Belastbare producten

Aandelen, (gemengde) ETF’s (of trackers) en beleggingsfondsen

  • Aandelen: het gaat om zowel beursgenoteerde als niet-beursgenoteerde aandelen (die je niet bij Bolero vindt). Dus of je nu investeert in grote bedrijven op de beurs of in een familiebedrijf dat niet beursgenoteerd is, de winst bij verkoop kan belast worden.  

  • Ook fondsen en ETF’s vallen onder de regeling. 

Opgelet: een gemengd obligatiefonds of -ETF bevat zowel aandelen als obligaties. Bij verkoop van zo’n fonds moet je rekening houden met twee belastingen.

De Reynderstaks (of RV op fondsen) houdt al een zekere meerwaardebelasting in bij de verkoop van bepaalde fondsen. De nieuwe meerwaardebelasting van 10% verandert niets aan deze principes.

De wet voorziet wel een specifieke berekeningswijze van de nieuwe meerwaardebelasting bij fondsen die onderhevig zijn aan de Reynderstaks:

Bij de verkoop van een beleggingsfonds dat onder deze taks valt, moet je rekening houden met 2 belastingen:
• 30% roerende voorheffing op het rendement van het obligatiegedeelte
• 10% meerwaardebelasting op het rendement van het aandelengedeelte

Voorbeeld:
Je koopt fonds in 2026 voor 2.000 euro. In 2028 verkoop je dat fonds voor 2.500 euro. De gerealiseerde meerwaarde bedraagt 500 euro. 

Stel dat de TIS* bij aankoop 120 bedroeg en bij verkoop 160, dan zal het verschil (160 - 120 = 40) onderworpen zijn aan de Reynderstaks van 30%. Je betaalt dus in totaal bij de verkoop van dit fonds:

Reynderstaks : 40 x 30% = 12 euro
Meerwaardebelasting: 500 – 40 = 460 x 10% = 46 euro.
Totale belasting: 58 euro

*TIS (Taxable Income per Share): het bedrag per deelbewijs van een fonds dat aangemerkt wordt als belastbaar rente‑inkomen. Het toont dus welk deel van jouw winst afkomstig is uit: rente op obligaties, rente‑gerelateerde inkomsten (cash, termijnrekeningen), meerwaarden op vastrentende effecten. Met andere woorden: de TIS bepaalt welk deel van jouw rendement onder de Reynderstaks valt.

Wat met aandelen die je gratis of met korting kreeg, bijvoorbeeld via een kapitaalverhoging van je werkgever?
(Het gaat hier specifiek over aandelen die onder het toepassingsgebied van de artn. 48 en 49 van de Belgische Optiewet van 26 maart 1999 vallen)

Soms krijg je aandelen gratis of kan je ze kopen aan een lagere prijs dan de marktprijs. Wanneer je die aandelen later verkoopt, wordt voor de berekening van de meerwaardebelasting niet gekeken naar wat je effectief betaalde, maar naar de marktwaarde bij de toekenning (bijvoorbeeld op betaaldatum (pay date) wanneer je aandelen met korting kreeg). 

Voorbeeld 1: aandelen gekocht met korting
Stel dat je in 2026 via je werkgever kan inschrijven op een kapitaalverhoging. De marktprijs van het aandeel is 100 euro, maar je mag inschrijven aan 80 euro. In 2031 verkoop je het aandeel voor 110 euro. Voor de meerwaardebelasting wordt de aankoopprijs vastgesteld op 100 euro. De belastbare meerwaarde bedraagt dan 10 euro (110 − 100).

Voorbeeld 2: gratis aandeel
Stel dat je in 2026 een aandeel gratis krijgt via je werkgever. Op dat moment is het aandeel 100 euro waard. In 2027 verkoop je het aandeel voor 105 euro. Voor de meerwaardebelasting geldt opnieuw een aankoopprijs van 100 euro. De belastbare meerwaarde bedraagt dus 5 euro. 

Nog ter info: waardeloze effecten, die je door Bolero laat verwijderen uit je portefeuille, komen niet in aanmerking als minderwaarde. 

Crypto

Crypto-assets vallen onder de meerwaardebelasting. De keuze voor bronheffing is niet mogelijk gemaakt door de wetgever. Voor deze producten geldt automatisch het "Opt-out"-systeem: je bent zelf verantwoordelijk voor de aangifte van de meerwaarden via je eigen personenbelasting.

