wo. 1 apr 2026
MaaT onderstreept medische nood in derde lijn aGvHD met nieuwe real‑world data

MaaT heeft nieuwe real‑world gegevens gepubliceerd die de beperkte overlevingskansen aantonen van patiënten met acute graft‑versus‑host disease in derde lijn. De resultaten plaatsen de klinische meerwaarde van MaaT013 duidelijk in perspectief tegenover bestaande therapieën. Dat zegt KBC Securities‑analist Jakob Mekhael.
MaaT?
MaaT Pharma is gespecialiseerd in het onderzoek naar en de ontwikkeling van microbioomtherapieën voor de behandeling van hematologische en solide kankers. Het bedrijf heeft een portefeuille van producten in ontwikkeling voor de behandeling van acute graft-versus-host ziekte, de preventie van complicaties van allogene hematopoëtische stamceltransplantatie en voor de verbetering van de respons op immuuncheckpointremmers bij diverse soorten solide tumoren.
Publicatie van de CHRONOS‑studie
MaaT kondigde de publicatie aan van een multicentrische, retrospectieve cohortstudie met de naam CHRONOS in het peer‑reviewed tijdschrift Bone Marrow Transplantation. De studie evalueert de reële uitkomsten van systemische derde‑lijnsbehandelingen bij volwassen patiënten met acute graft‑versus‑host disease met gastro‑intestinale betrokkenheid, bij wie zowel corticosteroïden als ruxolitinib hadden gefaald. Microbiotherapieën werden expliciet uitgesloten uit de analyse.
De CHRONOS‑studie omvatte 59 volwassen patiënten die werden behandeld in 16 Europese transplantatiecentra in onder meer Oostenrijk, België, Frankrijk en Spanje. Alle patiënten hadden eerder geen respons vertoond op eerstelijnsbehandeling met corticosteroïden en tweedelijnsbehandeling met ruxolitinib, wat deze populatie tot een bijzonder moeilijk te behandelen groep maakt.
Ernstige patiëntpopulatie en uiteenlopende therapieën
Het merendeel van de geïncludeerde patiënten kampte met een ernstige vorm van aGvHD. Zo had 46 procent graad III‑ziekte en 48 procent graad IV‑ziekte. Daarnaast was 97 procent steroïd‑resistent en 95 procent resistent aan ruxolitinib. In de derde lijn werden in totaal twaalf verschillende systemische therapieën toegepast, wat de afwezigheid van een duidelijke standaardbehandeling in deze setting illustreert.
De meest gebruikte behandelingen waren anti‑TNF‑α‑therapieën, toegepast bij twintig patiënten, gevolgd door extracorporale fotoforese bij zeventien patiënten en vedolizumab bij tien patiënten. Deze heterogene aanpak weerspiegelt volgens Jakob de therapeutische onzekerheid die vandaag nog steeds heerst in deze patiëntengroep.
Beperkte respons en snelle terugval
De resultaten van de CHRONOS‑studie tonen aan dat de klinische baten van de gebruikte derde‑lijnsbehandelingen beperkt en weinig duurzaam zijn. Op dag 28 werd een gastro‑intestinale totale responsgraad van 37 procent vastgesteld. Daarbinnen behaalde 22 procent van de patiënten een volledige gastro‑intestinale respons, 10 procent een zeer goede partiële respons en 5 procent een partiële respons. De totale respons over alle aangetaste organen heen bedroeg op dat moment 36 procent.
Tegen dag 56 was echter al sprake van een duidelijke terugval. De gastro‑intestinale responsgraad daalde tot 22 procent en de totale respons over alle organen tot 20 procent. Volgens de analist wijst dit op een snelle verlies van werkzaamheid van de huidige derde‑lijnsopties.
Zwakke overleving in derde lijn
De beperkte effectiviteit vertaalt zich ook in een zwakke langetermijnoverleving. De twaalf‑maandenoverleving in de CHRONOS‑studie bedroeg slechts 29 procent. De mediane totale overleving kwam uit op 86 dagen, wat de ernst van de aandoening en het gebrek aan doeltreffende behandelingsopties in deze fase onderstreept.
Volgens Jakob maken deze cijfers duidelijk hoe groot de medische nood blijft bij patiënten met steroïd‑ en ruxolitinib‑refractaire aGvHD in derde lijn, en waarom nieuwe therapeutische benaderingen dringend nodig zijn.
Vergelijking met MaaT013 en regulatoire vooruitzichten
Tegen deze achtergrond plaatst de analist de resultaten van MaaT013, de microbiome‑therapie van MaaT in enema‑formulering. In de pivotale fase 3‑ARES‑studie behaalde MaaT013 een twaalf‑maandenoverleving van 54 procent in een vergelijkbare patiëntengroep. Dat contrast benadrukt volgens Guy Sips de potentiële klinische meerwaarde van deze therapie in een setting waar de huidige standaardzorg tekortschiet.
De gegevens uit de CHRONOS‑studie werden intussen ingediend bij het Europees Geneesmiddelenagentschap als onderdeel van het dossier voor de markttoelating van MaaT013. De Europese regulatoire evaluatie loopt, met een beslissing die tegen het midden van 2026 wordt verwacht.

KBC Securities over MaaT
Volgens de KBC Securities‑analist bevestigen de CHRONOS‑gegevens de zeer beperkte uitkomsten van bestaande derde‑lijnsbehandelingen bij aGvHD en onderstrepen ze het klinische potentieel van MaaT013. Hij kijkt uit naar een mogelijke Europese goedkeuring van het product in deze indicatie tegen midden 2026.
Jakob handhaaft het kopen-aanbeveling met een koersdoel van 15 euro.









