di. 14 apr 2026

Ondanks de blokkade lijkt de dialoog niet verbroken, wat de markten wat hoop geeft en doet uitgaan van minstens enige de-escalatie. Het gevolg is een daling van de olieprijs tot onder de 100 dollar per vat.
Afkoeling
Het woord is wellicht overdreven, maar voorlopig lijkt iedereen te temporiseren om de vonk te vermijden die alles zou doen ontploffen. Aangezien de dialoog achter de schermen zou worden voortgezet, werd de daling van de olieprijs positief onthaald door de aandelenmarkten, die opnieuw stegen. De dollar verzwakte duidelijk tegenover de meeste munten (met name tegenover de yuan, die zijn hoogste niveau in drie jaar bereikte), en de obligatierentes maakten een lichte neerwaartse beweging.

Vertraging
Na een sterke start van het jaar zijn de Chinese exportcijfers in maart duidelijk vertraagd. Op jaarbasis stegen ze met 2,5 procent, tegenover 21,8 procent in januari en februari. De import groeide in maart met 27,8 procent op jaarbasis, tegenover 19,8 procent in januari en februari. Dat cijfer is des te opvallender omdat de import van aardgas met 10,7 procent op jaarbasis is gedaald tot het laagste niveau sinds oktober 2022, terwijl de invoer van ruwe olie met 2,8 procent afnam. Die hogere invoer is echter te verklaren door een sterke vraag naar halfgeleiders, waardoor de import uit Zuid-Korea in maart met 62,4 procent is toegenomen.
Steunmaatregelen
Terwijl de meeste Europese landen nauwelijks budgettaire ruimte hebben om de stijging van de brandstofprijzen op te vangen, heeft de Duitse regering besloten de brandstofprijzen voor consumenten en bedrijven te verlagen met een steunpakket ter waarde van 1,6 miljard euro. Die maatregel zal bestaan uit een verlaging van de energiebelasting op diesel en benzine met ongeveer 0,17 euro per liter gedurende twee maanden. Duitsland beschikt in de praktijk over meer budgettaire speelruimte. Bovendien dreigt de hogere olieprijs het economisch herstel, dat nog steeds erg fragiel is, te ondermijnen. Dat verklaart de beslissing van de regering.
Deze steun komt er op een moment dat de Europese Commissie gisteren voorstelde om de EU‑regels inzake staatssteun aan te passen, zodat de overheidsuitgaven ten gunste van de sectoren die het zwaarst worden getroffen door de hogere brandstofprijzen kunnen worden verhoogd, met name de landbouw, het wegvervoer en de zeevaart. Overheden zouden zo een deel kunnen compenseren van de hogere brandstof- of meststoffenprijzen die bedrijven betalen in vergelijking met het niveau vóór het begin van de oorlog. Het plan voorziet er ook in om het maximale steunpercentage voor energie‑intensieve industrieën op te trekken tot meer dan 50 procent, om hen te helpen hun elektriciteitsfacturen te betalen. De economische situatie in Europa verslechtert snel onder de aanhoudende stijging van de energieprijzen en de vooruitzichten dat het herstel naar het niveau van vóór de crisis nog lang zal duren.
Instortend vertrouwen
Aan de andere kant van de wereld is in maart het ondernemers‑ en consumentenvertrouwen in Australië sterk teruggevallen. Een enquête van de National Australia Bank toont aan dat haar index voor het ondernemingsvertrouwen in maart met 29 punten is gedaald tot ‑29. Dat is de op één na grootste maandelijkse daling ooit, enkel vergelijkbaar met de terugval tijdens de financiële crisis van 2008 of bij het begin van de COVID‑pandemie in 2020. Ook het consumentenvertrouwen kreeg een zware klap: de index daalde met 12,5 procent tot 80,1 in april, het laagste niveau in meer dan twee jaar. De gelijktijdige terugval van het vertrouwen voedt de vrees dat ook de Australische economie geconfronteerd wordt met stagflatie.
Die vrees werd ook uitgesproken door Andrew Hauser, vicegouverneur van de centrale bank. Hij verklaarde: “Ik denk niet dat deze enquêtes noodzakelijk erg voorspellend zijn voor de consumptie. Maar als ze correct blijken, krijgen we te maken met een zware inkomensschok… Dat is dus de nachtmerrie voor de centrale bank: een stagflatieschok – stijgende inflatie en dalende economische activiteit.”
Wat inflatie betreft, worden vanmiddag in de Verenigde Staten de producentenprijsindexcijfers gepubliceerd. De maand-op‑maandstijging zou fors zijn. De verwachtingen gaan uit van een stijging met 1,1 procent tegenover 0,7 procent voor de totale index, wat het jaarcijfer zou optrekken van 3,4 procent naar 4,6 procent.
Voor de producentenprijzen exclusief voeding en energie wordt een maandelijkse stijging van 0,5 procent verwacht, net als de maand voordien. Dat zou het jaartempo verhogen van 3,9 procent naar 4,1 procent.
Deze stijging van de producentenprijzen, na de eerdere stijging van de consumentenprijzen, zal het gevoel versterken dat de Amerikaanse Federal Reserve haar rente ongewijzigd zal laten. Zelfs de Amerikaanse minister van Financiën, Scott Bessent, erkende dit. Volgens hem was de Amerikaanse economie in januari en februari “zeer sterk”, maar voor de komende periode “doet de Fed het juiste door af te wachten en te observeren”.