Vallen Crypto automatisch onder "abnormaal beheer" (speculatie)?

Het tarief van de meerwaardebelasting op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa bedraagt 10%. Daarnaast blijft het tarief van 33% bestaan wanneer er sprake is van ‘abnormaal beheer’. Meer informatie over wat onder "abnormaal beheer" valt, vind je lager op deze pagina.   

De minister van Financiën en Pensioenen, Jan Jambon, heeft verklaard dat in het geval van meerwaarden op cryptoactiva per geval beoordeeld zal moeten worden of er sprake is van abnormaal beheer of speculatie. Het is een feitenkwestie. Hij gaf aan dat er slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zou zijn van "abnormaal beheer".

 

Grondstoffen en edelmetalen

Fysiek goud valt onder de meerwaardebelasting. Het gaat daarbij om zogeheten "beleggingsgoud"zoals gedefinieerd door de BTW-richtlijn. Concreet gaat het om goudstaven of -plaatjes met een zuiverheid van minstens 995/1.000, evenals erkende gouden munten met een zuiverheid van minimaal 900/1.000 die na 1800 zijn geslagen en voorkomen op de door Europa vastgelegde lijst. Gouden juwelen vallen hier niet onder.

Voor de berekening van de meerwaardebelasting geldt de waarde van fysiek goud op 31 december 2025 indien het verworven werd vóór 1 januari 2026. Historische meerwaarden die vóór die datum zijn opgebouwd, zijn niet belastbaar.

Andere fysieke edelmetalen, zoals zilver, platina en palladium, vallen niet onder de meerwaardebelasting.

Beleggers die via ETF’s in grondstoffen of edelmetalen beleggen, beleggen niet in fysiek goud, maar in een financieel actief dat wel onder het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting valt. 

 

Obligaties

Obligaties vallen onder de meerwaardebelasting. Wie een obligatie koopt en die later met winst verkoopt, betaalt 10% belasting op de gerealiseerde meerwaarde. Realiseer je een minderwaarde? Dan kan je die gebruiken om meerwaarden uit hetzelfde jaar te compenseren.

Wat als je een obligatie koopt en aanhoudt tot de eindvervaldag?
Ook in dat geval kan de meerwaardebelasting van toepassing zijn. Dat geldt wanneer je een obligatie aankoopt op de secundaire markt tegen een prijs onder pari* en die op eindvervaldag wordt terugbetaald aan 100%.

*Een obligatie noteert onder pari wanneer je ze koopt aan een prijs die lager ligt dan 100%. Je koopt bijvoorbeeld aan 95%, maar op eindvervaldag krijg je 100% terugbetaald. Het verschil (hier: 5%) vormt een meerwaarde, waarop de meerwaardebelasting van toepassing is.

Schrijf je in op een nieuwe obligatie-uitgifte of koop je een obligatie aan/boven pari op de secundaire markt en hou je die aan tot eindvervaldag?
Dan is er geen meerwaardebelasting verschuldigd.

Opgelet: het interestinkomen blijft onderworpen aan 30% roerende voorheffing.

Wat met "dirty price"-obligaties?
Soms wordt bij de verkoop van een obligatie enkel een “dirty price” geregistreerd. Dat is een prijs inclusief opgebouwde rente, zonder dat duidelijk is welk deel van die prijs rente is. In dat geval kan Bolero bij de verkoop niet bepalen welk deel rente is en dus geen onderscheid maken tussen rente en meerwaarde.

  • Koos je voor bronheffing (opt-in)? Dan beschouwt Bolero het volledige verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs als een meerwaarde en stort het daarop automatisch 10% belasting door naar de fiscus. Een deel van dat verschil is echter interest (rente) en moet belast worden aan 30% roerende voorheffing, in plaats van aan 10% meerwaardebelasting. Je moet het rentedeel daarom zelf aangeven in je belastingaangifte. Zo kan je ook de te veel betaalde meerwaardebelasting recupereren.
  • Koos je voor opt-out? Dan zal Bolero het volledige verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs als een meerwaarde vermelden op het jaarlijks overzicht en rapporteren aan de fiscus. Je moet het rentedeel zelf aangeven in je belastingaangifte en de te veel betaalde meerwaardebelasting verrekenen. 

