wo. 25 mrt 2026

De situatie in het Midden-Oosten blijft erg onzeker. Er is onduidelijkheid over een mogelijk akkoord, over een eventueel staakt-het-vuren en over het al dan niet openen van de Straat van Hormuz, een cruciale doorgang voor olie. Toch reageerden de financiële markten voorlopig positief op berichten over mogelijk overleg: de olieprijs daalde en beleggers hoopten op een tijdelijke rustpauze in het conflict.
Die reactie bleek echter van korte duur. De olieprijs schommelt sterk en blijft rond de 100 dollar per vat voor Brent-olie hangen. Dat “jojo-effect” toont hoe nerveus de markten zijn. Hoewel de Verenigde Staten spreken over gesprekken om een staakt-het-vuren van een maand te bereiken, ontkent Iran dat er onderhandelingen plaatsvinden. Intussen gaan de aanvallen door, blijft de Straat van Hormuz grotendeels gesloten en bereiden de Verenigde Staten zich voor op extra militaire inzet.
Duurdere energie raakt Europa
Voor Europa heeft deze situatie duidelijke gevolgen. De hogere olie- en gasprijzen wegen zwaar op de economie. Dat blijkt uit de nieuwste PMI-cijfers. Dat zijn enquêtes bij bedrijven die een goed beeld geven van de economische activiteit.
In maart zakte de samengestelde PMI voor de eurozone naar 50,5, het laagste niveau in tien maanden. Alles boven 50 wijst nog op groei, maar de marge wordt erg klein. Tegelijk stijgen de kosten voor bedrijven sterk. De index die de prijzen in de industrie meet, sprong van 58,0 naar 68,6, het hoogste niveau in meer dan drie jaar. Ook leveringen lopen vertraging op, wat wijst op problemen in de toeleveringsketens.
Die combinatie is gevaarlijk. De economie vertraagt, terwijl prijzen blijven stijgen. Dat noemt men stagflatie: weinig of geen groei, maar wel hoge inflatie. Volgens hoofdeconomen bij S&P Global is dat risico voor de eurozone duidelijk aanwezig door de oorlog in het Midden-Oosten en de stijgende energieprijzen.

Verschillen tussen landen
Niet elk Europees land wordt even hard geraakt. Duitsland houdt voorlopig iets beter stand, vooral dankzij de industrie. Toch zakte ook daar de economische indicator. Frankrijk doet het slechter: daar krimpt de economische activiteit al duidelijk, wat erop wijst dat het herstel stilvalt. Ook in het Verenigd Koninkrijk vertraagt de economie en stijgen de kosten voor bedrijven zeer snel. Dat voedt de vrees voor aanhoudend hoge inflatie, waardoor renteverlagingen dit jaar steeds onwaarschijnlijker worden.
Ook in de Verenigde Staten is hetzelfde patroon zichtbaar: de economische groei verzwakt, terwijl prijzen opnieuw sneller stijgen. Bedrijven merken dat consumenten voorzichtiger worden door de hogere levensduurte en de onzekerheid rond het conflict.

Extra risico: private kredieten
Naast energie en inflatie is er nog een ander aandachtspunt voor beleggers: de markt voor private kredieten in de Verenigde Staten. Dat zijn leningen buiten de klassieke banken om, vaak verstrekt door gespecialiseerde fondsen. Die markt is de voorbije jaren sterk gegroeid.
Door de onrust op de markten willen sommige beleggers nu hun geld terug. Enkele grote fondsen hebben daarom de uitstap tijdelijk beperkt. Dat wijst op stress in het systeem. Aandelen van spelers in die sector zijn dit jaar al sterk gedaald.
De vrees is dat problemen in deze kredietmarkt kunnen verergeren als de economische groei verder vertraagt en energieprijzen hoog blijven. Bovendien staan sommige bedrijven extra onder druk door snelle technologische veranderingen, zoals artificiële intelligentie.








