di. 4 aug 2026

Terugblik
Algemeen
De MSCI World All Countries index (d.i. inclusief de opkomende landen) bleef in juli ongewijzigd. Vergeleken met begin dit jaat staat de index op +10,43%. De MSCI World index ging 0,46% hoger in juli. Sinds het jaarbegin staat deze index 9,42% hoger. .
- De S&P500 daalde met 0,13% in juli (+9,41% sinds 1.1.26), de Nasdaq daalde met 6,61% in juli (+11,98% sedert 1.1.26). De Dow Jones ging wel hoger, nl. 0,32% in juli wat een stijging inhoudt van 9,20% sedert het jaarbegin.
- De Euro Stoxx 50 ging 0,7% hoger in juli (+9,78% sedert 1.1.2026). De Stoxx 600 steeg met 1,16% in juli en met 9,63% sedert 1.1.26.
- In Azië daalde de CI300 4% in juli (-0,9% sedert begin 2026)..

Regio’s
De groeimarkten blijven ook in juni aan de kop, terwijl opkomend Azië de sterkste markt blijft in 2026. Het waren vooral Zuid-Korea met Samsung en SK Hynix, Taiwan met TSMC die zorgden voor de stijging. In juli was de evolutie veel volatieler dan voorheen.
- Japan en Pacific staan ook mee aan de kop van het peloton maar het herstel was de voorbije maand in lijn met de brede index. .
- De eurozone en Europa zitten achteraan, één van de grote verliezers van de oorlog in het Midden-Oosten.

Sectoren
- Juli 2026 werd gekenmerkt door een van de sterkste sectorrotaties van de afgelopen jaren. Terwijl de MSCI World-index slechts ongeveer 0,5% steeg, ging achter dat beperkte indexrendement een forse verschuiving schuil van technologie- en AI-gerelateerde aandelen naar energie-, financiële en meer waardegeoriënteerde sectoren.
- Energie (+ circa 13%)
De energiesector was met voorsprong de best presterende MSCI-sector in juli. De hernieuwde spanningen in het Midden-Oosten en de dreiging voor de scheepvaart door de Straat van Hormuz joegen de olieprijzen fors hoger. Hierdoor stegen de winstverwachtingen voor olie- en gasmaatschappijen aanzienlijk. De stijging van de energiesector betekende ook dat energie technologie voorbijstak als best presterende sector van 2026. In juli alleen won de Amerikaanse energiesector meer dan 9%, terwijl technologie ruim 6% verloor.
- Financiële waarden (+ circa 7%)
Banken en verzekeraars profiteerden van de forse stijging van de lange rente. Zowel in de VS als in Europa stegen de 10- en 30-jaarsrentes aanzienlijk, wat positief is voor rentemarges en beleggingsinkomsten. Daarnaast nam de vrees voor een onmiddellijke economische terugval af, waardoor de sector kon profiteren van een gunstiger economische omgeving.
- Industrie
De industriële sector hield relatief goed stand dankzij sterke economische cijfers in Europa en de VS en de aanhoudende investeringen in infrastructuur, defensie en digitalisering. Materialen profiteerden van hogere grondstoffenprijzen en sterke winstgroei. Volgens de winstcijfers over het tweede kwartaal behoort materialen, samen met energie en technologie, tot de sectoren met de sterkste winstgroei in 2026.
- Nutsbedrijven en vastgoed
Nutsbedrijven en vastgoed kregen steun van de toenemende zoektocht naar defensieve sectoren. De prestaties bleven positief maar minder uitgesproken dan die van energie en financiële waarden.
- Informatietechnologie (- meer dan 5%)
Technologie was de zwakste grote sector in juli. De verkoopdruk concentreerde zich vooral bij halfgeleiders, AI-infrastructuurbedrijven en de grote Amerikaanse technologiebedrijven. Beleggers begonnen zich vragen te stellen over de hoge waarderingen na de uitzonderlijke koersstijgingen van de voorbije twaalf maanden.
Opvallend is dat de fundamenten sterk bleven. De winstgroei in de technologiesector behoort nog steeds tot de hoogste van alle sectoren, maar de markt koos in juli voor winstnemingen en een rotatie richting goedkopere segmenten van de markt.
- Communicatiediensten
Na een sterk eerste semester kwam ook deze sector onder druk. Sociale media-, internet- en mediabedrijven werden meegezogen in de bredere verkoopgolf van groeiaandelen.
- Consumptiegoederen
Zowel discretionaire consumptie als consumentengoederen bleven achter. Hogere obligatierentes verhogen de discontovoet voor groeibedrijven en verminderen typisch de aantrekkelijkheid van consumentgerichte aandelen met hoge waarderingen.

- In de afgelopen maand ging de olieprijs op en neer op de golven de berichtgeving uit het Midden-Oosten. Telkens het geweld oplaait, daalt de olierpijs en omgekeerd. Aangezien er in juli vaak uitspraken waren van de Amerikaanse president die de markt de stuipen op het lijf joed, om kort nadien verzoenende taal te spreken (wat de olierpijs deed dalen).