Opties

Ook opties vallen onder de meerwaardebelasting. Hieronder krijg je per scenario een concreet overzicht van wanneer er meerwaardebelasting verschuldigd is.

1. Het kopen van Opties

a) Call (recht om te kopen)

Je koopt een calloptie op een aandeel met een uitoefenprijs van 100 euro. Hierdoor heb je tot een bepaalde datum het recht om 100 aandelen te kopen aan 100 euro per aandeel. Daarvoor betaal je een premie van 500 euro (5 euro per aandeel).

Scenario 1: je verkoopt de calloptie met winst
De aandelenkoers stijgt en noteert boven 100 euro. Je verkoopt de optie aan 8 euro. Je meerwaarde bedraagt 3 euro per optie (8 euro verkoop – 5 euro aankoop), of in totaal 300 euro (3 euro x 100 aandelen). De meerwaardebelasting bedraagt 30 euro (10% van 300 euro).

Scenario 2: de calloptie vervalt waardeloos
De koers van het aandeel staat op vervaldatum onder de uitoefenprijs van 100 euro. De optie eindigt “out of the money” en vervalt. De betaalde premie van 5 euro ben je kwijt.
Meerwaardebelasting: je bent geen meerwaardebelasting verschuldigd. De premie kan je niet inbrengen als minderwaarde.

Scenario 3: je oefent de calloptie uit
De koers van het aandeel staat hoger dan 100 euro, bijvoorbeeld 110 euro, en je oefent je recht uit om de aandelen te kopen. Je betaalt 10.000 euro voor 100 aandelen (100 x 100 euro).
Meerwaardebelasting: de aankoopprijs voor de berekening van de belasting bij een latere verkoop is de uitoefenprijs van 100 euro (en niet 110 euro). De betaalde premie mag je niet optellen bij de aankoopprijs.

b) Put (recht om te verkopen)

Je koopt een putoptie op een aandeel met een uitoefenprijs van 80 euro. Hierdoor heb je tot een bepaalde datum het recht om 100 aandelen te verkopen aan 80 euro per aandeel. Daarvoor betaal je een premie van 400 euro (4 euro per aandeel).

Scenario 1: je verkoopt de putoptie met winst
De koers van het aandeel daalt en noteert onder 80 euro. Je verkoopt de optie aan 7 euro. Je meerwaarde bedraagt 3 euro per optie (7 euro verkoop – 4 euro aankoop), of in totaal 300 euro (3 euro x 100 aandelen). De meerwaardebelasting bedraagt 30 euro (10% van 300 euro).

Scenario 2: de putoptie vervalt waardeloos
De koers van het aandeel staat op vervaldatum boven de uitoefenprijs van 80 euro. De optie vervalt waardeloos. De betaalde premie van 4 euro ben je kwijt.
Meerwaardebelasting: je bent geen meerwaardebelasting verschuldigd. De premie kan je niet inbrengen als minderwaarde.

Scenario 3: je oefent de putoptie uit
De koers van het aandeel staat lager dan 80 euro, bijvoorbeeld 70 euro, en je oefent je recht uit om de aandelen te verkopen. Je verkoopt 100 aandelen aan 80 euro per aandeel en ontvangt 8.000 euro. Meerwaardebelasting: de verkoopprijs voor de berekening van de belasting is de uitoefenprijs van 80 euro (en niet 70 euro). De betaalde premie mag je niet aftrekken van deze verkoopprijs. De eventuele meer- of minderwaarde wordt bepaald op basis van deze verkoopprijs en je oorspronkelijke aankoopprijs van de aandelen.

Opgelet: kocht je de aandelen op verschillende momenten, dan moet je het FIFO-principe toepassen. Dat betekent dat de eerst aangekochte aandelen ook als eerste verkocht worden.

2. Het schrijven (verkopen) van opties

a) Call (plicht om te verkopen)

Je schrijft (verkoopt) een calloptie op een aandeel met een uitoefenprijs van 120 euro. Daarmee verplicht je je om tot een bepaalde datum 100 aandelen te verkopen aan 120 euro per aandeel, als de koper van de optie dat eist. In ruil ontvang je een premie van 600 euro (6 euro per aandeel).

