielen op, aangezien die in juli voor de tiende maand op rij daalden.
Ook de investeringen in vaste activa gaven een gemengd beeld. Over de eerste zeven maanden van 2026 daalden ze met 6,7%, tegenover een terugval van 5,7% tussen januari en juni.
En alsof dat nog niet genoeg was, vertoont de vastgoedmarkt geen enkel teken van herstel. De prijzen van nieuwe woningen daalden in juli met 0,1%, wat neerkomt op een daling van 3,2% op jaarbasis, tegenover een daling van 3,3% in juni.
Zeldzame uitspraken
Terwijl de drone- en raketaanvallen zowel in Oekraïne als in Rusland toenemen, werd bekend dat de Russische staatsontwikkelingsbank VEB haar hoofdeconoom heeft ontslagen. Niet het ontslag zelf was verrassend, maar wel de uitspraken die Andrei Klepach, een van de meest vooraanstaande macro-economen van Rusland, in mei deed tijdens een financieel forum.
“We raken achterop. We verliezen zowel de technologische als de economische concurrentiestrijd in de wereld. En we verliezen die niet alleen van China en de Verenigde Staten, maar in zekere zin ook van Oekraïne.”
Hij voegde daaraan toe:
“We zullen de concurrentiestrijd in deze uitputtingsoorlog niet winnen. We koesteren de illusie dat alles daar (in Oekraïne) zal instorten. Dat is niet gebeurd en zal ook niet gebeuren. Onze kosten blijven stijgen.”
Hij benadrukte eveneens dat de druk toeneemt door Oekraïense aanvallen op energie- en logistieke infrastructuur in Rusland.
“Economisch zullen we niet instorten, maar onze achterstand zal blijven toenemen, met alle gevolgen van dien.”
Volgens Klepach zou zelfs een sociale crisis kunnen ontstaan:
“Precies op het moment dat niemand die echt verwacht.”