- Het goud bewoog de afgelopen maand in wat men in het jargon van technische analyse een zijwaartse beweging noemt. De opwaartse druk op het goud is weg aangezien de centrale banken gestopt zijn met goud aan te kopen, of toch minstens in mindere mate.

Rentevoeten
- De rentes blijven voorlopig hoog. Juli 2026 werd wereldwijd gekenmerkt door een sterke stijging van de lange rente. In de VS, Europa en Japan liepen de 10- en 30-jaarsrentes op door een combinatie van hogere energieprijzen, inflatievrees, stijgende overheidstekorten en de verwachting dat centrale banken langer een restrictief beleid zouden aanhouden.:
De Amerikaanse rente kende in juli een duidelijke opwaartse beweging.
- Begin juli noteerde de 10-jaars Treasury rond 4,48%, terwijl de 30-jaars Treasury rond 4,98% à 5,00% lag.
- Tegen 21 juli was de 10-jaarsrente al opgelopen tot boven 4,60%, terwijl de 30-jaarsrente boven 5,10% uitkwam.
- Op het einde van de maand bereikte de 10-jaarsrente ongeveer 4,71% en de 30-jaarsrente zelfs 5,25%, het hoogste niveau sinds 2007
Als benchmark voor Europa wordt doorgaans de Duitse Bund gebruikt.
- Begin juli bedroeg de Duitse 10-jaars Bund-rente ongeveer 2,90%-2,95%.
- Rond de ECB-vergadering van 23 juli steeg ze naar 3,20%, het hoogste niveau sinds 2011.
- Tegen het einde van juli noteerde de 10-jaars Bund rond 3,15%-3,20%, wat neerkomt op een maandstijging van ongeveer 28 tot 33 basispunten.
- Voor de 30-jaarsrente steeg de Duitse curve eveneens sterk. Hoewel de exacte beweging kleiner werd gerapporteerd, volgde deze de stijging van de 10-jaarsrente door hogere inflatieverwachtingen en een groter obligatieaanbod vanuit Europese overheden.
- Japan kende de meest spectaculaire rentebeweging:
- Begin juli steeg de 10-jaars JGB-rente naar ongeveer 2,80%, het hoogste niveau sinds 1996.
- Op 9 juli bereikte de rente zelfs 2,90%, een nieuw 30-jaarsrecord.
- De rente bleef daarna hoog en eindigde de maand rond 2,80%.De 30-jaars JGB-rente steeg van ongeveer 3,95% begin juli naar meer dan 4,03% tijdens de maand. Ook dit waren de hoogste niveaus in tientallen jaren.

Wisselkoersen
- De Amerikaanse dollar verzwakte gedurende juli 2026 tegenover de euro, waardoor de wisselkoers EUR/USD gedurende de maand opliep van ongeveer 1,14 naar bijna 1,15 dollar per euro. De beweging was geleidelijk tijdens het grootste deel van de maand, maar versnelde tegen het einde van juli na zwakkere Amerikaanse inflatiecijfers en een afnemende verwachting dat de Federal Reserve de rente verder zou verhogen.
- Begin juli: beperkte beweging
- Aan het begin van juli schommelde EUR/USD rond 1,14. De markt hield nog rekening met een mogelijk restrictiever beleid van de Federal Reserve, waardoor de dollar relatief goed ondersteund bleef. Tegelijk zorgden de spanningen in het Midden-Oosten voor een zekere vraag naar veilige havens, wat de daling van de dollar beperkte.
- Midden juli: dollar verliest terrein
- Halverwege de maand publiceerden de Verenigde Staten zwakkere producentenprijsgegevens (PPI), wat de indruk versterkte dat de inflatie aan het afkoelen was. Hierdoor verminderde de verwachting van bijkomende renteverhogingen door de Fed. Als gevolg daarvan daalde de dollarindex en steeg de euro tot 1,1479 dollar, het hoogste niveau sinds juni. De markt begon steeds meer te geloven dat de Amerikaanse rente dicht bij haar piek lag, terwijl de ECB de nadruk bleef leggen op het bestrijden van inflatie. Hierdoor verkleinde het rentevoordeel van de dollar enigszins in de ogen van beleggers.
- Eind juli: euro bereikt maandhoogte
- Tegen het einde van de maand kwam de dollar verder onder druk. De Federal Reserve hield de beleidsrente weliswaar ongewijzigd op 3,50%-3,75%, maar de markt focuste vooral op de afkoelende Amerikaanse inflatie en de tragere economische groei. De euro profiteerde tegelijkertijd van hogere Europese obligatierentes en een ECB die waarschuwde voor aanhoudende inflatierisico's door de hogere energieprijzen.
- Daardoor sloot EUR/USD de maand dicht bij de hoogste niveaus van juli, rond 1,15 dollar per euro.

Bron : KBC Asset Management/LSEG Datastream