Scenario 1: je koopt de calloptie terug met winst
De koers blijft onder 120 euro en de optie verliest waarde. Je koopt de optie terug aan 2 euro per optie. Je resultaat bedraagt 4 euro per optie (6 euro ontvangen – 2 euro betaald), of 400 euro in totaal. De meerwaardebelasting bedraagt 40 euro (10% van 400 euro).

Scenario 2: de calloptie vervalt waardeloos
De koers van het aandeel blijft onder 120 euro en de optie vervalt waardeloos. Je behoudt de volledige ontvangen premie van 6 euro per aandeel.
Meerwaardebelasting: er is geen meerwaardebelasting verschuldigd. De premie telt niet als belastbare meerwaarde.

Scenario 3: je wordt aangewezen (uitoefening)
De koers van het aandeel stijgt boven 120 euro, bijvoorbeeld tot 130 euro. De koper oefent zijn recht uit en je moet 100 aandelen verkopen aan 120 euro per aandeel.
Meerwaardebelasting: voor de berekening van de belasting geldt de uitoefenprijs als verkoopprijs: 120 euro per aandeel. De ontvangen premie mag je niet aftrekken van deze prijs. De meerwaarde wordt bepaald op basis van deze verkoopprijs en je oorspronkelijke aankoopprijs van de aandelen.

b) Put schrijven (plicht om te kopen)

Je schrijft (verkoopt) een putoptie op een aandeel met uitoefenprijs 70 euro. Daarmee verplicht je je om tot een bepaalde datum 100 aandelen te kopen aan 70 euro per aandeel, als de koper van de optie dat eist. In ruil ontvang je een premie van 500 euro (5 euro per aandeel).

Scenario 1: je koopt de putoptie terug met winst.
De koers van het aandeel blijft boven de 70 euro en de waarde van de putoptie daalt. Je koopt de putoptie later terug aan 2 euro per optie. Je resultaat is 3 euro per optie (5 euro ontvangen – 2 euro betaald) en dus 300 euro (3 euro x 100 aandelen). Meerwaardebelasting bedraagt 30 euro (10% van 300 euro).

Scenario 2: de putoptie vervalt waardeloos.
De koers van het aandeel staat op vervaldatum boven de uitoefenprijs van 70 euro. De optie eindigt “out of the money” en vervalt. Je behoudt de volledige ontvangen premie van 5 euro per optie.
Meerwaardebelasting: er is geen meerwaardebelasting verschuldigd. De ontvangen premie telt niet als belastbare meerwaarde.

Scenario 3: je wordt aangewezen (uitoefening van de putoptie).
De koers van het aandeel staat lager dan 70 euro, bijvoorbeeld 60 euro, en de koper van de putoptie oefent zijn recht uit. Je moet 100 aandelen kopen aan 70 euro per aandeel en betaalt 7.000 euro.
Meerwaardebelasting: de aankoopprijs voor de berekening van de belasting bij een latere verkoop is de uitoefenprijs van de optie: 70 euro (niet de werkelijke prijs van 60 euro). De ontvangen premie van 5 euro per optie mag je niet aftrekken van deze aankoopprijs.

3. Opties op indexen

Opties op indexen worden grotendeels op dezelfde manier behandeld. Alleen valt er een kanttekening te maken: er is geen levering van aandelen omdat de optie altijd in cash afgehandeld wordt. Voor de meerwaardebelasting bepaalt het cashresultaat dus of er meerwaarde is. De premie wordt evenmin meegerekend in de berekening en is geen aftrekbare minderwaarde.

Turbo’s, speeders, sprinters en warranten

Zodra er meer duidelijk is, lees je dat hier.

Hoe werkt de meerwaardebelasting bij aandelen in vreemde munten en bij wisselkoerstransacties?

Voor financiële activa in vreemde munten voorziet de wet dat zowel de aan- als verkoopprijs moet omgezet worden in euro tegen de wisselkoers op dag van aan- en verkoop om de belastbare grondslag te berekenen. Zo wordt niet enkel de meerwaarde op het effect zelf, maar ook de meerwaarde op de wisselkoers mee in rekening genomen voor de meerwaardebelasting.

