do. 9 jul 2026

De obligatierentes zijn verder gestegen, met een bijzonder sterke stijging van de Franse rente. De hogere olieprijs wakkert opnieuw de inflatievrees aan, waardoor beleggers hogere rendementen eisen op staatsobligaties.
Stijgende obligatierentes
De stijging van de obligatierentes zet zich voort en werd versterkt door de opgelopen olieprijs. Zoals uit de grafiek blijkt, zijn zowel het rendement op de Duitse tienjaars Bund als dat op de Franse tienjaars staatsobligatie duidelijk gestegen. De Franse rente liep echter sterker op, waardoor het renteverschil tussen beide landen aanzienlijk is toegenomen. Dat weerspiegelt de bezorgdheid van beleggers over de situatie in Frankrijk.

De beweging beperkte zich niet tot de eurozone. Ook de obligatierentes in Japan zijn gestegen. Daarnaast hebben de notulen van de laatste vergadering van de Amerikaanse centrale bank (Fed), waarop ik verder terugkom, geleid tot een hogere rente op de Amerikaanse tienjarige staatsobligatie.

Zoals ik eerder al aangaf, is deze rentestijging het gevolg van bezorgdheid over de hoge schuldenniveaus van overheden. Tegelijkertijd doen de hervatte aanvallen in het Midden-Oosten de inflatievrees opnieuw oplaaien door de stijgende olieprijs.
Inflatie in China
De producentenprijzen in China bereikten in juni hun hoogste niveau in vier jaar tijd. De jaarlijkse stijging versnelde van 3,9% in mei naar 4,1%, onder invloed van hogere energieprijzen.

Op maandbasis daalde de producentenprijsindex echter met 0,3% in juni. Door de eerdere daling van de olieprijs namen de prijzen af, terwijl sommige hoogtechnologische sectoren wel prijsstijgingen kenden. Dat de binnenlandse vraag zwak blijft, blijkt uit de consumentenprijzen. Die stegen in juni met 1% op jaarbasis, tegenover 1,2% in mei.De kerninflatie, waarbij de volatiele prijzen van voeding en energie buiten beschouwing worden gelaten, kwam uit op 1,0%. Dat is het laagste niveau sinds januari.
Bezorgdheid bij de Fed
Dat blijkt uit de notulen van de meest recente vergadering van de Amerikaanse centrale bank, waarin de bezorgdheid over de hoge inflatie in de Verenigde Staten duidelijk naar voren komt.
Uit het verslag blijkt dat enkele deelnemers vonden dat er al argumenten waren om de rente verder te verhogen. Uiteindelijk gingen zij echter akkoord met hun collega's om de rente tijdens die vergadering ongewijzigd te laten.
In de notulen staat dat “verschillende deelnemers opmerkten dat de prijsdruk breder verspreid is geraakt, waarbij een groot deel van de goederen en diensten – waaronder transport, vliegtickets, petrochemische producten en landbouwgrondstoffen – aanzienlijke prijsstijgingen vertoont. Verschillende deelnemers merkten ook op dat de inflatie van dienstenprijzen, exclusief huisvesting, nauwelijks was afgenomen en hoog bleef.”
Druk op de Britse rente
Ook in Groot-Brittannië staan de rentes onder druk, mede door de stijgende overheidsschuld en een waarschuwing van het Office for Budget Responsibility (OBR).

In zijn jaarlijkse analyse stelde het OBR dat de Britse overheidsschuld in vrijwel alle scenario’s dreigt terecht te komen op een “onhoudbaar en voortdurend stijgend pad”. Volgens de evaluatie van het OBR zullen de huidige plannen van de Labour-regering, zelfs indien ze volledig worden uitgevoerd, niet volstaan om de schuldenopbouw op lange termijn te stoppen.
Hogere olieprijs
Hoewel de stijging van de olieprijs voorlopig beperkt blijft, toont de tweede dag van bombardementen in het Midden-Oosten aan dat Iran vastbesloten lijkt zijn invloed op de scheepvaart door de Straat van Hormuz te behouden.
Hoewel de Verenigde Staten en de Golfstaten zich daartegen verzetten, lijkt het onwaarschijnlijk dat zij de Iraanse macht rechtstreeks zullen uitdagen. Daardoor dreigt een impasse te ontstaan die kan uitmonden in een langdurige crisis.
Dat zou de inflatiedruk in stand houden, waardoor centrale banken waakzaam moeten blijven en de obligatierentes verder onder opwaartse druk kunnen komen te staan.
Volgens het Amerikaanse Central Command hebben Amerikaanse strijdkrachten afgelopen nacht ongeveer 90 Iraanse militaire doelwitten aangevallen. Daarbij werden onder meer luchtverdedigingssystemen, kustbewakingsinstallaties, opslagplaatsen voor raketten en drones, maritieme capaciteit en militaire logistieke infrastructuur langs de Iraanse kust geviseerd.
Als vergelding heeft Iran Amerikaanse militaire installaties in Bahrein en Koeweit aangevallen.