Voorbeeld:
Je koopt 100 Amerikaanse aandelen aan 50 dollar per stuk. Bij aankoop is 1 euro gelijk aan 1,10 USD. De kostprijs in euro bedraagt zo 4.545 euro (5.000 dollar = op dat moment 4.545 euro waard).  
Je verkoopt de aandelen later aan 60 dollar per stuk. Op dat moment is de wisselkoers voor 1 euro gelijk aan 1 USD, waardoor je 6.000 euro ontvangt.  
Door het wisselkoersverschil in je voordeel is je totale winst in euro hoger dan je winst per aandeel in dollar (1000 dollar): 1.455 euro (eindpunt 6.000 euro – het startpunt 4.545 euro). De belastbare meerwaarde is dus 1.455 euro met een effectieve belasting 145,50 euro (10% op 1.455 euro). 

 
Opgelet: voor meerwaarde door wisselkoersverschillen bij omzetting van munten voorziet de wetgever geen mogelijkheid voor bronheffing (opt-in). De meerwaarde moet je als belegger zelf aangeven, zelfs als je koos voor bronheffing. Ook verliezen door wisselkoersverschillen mag je als minderwaarde aftrekken van meerwaarde uit hetzelfde jaar. 

Wat met corporate actions?

De meerwaarde is van toepassing bij de verkoop van financiële effecten. De wet voorziet echter een andere term, nl. "de overdracht ten bezwarende titel*". Daardoor kan er soms een meerwaarde gerealiseerd worden ook al verkoop je je effecten niet, bv. bij corporate actions. 

Stel dat vennootschap A de aandelen van vennootschap B koopt (tender offer). Als je aandelen hebt van vennootschap B dan worden deze ook door vennootschap A gekocht en ontvang je hiervoor een prijs. In dat geval word je als aandeelhouder van vennootschap B belast door de meerwaardebelasting als je een meerwaarde realiseert. Ook al heb je niet gekozen voor de verkoop van je aandelen.

Afhankelijk van elk type event zal moeten nagegaan worden of de meerwaardebelasting hier een impact op heeft.

*"ten bezwarende titel” betekent dat een goed wordt overgedragen in ruil voor een tegenprestatie: er is een prijs of vergoeding tegenover de overdracht. Voorbeeld: verkoop van aandelen tegen geld. Tegenovergesteld daaraan staan schenkingen of erfenissen. Deze gebeuren zonder tegenprestatie en vallen dus niet onder “ten bezwarende titel”.

 

Wat met spaarplannen in, bijvoorbeeld, ETF’s?

Als je regelmatig belegt, bijvoorbeeld via Invest & Repeat, of hetzelfde aandeel op verschillende momenten hebt gekocht, rijst de vraag: welke aankoopprijs gebruikt de fiscus als je een deel van je portefeuille verkoopt? De wet gaat uit van een FIFO-berekeningswijze: first in, first out.  Dat betekent dat het oudst gekochte aandeel voor de berekening van de meerwaardebelasting het eerste aandeel zal zijn dat verkocht wordt.

Voorbeeld: verkoop van aandelen die je in verschillende keren kocht 

  • 2026: aankoop van 10 aandelen aan 100 euro.  
  • 2027: aankoop van 20 aandelen aan 120 euro.  
  • Verkoop in 2028 van 15 aandelen aan 150 euro.  

Berekening: Verkoop 10 aandelen van in 2026 (150 euro – 100 euro) × 10 = 500 euro meerwaarde. Verkoop 5 aandelen van in 2027 (150 euro – 120 euro) x 5 = 150 euro meerwaarde. De totale belastbare meerwaarde = 650 euro. Belasting verschuldigd: 65 euro (10% van 650 euro). 

Wat als ik effecten heb bij een buitenlandse broker?

Ook voor effecten die je in het buitenland aanhoudt, geldt de meerwaardebelasting. Je zal de behaalde meerwaarde zelf moeten aangeven in je eigen personenbelasting.

Wat bij een transfer van effecten?

Transfereer je effecten van een andere bank naar Bolero? Om de meerwaardebelasting correct te berekenen, hebben we zowel de aankoopprijs als de wisselkoers (bij effecten die in een andere munt noteren) van je effecten nodig. 

Sommige Belgische banken wisselen deze gegevens onderling uit vanaf 2026. Staat je vorige bank op de lijst van deelnemende banken, dan hoef je niets te doen. We ontvangen de nodige informatie automatisch. Staat je vorige bank niet op de lijst, dan kennen we de aankoopprijs niet en berekenen we de meerwaardebelasting op de volledige verkoopprijs. Om dat te vermijden, bezorg je ons het best de volgende info over de effecten die je wilt overdragen:
• Transfer van effecten aangekocht vóór 1 januari 2026: een portefeuilleoverzicht of MiFID-rapport van 31 december 2025.
• Transfer van effecten aangekocht na 31 december 2025: een aankoopborderel waarop de datum en de aankoopprijs staan, inclusief de eventuele wisselkoers.

Stuur deze informatie samen met het transferdocument via e-mail door naar clientenservice@bolero.be.

Wat met dividenden?

Wanneer je een dividend ontvangt, betaal je nu al 30% roerende voorheffing (roerend inkomen). Hierop hoef je geen meerwaardebelasting te betalen. Als het bedrijf je de keuze laat om nieuwe aandelen als dividend te kiezen, dan zal je eveneens 30% roerende voorheffing verschuldigd zijn op die aandelen omdat het gaat om een dividendbetaling én zal op de gekozen aandelen bij een latere verkoop wel meerwaardebelasting van toepassing zijn als je een meerwaarde realiseert.

Wat met Crowdfunding?

Bij Bolero Crowdlending leen je geld aan een onderneming via het Bolero Crowdfundingplatform in ruil voor rente. Deze rente wordt beschouwd als roerend inkomen en blijft onderworpen aan de bestaande roerende voorheffing van 30 %. De nieuwe meerwaardebelasting van 10 % die vanaf 2026 geldt voor aandelen en andere financiële activa, is niet van toepassing op Bolero crowdlending. 

Als het bedrijf waarin je investeert failliet gaat, ben je een gewone schuldeiser. Dat betekent dat je pas wordt terugbetaald nadat bevoorrechte schuldeisers (zoals banken en de fiscus) hun deel hebben gekregen. In de praktijk blijft er vaak niets over, waardoor je je volledige inleg kunt verliezen. Dat verlieskan niet fiscaal worden ingebracht als gerealiseerde minderwaarde voor de meerwaardebelasting.

Wat valt onder abnormaal beheer?

Het tarief van de meerwaardebelasting op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa bedraagt 10%. Daarnaast blijft het tarief van 33% bestaan wanneer er sprake is van ‘abnormaal beheer’. In het verleden was er heel wat onduidelijkheid of bijvoorbeeld meerwaarden op crypto al dan niet belastbaar zijn. 

De minister van Financiën en Pensioenen, Jan Jambon, verklaarde omtrent "abnormaal beheer" het volgende: 

"Zo kan, in het kader van de realisatie van een meerwaarde op cryptoactiva buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid, met name verwezen worden naar het percentage van het roerende vermogen dat de belastingplichtige in cryptoactiva investeert, de beslissing van de belastingplichtige om al dan niet een beroep te doen op financiering voor de aankoop van cryptoactiva, de vaststelling dat de belastingplichtige een beroep doet opeen geautomatiseerd proces of een software om cryptoactiva aan te kopen en het aantal transacties dat de belastingplichtige verricht heeft, als criteria die in overweging genomen worden bij de beoordeling van het abnormale karakter van de verrichting."

"Het abnormale of speculatieve karakter van de verrichting wordt beoordeeld rekening houdend met het beheer zoals dat door een normaal omzichtig persoon in de omstandigheden van de belastingplichtige zou worden verricht. Het is aan de fiscus om dit aan te tonen."

"De overgrote meerderheid van de beleggers zullen vallen onder de taxatie van de meerwaardebelasting van 10%. Slechts in uitzonderlijke gevallen zal er sprake zijn van abnormaal beheer en speculatie (belast aan 33%) maar dit is een feitenkwestie die per dossier zal moeten worden beoordeeld." 

Met andere woorden: om onder "abnormaal beheer" te vallen, moet een belegger aan een aantal criteria voldoen. Enkele van die criteria kunnen zijn: 

  • geld lenen om te beleggen;
  • gebruik maken van software of een geautomatiseerd proces bij het beleggen;
  • een hoog aantal transacties uitvoeren over een bepaalde periode;
  • het percentage dat de belegger investeert.

Het is aan de fiscus om aan te tonen dat er sprake is van "abnormaal beheer".